Kenko – De kunst van het nietsdoen

We zijn uilskuikens maar hebben geen enkel idee

Recensie door Adri Altink

‘Wat gaat er toch om in iemand die klaagt dat hij zich verveelt? Niets lijkt me wenselijker dan in je eentje te zijn, zonder enige vorm van afleiding’. Het is een zin uit De kunst van het nietsdoen van de Japanse monnik Kenkō. Dat nietsdoen is een kunst: je mag je niet laten afleiden door ‘vuige geneugten’, door wat anderen van je vinden, door berekening van winst en verlies: ‘Opgejaagd heen en weer snellen, verward en afwezig, dat doen alle mensen’.

Waar in onze westerse wereld ledigheid des duivels oorkussen is, is nietsdoen, echt kúnnen nietsdoen, voor Kenkō een ideale dagbesteding.

Yoshida Kenkō leefde zo’n zevenhonderd jaar geleden, van vermoedelijk 1283 tot 1350. Hij was een tijdlang werkzaam als keizerlijke paleiswacht tot hij monnik werd. Dat laatste is geen eenduidig begrip. Het veertiende–eeuwse Japan kende lekenmonniken, leden van religieuze ordes en kluizenaars. In De kunst van het nietsdoen komen op een gegeven moment zelfs militaire monniken voorbij.

Kenkō heeft het meest weg van een kluizenaar, die echter nooit het maatschappelijke leven losliet. Dat hij paleiswacht is geweest is terug te zien in de genummerde stukken (door vertaler Jos Vos ‘secties’ genoemd) in De kunst van het nietsdoen. Het boek bestaat uit 243 secties, soms ter lengte van één regel en een enkele keer van vier of meer pagina’s. Het zijn herinneringen, miniatuurfilosofietjes, anekdotes en natuurbeschouwingen. Daarin lijkt hij zich te bewegen in verschillende werelden, die van het gewone dagelijkse burgerleven, de hofcultuur en het monnikendom.

Zucht naar lofbetuigingen

Hij is er van overtuigd dat zijn kluizenaarschap de beste staat is om naar de wereld te kijken en je over te geven aan de kunst. Kunst is in zijn opvatting niet alleen de kunstzinnige expressie zoals de kalligrafie en de poëzie, die hij beide beoefende, maar ook de cultuur in brede zin en de natuur. Kenkō hechtte erg aan tradities en aan ceremonies. Dat hij zich in zijn kunst van het nietsdoen niet wil laten leiden door oordelen van anderen betekent ondertussen niet dat hij zelf geen waardeoordelen neerschrijft. Hij gruwt van mensen die rituelen met voeten treden en ergert zich aan dom gedrag. In sectie 38 bijvoorbeeld lezen we: ‘Een mens wil graag een reputatie nalaten van wijsheid en geestelijke verfijning, maar als je er even bij stilstaat betekent dat alleen dat hij zijn hart wil ophalen aan lofbetuigingen. Noch degenen die ons prijzen, noch degenen die ons door het slijk halen zullen het lang uithouden op deze wereld’. En in sectie 134: ‘We zijn lelijk maar weten het niet; we zijn uilskuikens maar hebben geen enkel idee; we beseffen ook niet dat het ons aan talent ontbreekt, dat we van geen belang zijn, dat we bejaard zijn en ten prooi aan ziekten’.

Verrassend modern

Eén van de mooiste natuurbeschouwingen vinden we iets verder in sectie 137 die begint met: ‘Zullen we de bloesems enkel bewonderen op het hoogtepunt van hun bloei en de maan alleen als er geen wolken staan? (…) Wat valt er veel te bewonderen aan een twijg die net opbloeit, of aan een tuin bezaaid met verwelkte bloesem’.

Uit de gegeven citaten mag blijken hoe verrassend modern veel van de overdenkingen van Kenkō zijn. Maar ook hoe heerlijk fris en eigentijds de Nederlandse vertaling van Jos Vos is. Deze Belgische kenner van de Japanse literatuur werd in 2014 al genomineerd voor de Filter Vertaalprijs voor Het verhaal van Genji en haalde die prijs in 2019 daadwerkelijk binnen voor zijn vertaling van Het hoofdkussenboek. Beide beroemde werken dateren uit de elfde eeuw; Kenkō verwijst er in zijn De kunst van het nietsdoen herhaaldelijk naar, zoals hij ook veel Japanse en Chinese poëzie citeert, steeds met grote bewondering.

De kunst van het nietsdoen is overigens niet alleen een filosofisch bespiegelend boek. Kenkō is af en toe ook grappig. In sectie 45 vertelt hij over een opvliegende bisschop die niet tegen de bijnamen kon die men hem gaf. Omdat hij ‘Bisschop Netel’ werd genoemd vanwege een netelboom in zijn tuin, liet hij de boom omhakken, waarna hij de bijnaam ‘Bisschop Stronk’ kreeg. Toen hij ook de stronk liet uitgraven en er water in de kuil kwam staan werd hij ‘Bisschop Sloot’ genoemd. En in sectie 53 maakt Kenkō zich vrolijk over een monnik die op een feest een ketel te diep over zijn hoofd trok. Hij kon er pas van bevrijd worden ten koste van zijn neus en oren.

Helaasheid der dingen

Voor ons is een beschrijving ook wel eens nietszeggend, zoals de uit één zin bestaande sectie 201: ‘Van de twee stoepa’s op de Gierentop stond Gejō aan de voet van de berg en Taibon midden in het heiligdom op de berg’. Gelukkig is de vertaler er om in één van zijn talrijke voetnoten uit te leggen waarom de benamingen Gejō en Taibon iets zeggen over de bereikbaarheid van die stoepa’s. Verrassend zal daarentegen de ontdekking zijn dat de uitdrukking De helaasheid der dingen, die iedereen wel kent als de titel van een roman van Dimitri Verhulst, en heel oude voorgeschiedenis heeft. Kenkō gebruikt het begrip, een vertaling van het Japanse mono no aware, in De kunst van het nietsdoen, maar het komt ook voor in Stille sneeuwval, de roman van Junichiro Tanizaki uit 1948.

Keikō heeft ons na zevenhonderd jaar nog veel te vertellen. Hij neemt een belangrijke plaats in in een rij van Japanse schrijvers die vertaler Jos Vos in zijn nawoord ‘wat oneerbiedig’ een ‘almaar uitdijende literaire speeltuin’ noemt. Hij kan het weten. In 2008 stelde hij al eens de lijvige bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur Eeuwige reizigers samen. Die is helaas niet meer verkrijgbaar.

 

 

Omslag De kunst van het nietsdoen - Kenko
De kunst van het nietsdoen
Kenko
Vertaling door: Jos Vos
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (2020)
ISBN: 9789028210462
Prijs: € 20,00

Meer van Adri Altink:

Recent

26 oktober 2020

Seksuele aantrekkingskracht als zwaktebod

Over 'De naam van de wereld' van Denis Johnson
21 oktober 2020

Een aardig plot in een wat opsommerige stijl

Over 'Een vrouw van de wereld' van Thomas van Aalten
20 oktober 2020

Reconstructie van ingrijpende gebeurtenissen

Over 'In sluitertijd' van Adriënne Schouw
19 oktober 2020

Een dunne lijn tussen feit en fictie

Over 'Eenzaam, de dapperen' van Olga Majeau
16 oktober 2020

Een lied van hoger honing

Over 'Winterbijen' van Norbert Scheuer

Verwant