Vrede op aarde, een paradijselijk begrip dat vooral rond Kerstmis extra aandacht krijgt. Toch is er nog nooit in de geschiedenis van de mensheid een periode geweest waarin er werkelijk overal vrede heerste: altijd wordt er wel ergens op de wereld strijd geleverd.
De titel van de jongste bundel van Charles Ducal kan daarom als een vrome wens gezien
worden, maar ook als de dwingende noodzaak om nu eens ernst te maken met het
bewerkstelligen van de afwezigheid van oorlog. Maar Ducal dicht niet alleen over oorlog
tussen landen of volkeren, al is daar ook zeker sprake van in deze bundel. De strijd waarover deze bundel in hoofdzaak gaat, is die op een kleiner terrein: tussen groepen mensen, tussen individuen, tussen de ik en de ander. Niet zozeer treden de spanningen van de buitenwereld naar voren, maar die van de innerlijke wereld en in de verhoudingen tot medemensen.
Willekeurige gewelddadigheden
De bundel is verdeeld in een proloog, zes afdelingen en een epiloog. In de proloog spreekt de dichter van ‘een gerucht’, ‘een dringende vraag naar opheldering/ van wat mij is ontgaan.’ het is de aanzet om in actie te komen en niet alleen proberen te begrijpen wat er aan de hand is, maar zich ook verzetten tegen de onmacht om verandering aan te brengen. De eerste afdeling, ‘Tijd voor geweld’ gaat expliciet over moordzuchtigheid. Willekeurige schietpartijen op scholen en in winkelcentra in Amerika, klassenhaat, zuiveringen en opgeblazen bruggen.
Ducal schrijft vanuit het perspectief van de geweldplegers, soms als verteller en dader, een andere keer vanuit een collectief van onderdrukkers. Hij geeft de feiten weer zonder er een moreel oordeel aan te hechten of een reactie te verwachten. Het geweld vindt plaats, er volgt geen goede afloop, geen repercussie. ‘Het is een kwestie van
gewenning’, wordt aangegeven in het gedicht ‘Huiszoeking’.
In de tweede afdeling: ‘Poëzie is geen journalistiek’, wordt de vraag gesteld: ‘Hoe maak je poëzie van een lijk in het water?’ Deze vraag stelt de manipulerende rol van de media bij rampen ter discussie en het onbegrip dat gekoesterd wordt ten aanzien van de realiteit. Wij zijn niet bij machte om iets te veranderen, zegt de dichter, en daarom wenden we ons liever af zolang het ver van ons bed is. Alleen een kind is in staat om impulsief te reageren op het horen van de feiten: ‘Het meisje denkt: ik schreeuw/ ik schreeuw de wereld bij elkaar.’
Zichzelf bevragend
De dichter spaart ook zichzelf niet als het gaat over de zoektocht naar de juiste woorden:
‘Terwijl
Van regen zwaar het groen
dat weegt op donkere tuinen,
de sluimerende bloei tegen het witte hek,
de kleine vrouw op blote voeten
die mijn moeder was, het hoofd
geheven naar de nacht, als in gebed,
terwijl ver weg onder het puin
de pop onder het kleine lijf,
als toch behoed,
terwijl uit het geweer het schot
niet raakt alsof,
zo is bedoeld
God, zeg mij hoe ik schrijven moet.’
Een antwoord op die vraag komt er niet. Niemand zegt hoe hij schrijven moet. Wel
onderzoekt Ducal in de derde afdeling ‘Alleen de vorm’ wat het schrijven van een gedicht
betekent voor de lezer en voor hemzelf. De grote gebeurtenissen van de wereld vallen dan weg tegen het wikken en wegen van de juiste formuleringen, het kiezen van de woorden en het schrijven en schrappen.
‘Mijn werk bestaat erin te wachten
tot het komt. Er is geen andere weg
naar het licht dan zich te hullen
in de duisternis. En vorm te zijn, meer niet.
[…]
Dan prevel ik formules en dans
urenlang tot alle geloof uitgeput is,
niets overblijft dan het besef
dat er geen antwoord is.’
Het leven tot fictie gemaakt
De vorm waarover Ducal spreekt, weet hij ook aan zijn gedichten te geven. Ze bestaan altijd uit meerdere strofen van een vast aantal versregels, die soms eindrijm kennen en soms ook niet. Daarmee schaart de dichter zich in een literaire traditie, waarvan hij in 1990 op het twaalfde Europees Poëziefestival te Leuven zei: ‘Ik eigen mij in zekere zin de literaire traditie toe. Op die manier maak ik mijn leven tot fictie, geef ik het een plaats in de tijd, maak ik de onherroepelijkheid dat ik dood moet gaan, een tikkeltje minder erg.’
De dood keert terug in de korte afdeling ‘Manieren van sterven’, waarin de gedichten
betrekking hebben op de dichter zelf. Het feit dat we allen eens moeten sterven, geeft voor hem betekenis aan het leven, maakt ‘de uren kostbaar’. Ook de angst voor de dood maakt dat het leven meer gewicht krijgt en ten volle beleefd wordt. Niet voor niets heeft Ducal als motto voor de bundel een citaat van E. M. Foster gekozen: ‘Death destroys a man: the idea of Death saves him.’
In de afdeling ‘Hoe raak ik je kwijt’ herdenkt de dichter de doden die hem dierbaar zijn: een vriend, een geliefde, een zoon. Liever was hij hen kwijtgeraakt door ‘schuld of misverstand’, want de dood wist alles uit tot ‘een ondraaglijke leegte’, terwijl de dichter liever denkt dat de doden ergens nog leven. ‘Hoe raak ik je kwijt als je nergens bent,/ behalve in mij. Ik ben niet zo wijd.’
Kiezen voor geluk
Toch eindigt de bundel in de laatste afdeling op een positieve toon. We leven nog
en we kunnen nog steeds gelukkig zijn als we daar voor kiezen. Wel stipt de dichter in het gedicht ‘Betrapt’ nog even het gevoel van hypocrisie aan dat hem af en toe besluipt: ‘het kleedt onecht, de liefde voor de medemens’: mag je het leed van anderen betreuren als je zelf gelukkig bent? Als het lyrisch ik ‘mij voor de spiegel/ een uit de krant geknipt patroon/ van somberte aanmeet’?
Een gewetensvraag die voor ons allen geldt: ‘Ik heb op die manier
veel ongeluk gekend/ dat mij in anderen is overkomen.’ Zelf blijven we buiten schot.
De dichter kiest ervoor om ondanks alle geweld en ellende voor het geluk te kiezen:
‘Er zit bloed aan mijn hand, van de wereld,
die stuk is. Ik loop naar buiten,
het geluk achterna.’
Deze strak gecomponeerde bundel laat zien hoe buiten- en binnenwereld niet te scheiden zijn. Wat er buiten ons gebeurt, raakt ons. Ducal verenigt het maatschappelijke gebeuren met het persoonlijke leven en probeert duidelijkheid te scheppen in een verwarrende wereld en in zijn eigen geest. Hij doet dat op een manier die iedereen, die zijn gedichten leest, betrekt bij wat er in hem omgaat. Zo maakt hij de lezer door middel van de taal deelgenoot van zijn angst, twijfel en wanhoop, waar iedereen zich in kan herkennen. Maar de manier waarop hij doet, dat kan Ducal alleen.

Tijd voor vrede
Charles Ducal
Verschenen: 2025
Uitgever: Atlas Contact
ISBN 9789025476571
88 pagina's
Prijs: € 22,99
Kopen bij Libris













Geef een reactie