In de ogen van vertaler en schrijver Tezer Özlü (1943-1986) was eenzaamheid de kern van het leven. Als we alleen zijn binnen de muren van ons huis zijn we volgens Özlü het meeste onszelf. Maar waar dan ook, in het leven zijn we eigenlijk altijd alleen, zo stelde ze. Of we nu slapen, onderweg zijn, of zitten te lezen, of naar buiten kijken.
Zelfs als we met anderen zijn, hoe intiem ook, we zijn alleen. ‘Iedere gedachte, ieder gesprek betekent op jezelf zijn.’, schrijft ze in Reis naar de rand van het leven. ‘Iets met iemand anders delen betekent toch weer met jezelf delen. Met iemand vrijen betekent toch weer met jezelf vrijen. Met iemand samen zijn betekent alleen zijn. Onthoud dat.’ Om eraan toe te voegen dat Cesare Pavese gelijk heeft, die ze vaak citeert: ‘De wereld is wat ze is. Wie zichzelf niet kan redden die wordt door niemand gered.’
Literatuur als uitweg
En zichzelf redden kon Özlü. Geboren in 1943 in West-Turkije en opgegroeid in Istanbul, doolde ze vanaf haar dertiende rond in de wereldliteratuur. Klassieke literatuur bleek een welkome uitweg uit het beklemmende milieu waarin ze opgroeide. Ze verslond boeken van grote Russische, Duitse, en Italiaanse schrijvers: van Dostojevski en Gogol, tot Goethe, Schiller, Hölderlin en Rilke. Maar ze zag haar diepste verlangens vooral gelaafd in de boeken van haar vader en van Pavese.
Als ze begin twintig is, ontdekt ze in reizen een tweede uitweg. Al liftend reisde ze door Europa, haar drie echtgenoten kwam ze steevast ver van haar geboortegrond tegen. Reizen was voor haar een beproefde manier om haar eigenzinnigheid te bewaren en haar onafhankelijkheid te bevechten. Om zich niet te hoeven passen in welke verplichting dan ook. Het was haar manier om zichzelf opnieuw uit te vinden en een nieuw thuis voor zichzelf te creëren. Want ‘reizen zijn nieuwe levens, die uiteindelijk uitmonden in werelden.’
Werelden die Özlü voor zichzelf vooral opbouwde uit woorden en denkbeelden die ze ontleende aan klassieke auteurs. In het bijzonder aan drie schrijvers die ze bewondert: Kafka, Svevo en Pavese. Hen reist ze rond haar veertigste achterna in Reis naar de rand van het leven, een reis van slechts twee weken vanuit Berlijn, dwars door Europa, via Praag en Trieste, naar Santo Stefano Belbo. Een reis waarbij de dood nooit ver weg is, al was het maar omdat ze haar route zorgvuldig had uitgestippeld: Langs de graven van de drie zelfmoordenaars Kafka, Svevo, en Pavese.
Loutering van de dood
De dood is voor Özlü niet iets om voor weg te lopen. Zo mijmert ze bij het graf van Kafka, ‘Het einde van het leven heeft mij nooit ver weg geleken. In ieder gezicht, iedere ademtocht, in ieder die groeide, die oud werd, in iedere omhelzing, iedere ochtend heb ik het einde van het leven gezien.’
Sterker nog, Özlü viert in haar boek de loutering van de dood, die haar de moed geeft om te leven. Ze vierde ook de loutering van haar geliefde dode schrijvers die er volgens haar in geslaagd zijn om van deze wereld nog een enigszins leefbare te maken doordat ze alles wat er echt toe doet beschreven hebben. De dood is niets om bang voor te zijn, zo zegt ze, het zal ons juist verbinden en samenbrengen. Een inzicht dat ze – opnieuw – aan Pavese ontleent, haar favoriet, die ze opnieuw citeert: ‘De dood zal komen en jouw ogen hebben’.
Marburger Literaturpreis
Slechts enkele jaren na haar literaire roadtrip door Europa komt de dood haar in 1986 in Zürich halen. Ze sterft aan de gevolgen van borstkanker, slechts tweeënveertig jaar oud. Voordat de dood zich aandiende, ontving ze voor Reis naar de rand van het leven, dat ze oorspronkelijk in het Duits heeft geschreven, de Marburger Literaturpreis. En was ze nog voor korte tijd teruggekeerd naar Istanbul waar haar reisboek in Turkse vertaling verscheen. Een vertaling die fors afwijkt van het Duitse origineel, opdat haar Turkse lezers de Europese literaire context beter konden begrepen. Het is deze versie die voor de Nederlandse vertaling het uitgangspunt is geweest.
Net als bij haar geliefde Pavese, haalde de dood haar kort nadat ze literaire erkenning kreeg. Het kan haast niet anders of dat heeft haar naast verdriet ook berusting en misschien zelfs een glimlach gebracht. ‘De dood zal komen en jouw ogen hebben – deze dood die altijd bij ons is van de ochtend tot de avond, wakend, doof, als een oud gevoel van spijt, of een dwaze ondeugd.’

Reis naar de rand van het leven
Vertaling door: Hanneke van der Heijden
Oorspronkelijke titel: Auf den Spuren eines Selbstmords
Verschenen: 2025
Uitgever: Uitgeverij Jurgen Maas
ISBN 9789493397064
200 pagina's
Prijs: € 22,50
Kopen bij Libris












