Judith Herzberg – Bijna 90 Hopla’s

Het wegdenken van woorden

Recensie door Johan Reijmerink

Het is niet voor het eerst dat Judith Herzberg zich in haar nieuwe bundel Bijna 90 Hopla’s bedient van de korte dichtvorm. Bijna tien jaar geleden introduceerde zij deze dichtvorm in Nederland. Ze publiceerde zulke poëtische snippers in bundels als Dagrest (1984) en Het vrolijkt (2008). In 2014 verscheen 111 Hopla’s en in 2021 100% Hopla’s. Nu is Herzberg een dichter die doordacht en sober met haar woorden omgaat. Herzberg is in staat om met weinig woorden gelaagdheid aan te brengen en de ambiguïteit werkzaam te laten zijn in haar verzen. Het vervreemdende effect daarvan maakt het wezen van haar poëzie uit. Een dergelijke omgang met taal zorgt voor een veranderde blik op de werkelijkheid, al is het maar tijdelijk. Daarin gaat iets van het mysterie van de poëzie schuil.

Of deze snippers zijn blijven liggen na voltooiing van eerdere bundels of van die in wording zijn, doet eigenlijk niet zo ter zake. Herzberg acht ze levensvatbaar en geschikt voor publicatie. Deze hopla’s doen denken aan de vertaalde Spaanse copla’s van Hendrik de Vries. Een vrije versvorm van vier versregels en acht lettergrepen. Verder raken ze in hun beperkte omvang en woordgebruik aan de slanke, soms eenregelige Japanse gedichten van Bashõ. Of aan het Perzische ghazele dat uit zes verzen van twee regels bestaat. Hélène Swarth vertaalde dat soort verzen begin twintigste eeuw. En niet te vergeten de Japanse haiku die met zijn lyrische beknoptheid als drieregelige vers bestaande uit zeventien lettergrepen. De korte verzen van de schilder-dichter Willem Hussem (1900-1974) munten uit in beeldrijkdom. Zijn begeleidende Japanse kalligrafieën staan op zichzelf naast de korte gedichten. In deze verzen is alles en iedereen met elkaar verweven. De korte gedichten van Herzberg staan in een traditie en in al haar eigenzinnigheid heeft ze er een eigen naam aangegeven.

Hopla, het leven in en uit

Bijna 90 hopla’s zijn twee, drie- of vierregelige verzen, meestal slechts één strofe van verschillende regellengte, al dan niet voorzien van een titel. Dat alles vervat in een klein formaat boekvorm met stevige omslag. Een boekje voor in de tas om waar dan ook ter hand te kunnen nemen en je even te laten inspireren: ‘hopla’, het leven van alledag in en uit. Er is geen vast pandoer in vorm en inhoud van deze verzen. Soms ligt het geestige accent in de laatste versregel:

‘vrolijk kwetteren
de vogels maar het
allerkwetterendste jij’

Zo personifieert de dichter de ‘volwassen / ‘golven die ze in het meer nog laat nalebberen ‘in riet en gras / aan kiezelkant’. De alliteratie in het laatste woord onderstreept nog eens de zachte botsing met de oeverrand. Het is een verrassende opening in ‘Wegdenken’ om je voor te stellen de mensen uit je bewustzijn weg te denken en je af te vragen wat de bevindingen van de schoenen van die mensen zijn over wat voor mensen het zijn. Dan weer speelt ze met de letterlijke en figuurlijke betekenis van een woord als ‘tippen’ in ‘Protocol’. Ergens niet aan kunnen tippen heeft protocollair niets van doen met het drinken van het een of andere soort sap op een receptie. 

Diverse invalshoeken

De onderwerpen die in deze hopla’s worden aangesneden zijn heel divers. In alle gevallen is de dichter erop uit het vertrouwen in eigen waarneming te ondermijnen, iemand op het verkeerde been te zetten. Soms komt het niet verder dan een woordgrapje, zoals in: ‘Gehoord’

Hoe
Bedoelu
Zonnen
Schadu’

Geestig is het sympathieke bedrog van de ‘Hospita 1 en 2’. Het lekkere hapje is wat van haar eigen maaltijd over is en tegelijk snakt de hospita naar de komst van haar kostganger om hem of haar opnieuw te kunnen verwennen. Wat verhevener klinken de woorden in: ‘In plaats van kamers’

Je krijgt nog: “Het gebouw des Heren / heeft vele localen”. Een verwijzing naar Johannes 14: 2: In het huis mijns Vaders zijn vele woningen’, aldus Jezus. Waarbij het woord ‘localen’ allerlei associaties oproept.  Het de onbezorgdheid en gastvrijheid mist die de Bijbelse tekst oproept. Bovendien associeert het woord met de ‘Zang der vocalen’ (1931-32) van de Litouwse beeldhouwer Jacques Lipchitz. Waarbij de harp een eenheid vormt met het lichaam van de speler. Dan krijgt het woord meer het ontvangende dat past bij de oorspronkelijke Bijbeltekst. Geestig zijn de hopla’s ook, zoals: ‘Intimiderend’

oude vrienden
met hun nieuwe
halfbakken liefdes
effe wenne
In een tijd van partnerwisselingen een voorstelbare situatie. Herzberg zoekt dikwijls het gedoe van alledag op in haar verzen. In de ‘Vondst’ laat ze treffend zien hoezeer de telefoon een onmisbaar onderdeel van onze samenleving is geworden:

Los barst
wat bij telefoon
lach
zaterdag
Vooral dat ‘lach’ toont een subtiele pirouette in de taal van ‘lach’ naar ‘lag’, en tegelijk de momentopname van een afspraak door de telefoon die door lachen wordt begeleid.

Beeld- en slagkracht van taal

Niet altijd lukt het Herzberg om de beeld- en slagkracht van de taal te mobiliseren zoals in ‘Slotsom’: het is bedroevend / dat het niet meer hoeft’, of: ‘Hoe zo’: Ze haalde / eruit / wat erin zat. Maatschappelijke betrokkenheid spreekt uit het vers ‘Goodall’, verwijzend naar het werk van de Britse antropologe Jane Goodall (1934) en haar zorg om de apen. Dit vers is een rechttoe rechtaan oproep: ‘

en waarom dringt
nog steeds niet door
dat wij onszelf
de das om doen

In ‘Druk’ blijkt dat gepensioneerden het ‘niet eerder zo druk gehad’ hebben, en de plicht dus blijft bestaan. Weer verrassend is het luisteren in, ‘Hoe hij luistert’: De toonhoogte / van zijn ogen, van elk oog, / zo anders dan / die van een dove. Enig besef van zinloosheid is Herzberg niet vreemd. Zo stelt ze zich in ‘Slede’ voor wat de zin van een rit is: hierheen of daarheen / als in de rit zelf geen / waarheen zit. Of je eigen lichaam bevragen in ‘Intern’: je hart. je darmen / slaan alarm / herken je dat. Nee dus, vertolkt de ontgoocheling vriend te zien overlijden terwijl die gedacht, de ik te helpen wegglijden in de dood. Zo stuit zij voortdurend tegen de absurditeit van ons doen en laten aan.

Al met al is deze bundel een meer of minder persoonlijk en maatschappelijk betrokken reeks hopla’s geworden, die hier en daar verrassen in het op het verkeerde been plaatsen van de lezer. Terwijl de dichter zoveel mogelijk woorden heeft weggewerkt, wordt de lezer gedwongen de woorden te wegen in hun letterlijke en figuurlijke betekenis, hun klankspel, hun maatschappelijke insteek, hun doorbreking van het gangbare doen en laten en hun vertrouwde waarneming. Een lichvoetige bundel, geestig en zo nu en dan verrassend van toon. Hierbij dan nog een laatste:

verre van
bij lange na

Hopla!



 

Omslag Bijna 90 Hopla’s - Judith Herzberg
Bijna 90 Hopla’s
Judith Herzberg
Verschenen bij: De Harmonie (2024)
ISBN: 9789463362023
96 pagina's
Prijs: € 17,90

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Johan Reijmerink:

Recent

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen
20 juli 2024

Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

Over 'Dichter - de tuin' van verschillende auteurs; redactie Mia Goes
De kunst van rake zinnen   
19 juli 2024

De kunst van rake zinnen  

Over 'Lotgenoten' van Sabrine Ingabire
Een duivelspact
18 juli 2024

Een duivelspact

Over 'Een hart van prikkeldraad' van Lisette Lewin
Een schitterende lawine van woorden
16 juli 2024

Een schitterende lawine van woorden

Over 'Londen' van Louis-Ferdinand Céline
Een vogel per maand
13 juli 2024

Een vogel per maand

Over 'Dit gaat nooit voorbij   ' van Octavie Wolters

Verwant