Édouard Levé – Zelfmoord

Wie dolt hier met de dood?

Recensie door Adri Altink

Er zullen weinig boeken zijn die de lezer zo gepreoccupeerd openslaat als Zelfmoord van Édouard Levé. Kort nadat de auteur het manuscript van deze persoonlijke reflectie op de suïcide van een vriend aan zijn uitgever had gestuurd, hing hij zichzelf op. Met die wetenschap, die in flapteksten bij het origineel en in vertalingen wordt vermeld, ontkomt de lezer er niet aan het verhaal te willen interpreteren in het licht van die daad van de schrijver zelf. Was het boek een bewuste voorbereiding op zijn eigen zelfmoord? Ontstond zijn doodswens pas door wat hij opschreef? Of kwam die pas op toen hij de pen had neergelegd?
Zelfmoord kent tal van passages die het verleidelijk maken er antwoorden in te lezen. Maar ook wie probeert dat niet te doen heeft een intrigerend boek in handen.

Levé valt in Zelfmoord met de deur in huis: ‘Op een zaterdag in augustus kom je in tennistenue met je vrouw het huis uit. Halverwege de tuin geef je te kennen dat je je racket bent vergeten. Je gaat het halen, maar in plaats van naar de wandkast in de hal, loop je naar de kelder. Je vrouw merkt er niets van, het is mooi weer, ze geniet van de zon. Een paar tellen later hoort ze een schot’. De vroegere vriend heeft zich twintig jaar geleden doodgeschoten. Hij was 25 jaar.
Drie dagen nadat Levé het manuscript op 5 oktober 2007 had ingeleverd belde de uitgever om een afspraak te maken voor de 18de. Drie dagen vóór die datum hing de auteur zich op. Hij was 42 jaar.

Knikkers

Toen de vrouw van de protagonist van Zelfmoord hem vond lag een stripboek geopend op tafel. Ze stootte het per ongeluk dicht, zodat het een raadsel bleef of dat open boek misschien als een laatste boodschap was bedoeld.
Levé richt zich tot zijn vriend in de tweede persoon: ‘Je weet nu meer over de dood dan ik’. Hij doet dat in één lange, heen en weer springende, terugblik op diens omgang met het leven en de dood: ‘In mijn hoofd kom je tot leven in toevallige details, als knikkers die we uit een zak graaien’. Zo kunnen we al lezend geleidelijk een portret van de man krijgen: hij hield zich altijd afzijdig, was afstandelijk, somber, traag, immobiel, slim, kunstzinnig, lichtvoetig. De afstandelijkheid blijkt bijvoorbeeld uit hoe Levé over de entourage van zijn vriend schrijft. De enige namen die in het boek worden genoemd zijn die van een lid van een vroegere schoolband en van een kennis die een barbecue geeft. Hoe de vriend zelf heet komen we niet te weten. Zijn ouders, broer en zus, zijn vrouw en andere intimi krijgen geen naam en blijven daarmee anonieme figuren.

Omgekeerd lijken zijn naasten evenmin goed te weten hoe ze met zijn dood moesten omgaan. Tijdens de begrafenis krijgt zijn broer een zenuwtoeval en valt zijn zus flauw: ‘Twee verwilderde dieren in het verdriet van je uitvaart’. De moeder kan niet ophouden met huilen en de vader, door wie de vriend zich vernederd voelde, vlucht in schuldgevoel: hij prent maniakaal de hele tekst van het stripboek in zijn hoofd op zoek naar de geheime boodschap die er wellicht in lag.

Verzamelingen

Levé tekent zijn vriend aan de hand van korte scènes uit de tijd dat hij hem gekend heeft. Ze vertonen enkele steeds terugkerende trekken. Liever dan over zichzelf te vertellen is hij toehoorder: ‘de vragen die je stelde, dienden om je achter het luisteren te verschuilen’. Er zijn diverse toespelingen op de omgang van de vriend met verleden, heden en toekomst: ‘het heden was je tot last’. Veelvuldig is er het gedrag waarmee hij grip wil krijgen op wat er gebeurt en op de werking van het geheugen. De vriend verzamelde achternamen, bewaarde al zijn agenda’s en herlas die, in een boekje hield hij bij wat hij allemaal had kunnen doen (wie iets meer van Levé weet moet onmiddellijk denken aan zijn Oeuvres, waarin hij ideeën voor meer dan vijfhonderd werken opsomt die nooit zijn gerealiseerd) en zelfs had hij een agenda waarin hij de dagen tot zijn dood alvast invulde. En vooral zijn er de verwijzingen naar zelfmoord. Hij bezocht een concert waarin de zanger zijn polsen doorsneed, hij kocht tweedehands schoenen die van een zelfmoordenaar blijken te zijn geweest, en hij ontwierp zijn eigen grafzerk die hij voorzag van een sterfdatum als een bizar spel met degene die de zerk zou zien: ‘Niemand anders dan jij haalde het in zijn hoofd om te dollen met de dood’, schrijft Levé.

Alter ego?

Wat de vertelstijl betreft valt op hoe veel Levé van Georges Perec heeft opgestoken. De keuze voor de tweede persoon (‘je’) en de willekeurige wandelingen door de stad doen erg sterk denken aan Perecs Een man die slaapt; de behoefte om verzamelingen en inventarissen aan te leggen zou zo in diens Ik ben geboren kunnen staan. En Levé gebruikt voor verlaten, vervallen plekken zelfs letterlijk de term non-lieu (door Vandenberghe enigszins hybride vertaald met ‘non-plaats’) die Perec bezigde voor de restanten van de immigratiegebouwen op Ellis Island.

Zoals in het begin al opgemerkt is het lastig Zelfmoord te lezen zonder er verwijzingen in te willen zien naar Levé’s eigen einde. Daarover is in de kritiek veel gespeculeerd. Een interessante gedachte – maar ook niet meer dan een idee – is die dat allerminst zeker is dat de vriend echt geleefd heeft; hij zou een fictief personage kunnen zijn, een alter ego van Levé (onder andere in de op internet beschikbare studie Une analyse des jeux narratologiques dans l’œuvre troublante d’Édouard Levé). In dit verband is opvallend dat Levé, die fotograaf was, zichzelf ooit portretteerde als tweeling.

Ook zonder het beslissende antwoord is Zelfmoord een boeiende vertelling waarin menige verwijzing naar Levé’s eigen leven en werk zijn te vinden. Het begint al op de omslag van het boek: een door hemzelf gemaakt pointillistisch portret. Zelfmoord maakt nieuwsgierig naar meer van hem, zoals zijn Homonymes waarin hij gewone mensen portretteert die dezelfde naam hebben als een beroemdheid, of zijn Pornographie waarin hij mensen fotografeert in scènes uit pornografische films met dien verstande dat ze hun dagelijkse werkkleding dragen. Op Google zijn diverse afbeeldingen te vinden.

 


Als u behoefte heeft om te praten over zelfdoding kunt u bellen met de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of kijk op www.113.nl.

 

Omslag Zelfmoord - Édouard Levé
Zelfmoord
Édouard Levé
Vertaling door: Katrien Vandenberghe
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik (2021)
ISBN: 9789083135199
104 pagina's
Prijs: € 19,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Adri Altink:

Recent

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje
18 mei 2024

Aangrijpend mooi zelfportret van een buitenbeentje

Over 'Oever' van Ludwig Volbeda
Zusterschap zonder macht van klasse of ras
17 mei 2024

Zusterschap zonder macht van klasse of ras

Over 'Feminisme is voor iedereen (herziene editie)' van bell hooks
Twee aan twee
15 mei 2024

Twee aan twee

Over 'De tranen van de stad' van Leo Pauw
Diepgravend onderzoek overschaduwd door zweverigheid
14 mei 2024

Diepgravend onderzoek overschaduwd door zweverigheid

Over 'Zwijgende vaders' van Tim Overdiek
Obsessief verlangen het verleden te reconstrueren
13 mei 2024

Obsessief verlangen het verleden te reconstrueren

Over 'Dit is jouw tijd' van Bertram Koeleman

Verwant