In de nacht van 9 op 10 juli 2026 vond een streng bewaakt en geheim gehouden transport plaats van het Tapijt van Bayeux vanuit die Franse plaats Bayaux naar Londen. Het zal een jaar tentoongesteld worden in het British Museum. Het enorme doek beeldt de Slag bij Hastings (1066) uit waarin de Normandiër Willem de Veroveraar het Kanaal oversteekt om het leger van koning Harold in de pan te hakken en de eerste Normandische koning van het eiland wordt.
Het tapijt heeft iets van een stripverhaal. Ik moet denken aan een moderne strip waarin een onlangs ontdekt nieuw stuk van het tapijt staat afgebeeld. Fictief uiteraard. Het is het boek 99 Ways to Tell a Story – Exercises in Style (2006) van Matt Madden.
Madden is een Amerikaanse striptekenaar die in 99 Ways op 99 verschillende manieren een heel simpele anekdote vertelt over iemand die aan zijn bureau zit te werken en besluit iets uit de koelkast te gaan halen. Onderweg ernaar toe vraagt een vrouwelijke collega hoe laat het is. Hij kijkt op zijn horloge, zegt 1:15 uur, opent daarna de koelkast en verzucht: ‘Wat ging ik ook al weer halen?’. Een van de mooiste varianten waarin Madden die anekdote verbeeldt is dat pas ontdekte stuk tapijt in dezelfde kleuren en patronen als het origineel en met Latijnse teksten. Soldaat Matthias is hier onderweg naar zijn ‘glacie cistam’ (ijskast) en krijgt van collega Iessica de vraag hoe laat het. Kijkend naar een zonnewijzer noemt hij de tijd (1:15 uur).
Madden doet in stripvorm wat Raymond Queneau voor het eerst deed in 1947. Queneau vertelt in Excersis de style in 99 variaties het simpele verhaal van een man die zich in de metro ergert aan een medereiziger die steeds tegen hem aanbotst. Twee uur later ziet hij die man voor station Saint-Lazare met iemand anders die hem adviseert een knoop aan zijn jas te zetten. Daarna vertelt Queneau het verhaaltje in de vorm van een anagram, met versprekingen, als brief, in dichtvorm, als telegram, enzovoort.
Exercises de Style werd wereldwijd een hit. In het Nederlands werd het prachtig vertaald door Rudy Kousbroek. Daarnaast kreeg het in de loop der tijd weer nieuwe versies of pastiches. In 1999 vertelde Stéphane Tufféry het in de trant van Queneau en 98 andere schrijvers zoals Balzac, Proust, Camus, et cetera. Drie jaar eerder was Hervé Le Tellier er met Joconde jusqu’à cent : 99 (+1) points de vue sur Mona Lisa.
Le Tellier, Queneau en Madden hebben een band met elkaar. Ze maken alle drie deel uit van de Franse experimentele literaire werkplaats OuLiPo, en Matt Madden van de striptak daarvan, OuBaPo.
De uitdaging blijft inspireren, zoals Jan Beuving en Ionica Smeets met hun De auto, de geit en de wiskunde, 99 (2026). Hilarische (soms ontroerende) stijloefeningen naar aanleiding van een ooit beroemde Amerikaanse TV-spelshow van Monty Hall, Let’s Make a Deal. Kandidaten konden een auto winnen die was verborgen achter één van drie deuren. Achter de andere twee deuren stond een geit. De kandidaat moest één van de drie deuren kiezen (kans van één op drie dat hij goed gokte). Vervolgens opende Monty Hall een deur (waarachter een geit stond) en kreeg de kandidaat de gelegenheid om alsnog te switchen. Is de kans nu twee derde? Kon er beter gewisseld worden? Dat werd een heftig dispuut onder wiskundigen over de hele wereld. Beuving en Smeets vertellen het op 99 verschillende manieren.
De verschijning van dit meest recente boek bracht mij terug bij een vraag die ik me al stelde sinds ik het boek van Queneau las: waarom 99? Waarom niet een ander aantal?
Ik heb lang gedacht dat het een eerbetoon was aan de grote OuLiPo-er Georges Perec die zijn magnum opus Het leven een gebruiksaanwijzing schreef volgens het procedé van de paardensprong uit het schaakspel door een appartementengebouw van honderd wooneenheden heen. Op die manier kun je echter niet op de honderdste kamer komen. Vandaar dat het boek maar 99 hoofdstukken telt.
Naar aanleiding van De auto, de geit en de wiskunde dook ik opnieuw in de 99-vraag. Ik ontdekte dat ik er met mijn aanname flink naast zat: Het leven een gebruiksaanwijzing verscheen pas in 1978 en Stijloefeningen al in 1947. Het tweede kan dus geen eerbetoon zijn aan het eerste. Maar waarom dan die 99?
Ik vond een commentator op Stijloefeningen die zich erover uitlaat. Carol Sanders oppert in een boek uit 1994 dat Queneau het aantal koos om de lezer te prikkelen zelf een honderdste versie te maken. Het getal 99 heeft psychologisch gezien iets onvolmaakts.
De commercie maakt daar handig gebruik van door artikelen net onder een heel bedrag te prijzen. Bij € 99,99 zijn we sneller geneigd te kopen dan bij € 100. Die ene cent is dan net een grens die we niet over hoeven. Maar er is nog iets: 99 is ook een Kaprekargetal (genoemd naar de Indiase wiskundige Kaprekar): het kwadraat van 99 is 9801. Dat kun je splitsen in 98+0+1. En dat is weer 99. Het kan meegespeeld hebben bij Queneau, die zelf geen wiskundige was, maar binnen OuLiPo omringd was door mathematici die de schrijvers vergaand beïnvloedden.
Maar waarom zangeres Nena ook ooit voor 99 koos toen ze over Luftballons zong blijft onduidelijk. Of wilde ze ermee uitdrukken hoe dicht we in de jaren ’80 tegen een oorlog aan zaten?












