3 augustus 2020

Vergeten dichter: De dood als vriend

door Adri Altink

In mijn gymnasiumtijd maakte ik kennis met de gedichten van Piet Paaltjens. Ik las ze graag om hun mengeling van humor en tragiek. Misschien herkende ik, verlegen en in mezelf gekeerd als ik toen was, ook wel iets in Paaltjens’ hartenkreet aan Rika die eindigt met ‘Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn, / Dan, onder hels geratel en gestamp, Met u verplet te worden door één trein?’. En onweerstaanbaar komisch vond ik de regel die in ‘De zelfmoordenaar’, waarin een heer op zoek is naar een tak om zich aan op te hangen, volgt op zijn stap in een plas: ‘’t Spattend slik had zijn boordjes bemorst schier’.

Ik was vrijwel meteen benieuwd naar de man achter Piet Paaltjens. Je verzint dit soort poëzie niet zonder voedingsbodem in je persoonlijke leven, dacht ik. Toen in 1964 De dominee en zijn worgengel verscheen werd me daarmee een boeiende blik in de zieleroerselen van François HaverSchmidt, de geestelijke vader van Piet, geboden. ‘Preken, voordrachten, brieven en andere documenten’ staat op het titelblad. Ze werden verzameld en gebloemleesd door Rob Nieuwenhuys en vormen tesamen een boeiend beeld van zijn leven, zijn jeugd in Friesland, zijn studie in Leiden (waar hij als Paaltjens actief was) en zijn alsmaar zwaarder vallende predikantschap in Foudgum, Den Helder en Schiedam. Ik bleek bij lezing nog een verwantschap met HaverSchmidt te hebben, zijn worsteling met het geloof en met het oordeel van de kerk vanaf de preekstoel over ’s mensens levenswandel.

De laatste deur

Iedereen zal het wel kennen: je leest een boek dat indruk maakt maar dat toch na een aantal jaren zo diep weg is gezonken dat je je de inhoud nauwelijks nog voor de geeest kunt halen. Dat is wat mij betreft niet zo bij De dominee en zijn worgengel. Ik kan het opslaan en sommige passages nog altijd herkennen. Daaraan heeft overigens wel bijgedragen dat ik er periodiek weer in bladerde bij enkele gevallen van zelfmoord die ik meemaakte of die me anderszins beroerden. Ik kan me uit mijn persoonlijk leven zeker twee keer herinneren dat ik naar het boek greep, maar ik deed het ook toen Joost Zwagerman een eind aan zijn leven maakte. In de verzameling die Nieuwenhuys samenstelde ligt voor mij meer duiding en troost dan in bijvoorbeeld de lijvige monografie van Jeroen Brouwers over de zelfgekozen dood van schrijvers in De laatste deur. Een opmerking van Brouwers die me daarin overigens opviel is dat in het werk van HaverSchmidt / Piet Paaltjens maar één zelfmoord voorkomt en dat die geschiedt door ophanging (de heer met het schier bemorste boordje), zoals ook de auteur zelf zich op 19 januari 1894 zou ophangen aan het gordijnkoord van zijn bedstee.

Worgengel

Het is gemakkelijk om in brieven en preken van HaverSchmidt achteraf al eerdere vooruitwijzingen te zien. Wat mij echter intrigeert is dat er evenzeer aanwijzingen in te vinden zijn van geluksbelevingen. Zelfs nog ruim een maand voor zijn dood als hij in een brief aan Jeanette Klein (méér dan zomaar een vriendin?) schrijft: ‘Vanmorgen werd ik om half zes of vijf uur wakker. Ik wist niet hoe ik het had. Ik was volkomen gelukkig! Ik dacht aan al mijn bezwaren, maar zij bezwaarden mij niet of zij schenen als het ware opgeruimd’.

Dat de doem zijn gedachten beheerste maakt Nieuwenhuys echter al meteen duidelijk op pagina 4 in het motto van zijn bloemlezing: ‘Hij, de worgengel, verstaat geen scherts. Wie hem spelend de hand reikt, die laat hij niet meer los, die sleept hij mede tegen wil en dank, om kan zijn, in het eind hem neer te storten in een eigenwillig gedolven graf’. Het is een citaat uit een preek die hij hield in oktober of november 1885, ruim acht jaar voor zijn brief aan Jeanette Klein. Over de dood zegt hij in die preek verder dit: ‘Dan schijnt ze ons geen dreigende gestalte, geen verwoester van ons heil, maar een vriend die ons belooft wat geen wereld ons te schenken vermag.’ Wanhoop of verleiding? Maar dan één met pijn tot het eind, zoals blijkt uit een veel latere brief van iemand die 22 was toen het gordijnkoord strak kwam staan: ‘de tekenen waren zichtbaar doordat hij met zijn schoenen aan het beschot heeft gekrast’.

De dominee en zijn worgengel heeft mij van HaverSchmidt doen houden en via hem ook een beetje van degenen die jarenlang door hun worgengel op de huid worden gezeten. Het is een boek dat me troost biedt als ik een schim van het onbevattelijke wil zien als iemand die ik ken (of denk te kennen) er voor kiest om de laatste deur door te gaan.

 

 

De dominee en zijn worgengel
R. Nieuwenhuys, Alleen nog tweedehands verkrijgbaar

1 reactie

  • Joke van Overbruggen schreef:

    Na het lezen van deze recensie ben ik benieuwd
    wat ik van De dominee en zijn worgengel zal
    vinden.
    De Laatste deur vond ik zeer lezenswaard,
    maar niet troostend





 

Recent

28 september 2020

Fraai beschreven schoolgeluk

Over 'De gelukkigste klas' van Jack de Boer
24 september 2020

Verlangen naar verandering

Over 'Jouw zwaartekracht mijn veer' van Tom Van de Voorde
22 september 2020

De vreemdeling in huis

Over 'De vader van Artenio' van Frida Vogels
21 september 2020

Uitzicht op een huis met tuin

Over 'Lentetuin' van Tomoka Shibasaki