Suriname, eind jaren 2000. Lanny ligt samen met zijn beste vriend op het grasveld dat zich uitstrekt voor het lichtblauwe huis waar hij samen met zijn broer, moeder en oma woont. Het is warm. Zijn vriend ligt op zijn buik en steunt op zijn ellebogen, zweetdruppeltjes banen zich een weg over de welving van zijn rug. Lanny kijkt er gefascineerd naar. Zijn vriend vraagt hem of hij zijn grote geheim al aan zijn moeder heeft verteld. Lanny stamelt wat. Hij kan zichzelf vertellen dat het de vraag is die hem ongemakkelijk maakt, maar hij weet dat het komt door iets concreters: hij heeft zich net gerealiseerd hoe ‘fucking hot zijn beste vriend is’.
Verlangen en verwarring kronkelen in Mensen als zonnen en mensen als manen om elkaar heen. In zijn eerste roman laat Xillan Macrooy zien hoe Lanny – een voor een groot deel waarheidsgetrouwe, want in bepaalde opzichten gefictionaliseerde versie van Macrooy zelf – zich tussen zijn zeventiende en vierentwintigste ontwikkelt als queer jongen die opgroeit in Suriname. En die realiteit is niet bepaald mals: de gastvrijheid en de gemeenschapszin in de Surinaamse samenleving hebben hun duistere kanten. Zij zijn voorwaardelijk: je wordt met warmte onthaald, zolang je aan de heersende, ietwat conservatieve normen voldoet.
Gevoel zonder interpretatie
Macrooy schrijft zintuigelijk en intuïtief. De dingen die Lanny overkomen, komen vooral lichamelijk binnen. Hij rationaliseert of verklaart de patronen die om hem heen zichtbaar zijn niet of nauwelijks; hij mist daar op zijn jonge leeftijd de nodige mensenkennis voor. Op die manier weet Macrooy de ervaring van het puber-zijn goed te vangen: een puber voelt van alles, maar weet de dingen nog niet te interpreteren.
Door de gedragspatronen waarmee Lanny in aanraking komt niet te benoemen en verklaringen achterwege te laten, wordt Lanny een realistisch personage. Er zijn echter passages in het boek die sterk contrasteren met Lanny’s tamelijk naïeve blik op de wereld. In die scènes legt hij ineens een uitgesproken volwassen en doorgrondende blik aan de dag, waarmee hij de maatschappelijke en gedragspatronen die achter een bepaalde situatie schuilgaan uitstekend lijkt te kunnen duiden.
Tijdens een bezoek aan Nederland, bijvoorbeeld, heeft Lanny een afspraak met een man in Almere; als de man Lanny bij het station komt ophalen, blijkt hij een stuk ouder te zijn dan zijn profielfoto op Grindr deed vermoeden. Als Lanny hem daarmee confronteert, probeert de man de situatie te sussen, maar Lanny snoert hem onverbiddelijk de mond met een relaas waarin hij de vinger precies op de zere plek lijkt te leggen: ‘Weet je zeker dat jij dit bent? […] Of is het iemand op wie je zou willen lijken, iemand die een lul heeft die twee keer zo groot is als die van jou, iemand die niet de huid van iemand anders hoeft te dragen om jongens binnen te halen? […] Je moet wel heel wat te verbergen hebben als je niet eens je eigen gezicht kunt laten zien, een gezin misschien? Een vrouw die niet weet dat haar man jongens naait? Een zoon die niet weet dat zijn vader graag op zijn knieën zit?’ Met deze woorden lijkt Lanny zijn leeftijd, en zijn relatieve onervarenheid met daten en romantiek, te ontstijgen. In het nawoord schrijft Macrooy dat hij bepaalde scènes uit zijn eigen leven heeft gefictionaliseerd door Lanny te laten zeggen wat hij ‘had willen zeggen’ maar op dat moment niet kon formuleren. Deze scène is daar denkelijk een voorbeeld van.
Handreiking naar een jonger zelf
Volgens datzelfde nawoord is Mensen als zonnen en mensen als manen het verhaal dat Macrooy ‘had gemist’ toen hij ‘het nodig had’. Scènes zoals die met de man in Almere lijken inderdaad niet zozeer geschreven om een realistische weergave te bieden van opgroeien als queer jongen; zij lijken veeleer te zijn geschreven met de verwarde queer jongen in gedachten, die ervaringen opdoet die hij niet kan plaatsen, die hem misschien doen denken dat hij het zelf is die fout zit. Met deze passages lijkt Macrooy een hand uit te steken naar zijn jongere zelf. Om zijn jongere zelf op die momenten van grootse twijfel en onzekerheid een hart onder de riem te steken en de steun te bieden die zijn omgeving hem niet biedt. Met dit nobele doel voor ogen is het loslaten van Lanny als levensecht personage in bepaalde scènes, hoewel vanuit literair perspectief twijfelachtig, alleszins te vergeven.
Opgroeien als queer puber
De zintuiglijke schrijfstijl, die weergeeft dat Lanny dingen met zijn lichaam ervaart en (nog) niet zozeer met zijn hoofd, heeft op scèneniveau een waarheidsgetrouw effect: Macrooy laat zien hoe het is om puber te zijn. Maar in het aaneenrijgen van die scènes tot een narratief, tot een verhaal van een ontwikkeling van een karakter van een begin- naar een eindpunt, schuilt ook een risico voor de geloofwaardigheid van het verhaal. Door die inbedding vervult iedere afzonderlijke scène een bepaalde stap in die ontwikkeling. Aldus wordt aan de scènes een logica, een verklaring en een onderlinge samenhang verleend. Die rechtvaardiging van gevoelens in het kader van een bredere ontwikkeling komt dan weer niet overeen met hoe een puber diens gevoelens ervaart: opgroeien als queer persoon voelde, in elk geval voor ondergetekende, eerst en vooral heel messy, onlogisch en bij wijlen uitzichtloos. Door de scènes in een doorlopend verhaal te plaatsen, komt in veel boeken over de ontwikkeling van de eigen identiteit in de puberteit dat gevoel van wanhoop – juist zo dominant in die levensperiode – nooit helemaal tot uiting. Het is een narratieve keuze die in veel coming of age-verhalen is gemaakt, en die ervoor zorgt dat boeken over de puberteit – Mensen als zonnen en mensen als manen is een voorbeeld, maar Als de zon valt van Stijn de Vries ook – een cruciaal aspect van de puberteit niet vatten. Daardoor voelen zij nooit helemaal levensecht.
Dat neemt niet weg dat het esthetiseren van het opgroeien als queer persoon, door de gebeurtenissen te presenteren in het kader van een bredere ontwikkeling, troostrijk kan zijn. Die manier van schrijven over de puberteit maakt immers duidelijk dat alle gevoelens die queer tieners zelf niet kunnen duiden noodzakelijk zijn om op te groeien. Dat die noodzakelijkheid schrijnend is, staat buiten kijf. En toch: het feit dat er anderen zijn die hetzelfde doormaken, dat er maatschappelijke kaders zijn waaraan de opgroeiende queer jongen onderhevig is maar die te groot en abstract zijn om te bevatten op die leeftijd, impliceert een uiterst bemoedigende boodschap: je bent níet gek!
Een beweeglijk boek
De sprongen in de tijd en het schakelen tussen verschillende perspectieven en stijlen die alle punten op het spectrum tussen proza en poëzie beslaan, maken Mensen als zonnen en mensen als manen tot een beweeglijk boek. Het verhaal geeft op schrijnende wijze de tragiek weer van een kind dat de innerlijke chaos met man en macht binnen probeert te houden en niet aan de buitenkant wil of mag laten blijken. Het contrast tussen wat er zich van binnen afspeelt en wat daarvan aan de buitenkant zichtbaar is, wordt weergaloos weergegeven in de wervelende, haast schreeuwerige schrijfstijl enerzijds en de tederheid en sympathie die Macrooy voor zijn jongere zelf aan den dag legt anderzijds.
Het biculturele perspectief maakt dit boek een waardevolle toevoeging aan de bestaande queer literatuur. Maar of je nou queer bent of niet, of je nou bicultureel bent of niet, Mensen als zonnen en mensen als manen is een diep ontroerend verhaal dat relevant is voor iedereen.

Mensen als zonnen en mensen als manen
Vertaling door: Xillan Macrooy
Verschenen: 2025
Uitgever: Blauw Gras
ISBN 9789493374034
432 pagina's
Prijs: € 20,99
Kopen bij Libris






