Liefde voor ingekleurde non-fictie

Interview door Anky Mulders

 

Marjet Maks, schrijfster en recensent bij Literair Nederland en Jong Literair Nederland, vertrok in 2000 met haar partner vanuit Nederland naar Andalusië. Eerst gingen ze er met vakantie, werden verliefd op een oud dorpshuis met tuin, waarna de keuze snel was gemaakt. Ze gingen wonen in een authentiek bergdorp in de Sierra Nevada en begonnen er een bed & breakfast. Daarmee liet Marjet haar Utrechtse Tuinatelier achter zich en begon ze met een nieuwe creatieve uitdaging: koken en de aanleg van een mediterrane tuin. Tekenen en schilderen waren al geliefde bezigheden en in Andalusië kwam er tijd voor schrijven bij. Haar laatste boek, Kimonomeisje, gaat over de schilder George Hendrik Breitner en zijn muze, Geesje Kwak, het model op de schilderijen ‘Vrouw in kimono’.

We spreken elkaar via een videoverbinding, want voorlopig is Marjet niet in Nederland. Bij haar is het zonnig, droog en warm. ‘We hadden een zomerse kerst, zoals steeds vaker,’ vertelt ze. ‘We wonen hier nu drieëntwintig jaar, hebben nooit spijt gehad. Het dorp hebben we behoorlijk zien veranderen, van authentiek ruraal Spanje met oude mannetjes en hun ezels met traditionele landbouwmethodes naar Europees hedendaags en modern leven. Door de klimaatverandering wordt het steeds droger en warmer, dat is wel zorgelijk, maar het is interessant om die verandering van oude naar nieuwe tijd mee te maken. Ik heb er columns over geschreven voor het tijdschrift Vruchtbare Aarde, die zijn gebundeld in twee boekjes. Het dorp raakt ontvolkt, de herder met zijn schaapskudde is verdwenen. Er wonen steeds minder mensen, de jongeren trekken weg want er is hier onvoldoende werk. De bar is dicht en de winkel is nu in het nieuwe jaar ook gesloten. Sinds de pandemie staat onze bed & breakfast op een laag pitje, en dat vinden we wel even rustig na twintig jaar veel gasten over de vloer gehad te hebben.’

Marjet en haar man zijn beiden creatief, daarnaast vragen huis en tuin en hun drie honden ook aandacht. Marjet is actief met schrijven en mixed media – ze maakt collages en kunstzinnige boekjes met zelf bedrukt textiel en papier die ze verfraait met een vorm van vrij borduren.

Je schrijft behalve blogs en korte verhalen vooral historische romans. Wat trekt je daarin aan?

‘Dat is gekomen door mijn eerste boek De zucht van de Moor, een verhaal met een stuk Spaanse geschiedenis dat zich onder andere hier in deze vallei afspeelt. Bij uitgeverij Historische Verhalen verschenen ook drie korte verhalen van mij, ik vind de kapstok van historische feiten ingevuld met fictie leuk en leerzaam.

Maar mijn liefde voor de historische roman is vooral voortgekomen uit de familiegeschiedenis van mijn voorouders van vaders zijde. In 2014 publiceerde ik Voor onze tijd, kroniek van een Amsterdamse familie. De naam Maks stamt af van een Hollandgänger uit Duitsland die in 1740 in Amsterdam neerstreek als bakker. Zijn zoon werd tapper. Dat kwam vaker voor, bakkers en tappers gebruikten hetzelfde graan voor hun producten, brood en bier. Vervolgens heb ik me verdiept in alle beroepen die voorkwamen in mijn familie, naast bakker, tapper/kroegbaas, ook aannemers en tabakshandelaren. Die beroepen beschreef ik tegen de achtergrond van de geschiedenis van Amsterdam. Machtig interessant. Ik ben er zo’n vijf jaar mee bezig geweest. Mijn overgrootvader was aannemer en heeft onder andere de fundamenten van het Rijksmuseum gebouwd. Dat en de anekdotes die in de familie rond gingen werden de aanleiding voor het verhaal. Het speelt van 1780 tot 1926. De historische achtergrond berust zoveel mogelijk op feiten, maar hoe mijn voor- en grootouders met elkaar leefden en wat ze zeiden vulde ik zelf in. De genealogische en andere research ging vooral via internet. Hoe men bijvoorbeeld omging met cholera, dat is er allemaal te vinden. De verhalen hebben zeker een waarheidsgehalte, ik noem het ingekleurde non-fictie.’

 

Lees je wel fictie? 

‘Zeker, vooral Nederlandse en Engelstalige literatuur, onder meer wat ik voor Literair Nederland lees, inclusief de kinderboeken, om te recenseren. Het is boeiend om zoveel verschillende boeken te lezen, die ik zelf in eerste instantie niet zou kiezen, maar ik heb zo al heel wat juweeltjes mogen leren kennen. Het leuke van recenseren is dat je intensiever leest, je moet woorden geven aan je kritiek. Mild of ferm, het moet onderbouwd zijn. Ik vind het ook belangrijk om auteurs die soms jaren over een boek hebben gedaan, te erkennen, te laten weten dat ze iets hebben losgemaakt. Vroeger stuurde ik schrijvers wel eens een persoonlijk bericht via de uitgever, nu doe ik dat met recenseren.’


Hoe kwam je aan het plan voor Kimonomeisje?

‘Ik kwam op het idee door het boek Schilderslief van Simone van der Vlugt, dat gaat over Geertje Dircx, een geliefde van Rembrandt. Ik vond het een goed idee om de mensen rond een historische figuur uit te lichten en een stem te geven. Bij mij kwam meteen de Amsterdamse kunstschilder Breitner op, ook omdat er een relatie lag met de kunstschilder Kees Maks, een neef van mijn grootvader. Maks was een leerling van Breitner en is ook aardig bekend, er hangt een groot doek van hem in de Stopera en in diverse musea in Nederland, zoals Singer in Laren. De twintig jaar jongere Maks kwam Breitner op straat tegen in Amsterdam. Ze maakten een praatje en Maks wist Breitner over te halen hem les te geven. Daar eindigt Kimonomeisje mee. De vader van Kees Maks was ook aannemer en bouwde in 1902 een atelier op het Prinseneiland voor zijn zoon en Breitner. Het is in Nederland het eerste kunstenaarsatelier dat speciaal voor kunstenaars gebouwd is. Maar het boek gaat primair over Breitner en Geesje Kwak.’


Kimonomeisje
is een lief, aardig boek, prettig om te lezen. Eerder gaf je aan dat je vond dat er te weinig conflict in zat. Was je achteraf niet zo tevreden?

‘Jawel, toch wel. Ik heb het ook bewust zo gedaan omdat ik de feiten die over Breitner bekend zijn zoveel mogelijk wilde gebruiken. Over Geesje was nauwelijks wat bekend, behalve dat ze een naaister of hoedenmaakster was en dat ze naar Zuid-Afrika emigreerde waar ze vrij snel op haar tweeëntwintigste stierf. Dat ze bleef doorleven in kimono op die schilderijen vond ik een mooi gegeven. Verder zal er niet zoveel gebeurd zijn. Ik dacht, ik kan ze wel samen in bed laten belanden, maar dat vond ik banaal. En het is waarschijnlijk nooit gebeurd, het blijkt nergens uit. Dus ik heb er een vader-dochter idee van gemaakt, een thema dat veel terugkomt in mijn verhalen. Geesje groeide doordat ze keek naar zijn schilderijen en luisterde naar wat hij zei; hij raakte dankzij haar uit een depressie nadat hij hersteld was van een oogziekte. Zij was gewoon zijn muze, tussen 1893 en 1896. Breitner stierf in 1923. In de hoop op wat extra aandacht voor zijn honderdste sterfjaar schreef ik Kimonomeisje dat bij uitgeverij Ellessy verscheen.’

Ellessy heeft ook Marjets Riviermist uitgegeven dat ook als e-book en luisterboek is verschenen. Haar eerder verschenen boeken gaf Marjet in eigen beheer uit, zoals Naar het land van het lopend licht, een uit vijf delen bestaande familieroman. ‘Veel werk en geen vetpot. Ik ben er niet goed in om mezelf te verkopen. En ik vind het ook niet zo belangrijk meer. Het schrijven is leuk, het onderzoek is interessant en natuurlijk is het een mooie erkenning als je boek gelezen wordt.’ Literaire uitgevers wezen haar boeken af. Marjet noemt zichzelf een ‘semi-literaire schrijver’, toegankelijk voor een breed publiek. ‘Ik wil goede, prettig leesbare en originele romans schrijven en dankzij Ellessy kunnen we nu een paar keer per jaar uit eten,’ lacht Marjet.


Riviermist
heeft een aparte insteek, het is losjes gebaseerd op Wagners opera Der Ring der Nibelungen. Hoe zit dat?

‘Twee vrienden, die je kunt zien als Wodan en Alberich, vinden een juwelenkistje, dat staat voor het Rijngoud. Ook andere personages uit de Ring staan voor personages uit Riviermist. Na allerlei verwikkelingen wordt “Siegfried” opgevoed door “Brünnhilde”. In mijn verhaal is Siegfried Zyss, een kind van een broer en zus, hij heeft een bochel en is een beetje simpel maar heel muzikaal. Hij speelt accordeon in Amsterdam en is uiteindelijk een goed mens, ondanks dat hij uit het kwaad is voortgekomen. Mijn grootmoeder was operazangeres, zij zong voor haar huwelijk in 1910 de rol van Brünnhilde in de Ring. Met mijn neefjes en nichtjes speelden we met haar toneelkostuums, zoals de maliënkolder van Brünnhilde. Het verhaal intrigeerde me als kind al. Ik heb eerst de hele Ring geanalyseerd en de plotlijn vertaald naar het heden. Het speelt deels ook tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste personages heb ik eruit gepikt en hun psychologie en achtergronden uitgewerkt naar hedendaagse problematiek. Het is pure fictie en een beetje bizar, want enigszins ongeloofwaardig. Maar in literatuur kan dat. Als je Der Ring der Nibelungen kent, kun je dat verhaal wel in mijn boek terugzien.’


Waar ben je nu mee bezig?

‘Ik schrijf niet zoveel nieuws meer. Er liggen nog een paar onaffe manuscripten, ik kan nog wel even voort. De eerste versie schrijf ik met de hand, heb wel dertig kladblokken vol. Daarna typ ik het verhaal uit en dan ga ik herschrijven. Dat vind ik het leukste, de tekst steeds beter maken. Ik probeer wel ieder jaar iets te publiceren, maar het is geen must meer.’

Momenteel is Marjet vooral bezig met papier en stof bedrukken, borduren, schilderen, collages maken. Op haar website staat: ‘”Met een drukpers print ik met reliëfcollages structuren, met oud roest maak ik gekke vlekken in stof, ik borduur met wilde steken en creëer pagina’s die ik samenbind in een boekje, al dan niet met teksten van mezelf of anderen.” Het is allemaal geëxperimenteer, toch wil ik wel wat laten zien.’

Op de achtergrond blaft een hond, in beeld komt een kwispelende staart. Alsof hij weet dat we aan het einde van het interview zijn. ‘Dit is Vidal,’ zegt Marjet. ‘Zijn zus heet Lucia, Leven en Licht. Hun vader en moeder waren zwervers die we jaren geleden opnamen, twee fantastische honden, die per ongeluk een nestje kregen. De moeder heet Felisa, wat geluk betekent. Het is tijd om uitgelaten te worden, maar ze kunnen best nog even wachten.’

 

 

 


Kimonomeisje en Riviermist verschenen bij Uitgeverij Ellessy

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

20 januari 2024

Wat is het niets?

18 januari 2024

Wie ben ik?

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 januari 2014

Knap gemonteerde, meerstemmige witz Knap gemonteerde, meerstemmige witz
Recensie door Maarten Buser

Laten we gewoon met een gedicht beginnen, en daarna een vraag; hoe minder je weet hoe beter:

‘Even een gebbetje
Vanochtend gehoord op lijn 51 naar Amstelveen
Hoe noem je een jood met een gasfles uit zijn rug?

Dit delen: