Grote schrijvers en hun onuitputtelijke bron van verhalen en ideeën

Door Ingrid van der Graaf

Ianthe Mosselman is initiatiefnemer van ‘Het grote Schrijversinterview’, een serie gesprekken met vrouwelijke Nederlandstalige auteurs die een imposant oeuvre hebben opgebouwd. Schrijvers die haar door hun boeken hebben geïnspireerd. Door de coronacrisis werd het eerste interview, met Astrid H. Roemer, uitgesteld. Nu de regels versoepeld zijn, zal dit volgende week plaatsvinden. 

Als programmamaker bij De Balie maakte Mosselman verschillende cultuurprogramma’s waaronder het jaarlijkse ‘Gesprek Voor de Dam’, en interviewde ze verschillende internationale schrijvers. Voor de Volkskrant schrijft ze zo nu en dan opiniestukken. Zo schreef ze vorig jaar een stuk naar aanleiding van het boekenweekthema ‘De moeder de vrouw’ waarin ze haar kritiek uitte op de CPNB die ondanks het thema het niet relevant vond een vrouwelijke schrijver het boekenweekgeschenk te laten schrijven. Ze concludeerde dat ook in de letteren gelijkwaardigheid blijkbaar nog ver te zoeken is.

Dat de aandacht voor literatuur zich steeds meer in de marge van de samenleving bevindt, was voor haar aanleiding een serie interviews te organiseren onder de titel ‘Het Grote Schrijversinterview’. Waarmee ze grote vrouwelijke schrijvers zoals Vonne van der Meer, Saskia de Coster, Astrid H. Roemer, Connie Palmen en Charlotte Mutsaers, de aandacht wil geven die ze verdienen. In interviews van elk anderhalf uur, zal Mosselman ingaan op fragmenten uit het werk van de schrijvers. Over het ontstaan van hun verhalen, hoe hun personages mensen worden en welke schrijvers hen hebben geïnspireerd. 

Voor Literair Nederland mailde ik met Ianthe Mosselman over het belang van lezen, wat we kunnen leren van literatuur, grote schrijvers en hun waardering en met een mooie leeslijst voor de zomer.


Waarom een serie interviews met enkel vrouwelijke schrijvers?

‘Het is belangrijk dat er over literatuur gepraat wordt, dat daar de tijd voor genomen wordt. In de afgelopen jaren heb ik vaker in De Balie schrijvers geïnterviewd, en dat zijn echt mooie gesprekken, er ontstaan altijd nieuwe inzichten. Ik wilde dus meer interviews doen en met de ophef vorig jaar over het thema van de Boekenweek dacht ik meer na over de mate van aandacht voor vrouwelijke schrijvers in Nederland. Ik vind dat we echt veel goede vrouwelijke schrijvers hebben, en hun werk verdient een groter podium dan ze nu krijgen. En als programmamaker heb ik de mogelijkheid hen dat te geven.’ 


Wat wil je laten zien met deze interviews? 

‘In een bericht las ik dat de laaggeletterdheid toeneemt, dat jongeren lezen tijdsverspilling vinden, terwijl ik denk dat je van literatuur veel kunt leren. Niet dat literatuur je per se een beter mens maakt, maar wel dat het je een soort levenservaring geeft. Literatuur beschrijft de mooie en lelijke kanten van het bestaan en laat zien hoe andere mensen leven en met de moeilijke kanten omgaan. Daarover doorpraten met elkaar leert je iets over jezelf en anderen en de wereld waarin je leeft. Bovendien is het toch ontzettend wonderlijk hoe schrijvers van niets een verhaal maken, een verhaal dat je ontroert of boos maakt of verwart. Ik denk dat het noodzakelijk is om te laten zien hoe bijzonder dat is, zeker in een tijd waarin sommigen met dedain naar kunst en cultuur kijken.’


Hoe kwam jezelf tot lezen in je jeugdjaren en welke boeken las je? 

Ik las heel veel kinderboeken, Tonke Dragt, Astrid Lindgren, Abbing en Van Cleeff, Roald Dahl. De bibliotheek was bij ons om de hoek, daar kwam ik vaak en mijn moeder gaf mij ook vaak boeken. Op de middelbare school heb ik veel Engelse boeken gelezen. We volgden daar een methode, die was opgezet door mijn Engelse docent. Geen grammaticales, maar tien boeken per jaar lezen en brieven schrijven. In de eerste klas was dat de serie over Sophie van Dick-King Smith, en later Harry Potter, A Series of Unfortunate Events, the Princess Diaries. 


Wat zijn voor jou grote schrijvers?

‘Schrijvers die invloed op me hebben gehad zijn vindingrijk in hun taalgebruik en lijken over een onuitputtelijke bron van verhalen en ideeën te beschikken. Zulke schrijvers krijgen het voor elkaar om telkens weer iets te schrijven dat je raakt. Judith Herzberg schreef in een gedicht in de bundel Liever brieven: ‘Hoe heerlijk moet het zijn/ je in gedichten te begeven/ zonder dat schrijnende:/ had ik dat maar geschreven.’ Dat is ook iets wat grote schrijvers doen, ze maken je jaloers met hun vondsten.’ 


Vrouwelijke schrijvers als Joan Didion, Simone de Beauvoir, Margaret Atwood hebben een hooggewaardeerde status bereikt in eigen land en daarbuiten. Kennen we ook in Nederland zo’n vrouwelijke schrijver?

‘Ik vind het moeilijk te vergelijken. De schrijvers die ik voor De Balie ga interviewen vind ik erg goed. Of ze even goed zijn als anderen, of beter, vind ik niet zo interessant. Ik vraag me ook niet af of Tommy Wieringa en Ilja Leonard Pfeijffer de nieuwe Hemingway en Salinger zijn. Didion, De Beauvoir en Atwood kent min of meer iedereen met een interesse voor literatuur. Er zijn inderdaad hele goede Nederlandse schrijvers die in diezelfde periode als deze drie geboren werden, zoals Andreas Burnier, Judith Herzberg en Vasalis.  Maar qua waardering lopen ze ook internationaal achter op mannelijke schrijvers.’ 

‘Ik ben geen expert op het gebied van receptie, maar hun werk heeft een kwaliteit die wat mij betreft meer gewaardeerd mag worden. Literatuurwetenschapper Corina Koolen promoveerde op ongelijkheid in de literatuur en een van haar bevindingen was dat er ondanks dat ongeveer 40 procent van de literaire romans wordt geschreven door vrouwen; grofweg driekwart van de grote prijzen naar mannelijke auteurs gaat.’ 


Is er na de ophef over het boekenweekgeschenk van vorig jaar, verandering te bespeuren in de waardering voor vrouwelijke schrijvers?

‘Op de long- en shortlist voor de Libris Literatuurprijs stonden dit jaar evenveel mannen als vrouwen, dat lijkt me wel een verandering. Nu vind ik niet dat er altijd een precieze verdeling gemaakt moet worden, maar ik denk wel dat het belangrijk is dat mensen beseffen dat ze werk van een vrouwelijke schrijver wellicht minder waarderen dan dat van een man en dat dat dus niet alleen te maken heeft met wat er op papier staat. Aan de mensen die in de literaire wereld werken de taak om te laten zien dat ook het literaire werk van vrouwen zeer de moeite waard is.’ 


De eerste schrijver in deze serie gesprekken is Astrid H. Roemer. Wat is de betekenis van haar werk?

 ‘Literatuurwetenschapper Maaike Meijer zei over Astrid H. Roemer dat ze de eerste schrijver is die op een zelfbewuste en volkomen oorspronkelijke literaire manier stem gaf aan het postkolonialisme van Nederland. Maar dat is niet de belangrijkste reden waarom ik haar gevraagd heb om deel te nemen aan deze serie. Ik vind haar een ontzettend goede schrijver. Er is een fragment uit Olga en haar driekwartsmaten dat nu al dagen door mijn hoofd spookt en waar ik telkens aan moet denken. Roemer beschrijft daarin hoe iemand sterft en dat doet ze zo treffend en ontroerend. Heel bijzonder hoe ze dat doet. Het voelt alsof ik het zelf heb gezien, en daar wil ik met haar over praten.’ 


Als je de bezoekers één boek zou moeten aanraden van elk van de schrijvers die je gaat interviewen, welk boek zou dat zijn?

Gebroken wit van Astrid H. Roemer, Nachtouders van Saskia de Coster, Eilandgasten van Vonne van der Meer, Jij zegt het van Connie Palmen en Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers. Dat lijkt me best een mooie zomerleeslijst zo. 

 

 


Kijk hier voor meer informatie over de serie Het Grote Schrijversinterview.

 

Recent

25 november 2020

De wereld op zijn kop

Literair Nederland - 10 jaar geleden

08 december 2010

De goede terrorist bestaat
Recensie door Albert Hogeweij

De meeste mensen zullen Albert Camus nog van de middelbare school kennen. Van de roman De pest of De vreemdeling, die in 1942 verscheen, en uiting gaf aan de weerzin om altijd maar in de pas te moeten lopen met de heersende normen en waarden.

Lees meer