‘Aanvankelijk heb ik me soms afgevraagd of de plotselinge opleving in interesse voor mijn werk aan jou te danken is, (…).’ Dat schrijft de Zuid-Afrikaanse schrijfster en journalist Dot Serfontein (1925-2016) aan haar dochter, dichter en schrijver Antjie Krog, in Binnenrijm van bloed, Krogs autobiografische roman. Daarin beschrijft ze het leven van haar moeder en hun onderlinge relatie, tegen de Zuid-Afrikaanse achtergrond. Hoewel moeder en dochter geregeld met elkaar overhoop lagen, voelde Dot zich van haar vijf kinderen toch het meest met Antjie verwant. Ze zijn beiden koppig, weigeren elkaar iets toe te geven.
Ze zijn Afrikaners, witte mensen. Maar waar Antjie actief is in de anti-apartheidsbeweging en onverbloemd over rassensegregatie en geweld door de witte regering schrijft, steunt de conservatieve Dot, afstammeling van de Boerenoorlog-generatie, de christelijke traditionele waarden van het apartheidsregime; het is het fundament van haar leven. Wat moeder en dochter bindt is de liefde voor literatuur en het schrijverschap, de betekenis van woorden en taal. Ooit woonden ze beiden op de ‘plaas’ (boerderij) Elandspruit in Kroonstad in de Vrijstaat.
Fundament
Op haar negentigste breekt Dot een heup, waardoor ze in haar appartement in woondomein Arborpark dag en nacht op verzorging is aangewezen. Haar man is al overleden, de plaas hebben ze noodgedwongen verkocht. Ze noemt zichzelf een ‘oude apartheidsmastodont’, wilde een witte verpleegkundige, ‘maar volgens de thuiszorg willen alle bejaarden die en er zijn er maar een paar van’. Antjie komt haar moeder na een lange afwezigheid bezoeken. Dot is content met de zwarte verpleegster – ‘Ze spreekt Afrikaans zoals jij en ik’.
Krog gebruikt brieven, herinneringen, gesprekken, interviews en dagboekfragmenten om de geschiedenis van haar moeder en van het land dat ze beiden liefhebben te vertellen. Heden en verleden lopen door elkaar. Vaak is de scherpe en stilistisch begaafde Dot aan het woord in brieven aan Antjie, of in haar dagboek, of in haar verhalen. Antjie vertelt het heden en biedt terugblikken, en er zijn ook andere stemmen. Serfontein studeerde aan de universiteit van Pretoria, schreef boeken en artikelen, kreeg kinderen en was daarnaast samen met haar man, journalist Willem Krog, boer.
Ze groeide op met verhalen over de (Tweede) Boerenoorlog, de Britse wreedheden, de verkrachtingen, de concentratiekampen waarin tienduizenden stierven. Later werd er niet meer over gesproken. Als Antjie ernaar vraagt blijkt dat er ook in de familie slachtoffers waren. De Afrikaner nationalisten zijn in Dots ogen redders en voorvechters, haar hele generatie zag het behoud van de eigen, witte cultuur en het Afrikaans als een overlevingsstrijd om het bestaan. Een van haar publicaties is een dik boek over de geschiedenis van Kroonstad waarin ze met geen woord rept over de zwarte bevolking.
Niet denken iets bijzonders te zijn
Dot knipte haar haar met een keukenschaar, liet het haar op benen, onder oksels en op haar bovenlip vrijelijk groeien en had een dikke laag eelt onder haar voeten doordat ze altijd op blote voeten liep. ‘Ze lijkt op geen enkele ander vrouw die ik ken,’ schrijft Krog. Haar moeder was wars van modieusheid en zag met lede ogen aan dat Antjie zich precies zo wilde kleden als andere jonge vrouwen. ‘De Here heeft me een kind geschonken dat ernaar smacht om net zo te zijn als iedereen.’ Tegelijkertijd geeft ze later Antjie te verstaan dat ze niet moet denken iets bijzonders te zijn omdat ze beiden schrijven. Het is een gegeven, zoals andere vrouwen koken en wassen.
De dag- en nacht patiëntverslagen van Dots verpleegsters staan chronologisch tussen de andere teksten in en geven een intiem beeld van haar fysieke aftakeling vanaf 2013 tot haar overlijden in 2016. Hoe ze heeft geslapen, of ze pijn heeft, of ze eet, hoe ze zich voelt, wat ze doet. Geestelijk blijft ze de ironische realist die ze was, schrijft nog brieven, citeert dichtregels en maakt tekeningetjes. Naarmate de jaren verstrijken neemt het verval toe. Antjie is getuige, kijkt als versteend toe hoe de verpleegster haar moeders benen en voeten insmeert met zalf, vindt dat zij het zou moeten doen maar kan het niet. Ze vlucht terug naar haar huis in Kaapstad.
Een van de keren dat Antjie op bezoek is zegt haar moeder ‘s ochtends na het opstaan: ‘Vanochtend moet je dit ding voor me opzetten.’ Ze geeft haar twee cd’s met een verslag van de begrafenis van Verwoerd. Omdat Antjie de cd-speler niet aan de praat krijgt, gaan ze in haar auto in de garage zitten luisteren. ‘Van die mannenstem alleen breekt het zweet me al uit. Het is die overbekende gedragen toon, het hoogdravende Afrikaans, het overdreven accent van mijn jeugd, het van god gegeven gezag… Mijn moeder lijkt erdoor verrukt,’ schrijft ze.
Andere bewoners van Arborpark komen aanlopen. ‘Natuurlijk horen zij dit ook – het oude bekende stemgeluid, het oude volkslied door een blaasorkest gespeeld, de gedragen manier waarop er wordt gebeden, geroepen en gedeclameerd. Ze komen zachtjes dichterbij om zich erin onder te dompelen. (…) “Laat ze. Het zij ze gegund – de nostalgie van onze generatie is gedrenkt in wrok,”’ merkt Dot op.
Het bevreemdt enigszins dat Krog een kleine tien pagina’s aan Verwoerds begrafenis wijdt. Zelf was ze fel gekant tegen zijn apartheidspolitiek en dat haar moeder zich ermee vereenzelvigde blijkt uit andere teksten in het boek.
Hommage
Binnenrijm van bloed is een ongrijpbaar boek, het leest niet gemakkelijk weg. Soms moet je maar gokken wie er aan het woord is en in welk jaar. Door dat heen en weer springen in de tijd en van perspectief naar perspectief raakt de lezer in verwarring. De nadruk ligt op Dots leven, de politieke veranderingen lopen door het hele boek heen en zijn onder meer te begrijpen uit vermoedelijk interviews die door Krog gehouden zijn. Wat blijft hangen is een overtuigend beeld van wie haar moeder was: een sterke, eigenzinnige vrouw die tot veel in staat was. Boer zijn, ‘het stukje wereld onderhouden dat jou is toevertrouwd’, kinderen krijgen en schrijven. Ze schreef negentien boeken.
Voor wie geïnteresseerd is in Zuid-Afrika en in de dichter Antjie Krog is deze hommage een indrukwekkend boek. Voorwaarde is wel dat je een beetje bekend bent met de complexe, pijnlijke geschiedenis van het land. De moeder-dochterrelatie staat voorop, inclusief de botsingen maar ook de wederzijdse waardering van twee schrijvende vrouwen, twee individuen die hun eigen weg kozen. Die weg is niet los te zien van hun achtergrond en de Zuid-Afrikaanse historische context.

Binnenrijm van bloed
Antjie Krog
Vertaling door: Robert Dorsman
Oorspronkelijke titel: Die binnerym van bloed
Verschenen: 2025
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN 9789029554268
256 pagina's
Prijs: € 24,99
Kopen bij Libris











