Erik Harteveld – Het verloren kind

Van vervangkind naar zondagskind

Recensie door Anky Mulders

Het is januari 1900 als de Haarlemse Lodewijk zich meldt bij het conservatorium La Schola Cantorum in Parijs. Onderdak heeft hij gevonden in de Rue Lepic, waar toentertijd veel schilders, schrijvers en musici woonden. Daarmee begint Erik Harteveld zijn Het verloren kind, een novelle in brieven.

Lodewijks hospita, Madame Perez, noemt hem monsieur Ludovic. ‘Dus heb ik tot mijn vreugde eindelijk een eigen naam!’ schrijft hij in zijn tweede brief aan een niet nader genoemde broer. Aan het conservatorium zal hij verder opgeleid worden tot componist, nadat hij in Nederland al een gedegen muzikale opleiding achter de rug had. ‘Er is voor mij niet veel te doen op La Schola,’ schrijft hij dan ook. ‘Ik heb alle taken af en alle voor dit jaar verplichte stof bestudeerd en meer dan dat.’ Intussen heeft hij kennis gemaakt met de hoornist Jürgen en diens broer de cellist Karl. Zij zijn telgen uit een rijke Duitse familie en worden Lodewijks beste vrienden. Samen met enkele andere studenten vormen ze een vriendenclub binnen en buiten het conservatorium.

Met wijd open ogen op zijn paardje

Al snel krijgt Lodewijk een pakje bezorgd. Hij verwacht dat het door zijn vader gestuurde bladmuziek bevat, maar het blijkt de foto van zijn overleden broertje, die Lodewijk bewust niet had meegenomen. In de begeleidende brief schrijft zijn vader dat zijn moeder diep in hem teleurgesteld is. ‘Vader vraagt zich af waarom ik lichtvaardig omspring met de gevoelens van anderen,’ schrijft hij in zijn brief aan zijn broer. Op de foto zit het broertje dood en wel met wijd open ogen op zijn paardje en Lodewijk, het vervangkind, het mindere kind, gruwt van dat beeld. Hij zet de foto op de piano achter bladmuziek om hem niet te hoeven zien. Hij kan de foto niet opbergen voor het geval zijn ook in Parijs woonachtige Tante Chantal op bezoek komt en aan zijn moeder doorgeeft dat de foto ontbrak. Zijn moeder, die na al die jaren nog steeds gebroken was van verdriet en niet naliet Lodewijk te vergelijken met zijn dode broer. Gefrustreerd hamert Lodewijk ‘zo hard op de Pleyel dat Madame Perez kwam kijken wat er aan de hand was.’ Mede om los te komen van ‘een gebeurtenis die hem al zijn leven lang achtervolgt’ verheugde Lodewijk zich op zijn leven in Parijs.

De couleur locale is bij Harteveld behalve in de omgeving ook in de taal te vinden. Naast het Nederlands gebruikt hij Franse en Duitse woorden en zinnen. ‘Bonjour mon petit frère,’ ‘Beste broer,’ en ‘Gutentag Brüderlein,’ schrijft hij in zijn brieven en hij ondertekent met variaties op ‘Ton Frère, Ludwig’. Als Karl en Jürgen hem ophalen om naar de Wereldtentoonstelling te gaan die juist op dat moment in Parijs plaatsvindt, zien ze de foto van het broertje. ‘Karl vroeg of hij erkrankt war. Ik antwoordde dat hij ertrunken ist. Und warum guckt das Kind so komisch? Ik zei dat das Bild post mortem gemaakt is.’

Rooskleurige weg

Lodewijk heeft een lamento gecomponeerd met gedachten aan zijn dode broertje. De uitvoering van deze compositie wordt door iedereen toegejuicht, maar zijn ook aanwezige moeder reageert hysterisch. Als kort daarop zijn vader overweegt zijn toelage in te trekken omdat hij zijn moeder zoveel verdriet heeft gedaan, is daar, oh wonder, de volgende dag al een genereuze oplossing. Vervolgens krijgt hij van het conservatorium de opdracht het openingsconcert voor het volgende seizoen te componeren omdat de ouderejaars die deze opdracht eigenlijk zou vervullen is uitgevallen. Voor dit Une Journée à la Campagne laat hij zich inspireren door de vredige, harmonieuze plattelandsomgeving van de ouders van zijn vriendin Margaux. Lodewijks weg in Parijs gaat over rozen.

De hoorn scheurt de lucht doormidden

Hartevelds beschrijvingen van de muziek zijn magnifiek. Hier spreekt de muzikant Harteveld, die er wonderwel in slaagt met woorden over te brengen wat hij met de muziek bedoelt: ‘Daar hing het Tristan-accoord trillend in de lucht als een kille deken op het land. (…) Traag en bijna onmerkbaar klom het accoord omhoog, het werd langzaam lichter. De fagot steeg aarzelend, alsof de zon zijn  plaats zocht aan de hemel. (…) Melodieën buitelden over elkaar heen tot alles samenkwam in een juichend hoog septiemaccoord. (…) Altviool en cello leggen laag een dreiging neer. Meer flitsen, luider zwart, roffels zwellen aan. (…) De hoorn scheurt de lucht doormidden, strijkers galopperen in het laag in ritmische cadans. (…) Alles kwam tot rust en zacht zette cello en fagot een melodie in, hun stemmen vlochten zich ineen, ondersteund door een bescheiden ondergrond van bas en hoorn en altviool, tot alleen de fagot nog een eenvoudig Gregoriaans motief speelde, zachter en zachter.’ Je zou wensen het muziekstuk in werkelijkheid te kunnen horen.

Aan het einde van de novelle rest de conclusie dat ‘Ludovic’, ondanks dat hij voor zijn moeder slechts een vervangkind was, de bedroevende ervaringen uit zijn jeugd achter zich heeft gelaten en uiteindelijk een zondagskind blijkt te zijn. Hij kon naar Parijs gaan, heeft er welgestelde vrienden, verkeert in een bijzonder plezierige sociale omgeving, krijgt een lieve vriendin. Ook ontbreken diners niet en vloeien goede wijnen rijkelijk. De Gebrüder nodigen Lodewijk uit voor een ritje in een automobiel die een ‘snelheid kon bereiken van wel veertig kilometer per uur’. Mensen zwaaien naar hen, rennen achter hen aan. In een dorpje bij een herberg verzoekt Jürgen de waard om een tafeltje met een wit tafelkleed buiten te zetten.

Bovenal heeft Lodewijk groot succes op het conservatorium. Met een toekomst waarin hij los van zijn vroegere leven behalve componeren ook een nieuwe hartstocht kan uitleven heeft hij het erg getroffen. ‘…ik wist alles al en moest alleen nog maar componeren om componist te worden. Mit dem Geld kannst du machen was du willst!’

Alles past in elkaar

Met de ontdekking van de vrienden dat in een kelder een noot van een bepaalde frequentie en rondzingend effect kan veroorzaken en dat een hoge noot een glas kan doen springen componeert Lodewijk La Résonance. De uitvoering daarvan in de concertzaal van La Schola zorgt voor een verrassing, door Harteveld uitmuntend beschreven. Ook het gebruik van Frans en Duits geven het boek een lichte sfeer mee. Lodewijks jeugdtrauma’s resoneren slechts op de achtergrond, pijn en verdriet zijn niet noemenswaardig aanwezig.

In Het verloren kind overheerst de vreugde, van het maken van muziek, van het studentenleven van de artiesten, van de mogelijkheden en het succes. Lodewijks tijd in Parijs is zijn hergeboorte. Niet voor niets laat Harteveld dit verhaal zich afspelen in negen maanden tijd. Het is een mooi gecomponeerd boek, vol dwarsverbindingen en samenhang: verwijzingen naar de gebroeders Karamasow, Die Traumdeutung, de wijnhandeltjes, de wijnboerderij, het past allemaal naadloos in elkaar. En niet in de laatste plaats de muziek die gecomponeerd en uitgevoerd moet worden waarin alle leden van de vriendenclub hun rol hebben. Het verloren kind is één groot, vrolijk succesverhaal.

 

Omslag Het verloren kind - Erik Harteveld
Het verloren kind
Erik Harteveld
Verschenen bij: AFdH Uitgevers (2022)
ISBN: 9789493183049
128 pagina's
Prijs: € 19,50

Meer van Anky Mulders:

Recent

7 oktober 2022

Fantasie als wapen

Over 'Dodo' van Mohana van den Kroonenberg
6 oktober 2022

Wat niet mengt, gaat schiften

Over 'Haar eerste Amerikaan' van Lore Segal
5 oktober 2022

Een boek om te delen

Over 'Morris' van Bart Moeyaert
4 oktober 2022

Elizabeth Finch blijft onbekend

Over 'Elizabeth Finch' van Julian Barnes
30 september 2022

Wie we zijn

Over 'Bestaansbegeerte' van Marijke Hanegraaf

Verwant