In 2011 startte uitgeverij Schokland met de serie Kritische Klassieken. Daarin verschijnen elk jaar twee of drie heruitgaven van maatschappijkritische boeken die in vergetelheid zijn geraakt of destijds niet werden gepruimd maar belangrijke getuigenissen zijn van episodes uit onze geschiedenis. Onder de auteurs ervan zitten Koestler, Kropotkin, Frisch, John Berger, Klaus Mann, Semprun en Feuchtwanger. Allemaal namen die we nog wel kennen.
In die reeks zijn nu twee novellen in één band verschenen van de in ons land nauwelijks bekende Franse auteur Louis Guilloux (1899-1980). Van hem werd alleen ooit één roman van dik 600 pagina’s in het Nederlands vertaald, Le Sang Noir uit 1935, die hier in 2000 uitkwam als Het zwarte bloed, maar weinig werd opgemerkt. Schokland presenteert nu Guilloux’ Het volkshuis en Kameraden; ze lenen zich met een gezamenlijke omvang van amper 115 pagina’s voor een interessante kennismaking.
Beide novellen laten Guilloux kennen als een schrijver die het niet zocht in fraaie poëtica, maar eerder in een onopgesmukte weergave van de pijn van zijn protagonisten in een wereld waarin arbeiders zich tegen uitbuiting teweer proberen te stellen door onderlinge solidariteit. Guilloux schreef zelf ooit dat stijl voor hem niet belangrijk was: ‘Het komt er alleen op aan de dingen met kracht te zeggen (…) Een roman is vooral beweging’.
Schoenmaker
In het eerste – autobiografische – verhaal valt dat het meeste op. In Het volkshuis uit 1927 vertelt de auteur rechttoe rechtaan over het leven van een rebelse schoenmaker François Queré, die met zijn vrouw Marie, twee dochters en zoon Louis, kort voor de Eerste Wereldoorlog het hoofd boven water probeert te houden in Saint-Brieux (die plaatsnaam wordt overigens niet genoemd waarmee de geschiedenis een bredere gelding krijgt).
François is één van de aanjagers van het socialisme, maar wordt daar door de bourgeoisie voor gestraft doordat ze voor hun schoenen niet meer bij hem komen. Hij en zijn vrienden blijven niettemin volharden in hun strijd voor meer rechten. Ze zien een kans in gemeenteraadsverkiezingen waarvoor Dr. Rébal kandidaat is. Als die inderdaad wordt gekozen ontstaat er onenigheid omdat Rébal volgens de arbeiders op eigen gewin uit is. Ze slaan een nieuwe weg in op zoek naar mogelijkheden voor de bouw van een volkshuis, een plek waar ze met elkaar kunnen debatteren en ontspannen. Dat plan lijdt echter schipbreuk omdat WO I uitbreekt. Binnen dit politieke verhaal schetst Guilloux de persoonlijke, soms barre, omstandigheden binnen het gezin Queré.
Opgebrand
Het volkshuis was het debuut van Guilloux als romanschrijver (hij schreef al wel voor kranten). Het kortere Kameradendat vier jaar later verscheen is gesitueerd in een soortgelijk milieu, maar Guilloux lijkt daarin toch meer afgewogen met zijn taal om te springen. De solidariteit tussen de hoofdfiguren is hier veel persoonlijker en emotioneler tegen dezelfde maatschappelijke achtergrond. Het is het verhaal van drie bouwvakkers, de 55-jarige Jean Kernevel en zijn voormalige maten uit de Eerste Wereldoorlog, Le Brix en Dagorne. De drie zijn samen een stukadoorsbedrijf begonnen. Als Kernevel, getekend door zijn zware leven ernstig ziek wordt, zijn zijn maten voortdurend dichtbij hem. Tegelijkertijd moeten ze met één man minder hun bedrijf draaiende zien te houden.
Blijf je als lezer in Het volkshuis meer op afstand, in Kameraden word je soms ontroerd door de persoonlijke bezorgdheid van de twee kameraden om Kernevel, die uiteindelijk sterft. Hij is op zijn 55ste volledig opgebrand door de oorlog en zijn harde werken.
Wat een mens is
De uitgave van deze Nederlandse vertaling wordt voorafgegaan door een korte beschouwing van Albert Camus die een groot bewonderaar was van Guilloux. Over Het volkshuis schrijft hij dat Guilloux ‘de toon heeft van Tolstojs grootste novellen (…) [omdat hij] voortdurend op ooghoogte van zijn model weet te blijven, zonder hem in enig opzicht te kleineren, maar ook en vooral zonder hem een maatje groter te maken’. Guilloux bezocht volgens Camus ‘de school van de noodzaak en leerde daar om zonder omhaal te oordelen over wat een mens is’.
Misschien is Guilloux geen evenknie van Tolstoj, maar dat van die ‘ooghoogte’ klopt. Het is inderdaad wat je na lezing van deze vertaling bijblijft.

Het volkshuis | Kameraden
Louis Guilloux
Vertaling door: Roland Fagel
Uitgever: Uitgeverij Schokland
ISBN 9789083306056
150 pagina's
Prijs: € 23,00
Kopen bij Libris











