Dimitri Verhulst schreef over de verhouding van een eenzame man met een jonge weduwe. Het speelt aan een groot meer. Dat het in Zweden is, hoorde ik in een interview met de schrijver, die ooit voor de liefde daarheen verhuisde. De liefde ging, de schrijver bleef, tot hij  weer naar België verhuisde, naar Gent om precies te zijn. De schrijver wisselt, net als de Mattis in zijn roman even vaak van geliefde als van woonstee. De schrijver en Mattis kruisen elkaars paden in De pruimenpluk, een roman over je terugtrekken uit de wereld. En waarin eenzaamheid het denken over vergankelijkheid aanspoort.

Jeroen Brouwers is niet ver weg in deze roman. Het allenig leven in het blauwe huis aan het meer, roept de sfeer op van huize Krekelbos te Rijmenan, waar Brouwers in de jaren zeventig zijn schrijverscarrière grondde. De hang naar zelfvernietiging. De lege drankflessen – door Brouwers aan de takken van een boom in het Krekelbos gehangen zodat de wind er klingelende geluiden mee voort zou brengen – verwacht je elk moment rond het huis aan het meer te zullen aantreffen. Maar Mattis drinkt wijn uit kartonnen pakken, leeft van diepvriesmaaltijden en wordt ‘tussenman’ van weduwe Elma.

Een bijvrouw is een soort bijzaak voor een man, vaak omwille van de voortplanting. Er is het Bijbelverhaal waarin Sara haar man, Abraham de slavin Hagar schenkt als bijvrouw. Omdat Sara onvruchtbaar is en zij haar man een erfgenaam wil bezorgen. Een bijman bestaat niet; onvruchtbaarheid werd toegedicht aan het vrouwelijk falen. Een man die een liefdesrelatie aangaat met een weduwe – die de nagedachtenis van haar overleden man koestert en het graf met deze enige echte zal delen – is een tussenman.
‘De eeuwigheid was voor twee gereserveerd. Op een dag zou zij dus bovenop Erik komen te liggen. (…) Wat Elma met mij doorbracht was wachten. Ik was haar tussenman. Haar verstrooiing in de antichambre.’

Ik zoek naar verbanden. In de liefde is het verlangen de ‘enige’ te willen zijn, dodend. Gelukkig voor ‘altijd’ en ‘eeuwig’. Eeuwig als van nooit meer anders. Wie houdt dat vol. Het liefst zou Mattis op de vlucht slaan voor elke menselijke hang naar gezelligheid. ‘(…) het geluk zat mij nog wat ongemakkelijk. Het vooruitzicht stilletjes weg te teren had me zeker niet over de hele lijn onprettig geleken. Ik zag er best iets in om nog eventjes, niet te lang, schimmig over de aardbol te struinen. Als een hotelgast die niemand nader hoeft te kennen.’

Het zou de loop van het verhaal goed passen wanneer Mattis opnieuw alleen achterbleef, (hij haalt nogal wat onverkwikkelijke strapatsen uit om zijn nieuwe lief te ontweduwen). Dat Verhulst hem laat kiezen voor een leven waar constant water bij de wijn (uit kartonnen pakken) wordt gedaan, ligt niet in die lijn, en dat prikkelt. Een verdraaid mooi werkje.

 

De pruimenpluk / 151 p. / Uitgegeven bij Pluim.


Inge Meijer (een pseudoniem) leest alle dagen en schrijft daarover.

 

 

Meer van Inge Meijer: