Niet tevreden, kind terug. Dat lijkt de kern van het verhaal dat Margo Hoogenberk heeft uitgewerkt in haar debuutroman Bloedeigen. De schrijfster ziet het boek als een gedachtenexperiment rond het onderwerp adoptie. Floris en Marina vormden ooit een echtpaar. Floris wilde graag een kind, maar Marina weigerde er, om allerlei redenen, een te baren. Ze kozen voor adoptie, een compromis. Floris regelde dat illegaal door een kind in Griekenland te kopen en het op te halen. Ze gaven haar de naam Hebe. Toen Marina de opvoeding niet aankon, besloot het echtpaar een poging te doen de zesjarige Hebe te retourneren. Ze zochten illegaal een adoptiegezin in Griekenland en reden met Hebe daarnaartoe. Maar in Griekenland ging er van alles mis. Hebe kwam nooit bij het gastgezin aan. Daarmee begint alle ellende voor het adoptiekind en haar ouders.
Zes hoofdstukken zijn geschreven vanuit Hebes perspectief, in de ik-vorm. De andere zes vanuit het perspectief van haar adoptiemoeder Marina, haar geliefde, Guido, of haar biologische moeder Agnes, in de derde person enkelvoud. In de hoofdstukken waarin Marina de hoofdpersoon is, wordt duidelijk hoe slecht zij om kon gaan met Hebe. Haar belangstelling ligt primair bij zichzelf, bij haar eigen lichaam en gedoetjes daarvan. Na haar scheiding van Floris vindt zij wel een fijne nieuwe partner. De hoofdstukken over Hebes vriend Guido maken duidelijk hoe onzeker, dwars en door de adoptie beschadigd Hebe is. In het hoofdstuk rondom Hebes biologische moeder Agnes blijkt dat ook haar adoptievader bij de adoptie is voorgelogen. Leugen en bedrog domineren het verhaal.
Hernieuwd contact
Hebes adoptievader Floris is de enige belangrijke figuur in Hebes leven die geen eigen hoofdstuk heeft. Hij blijft voor Hebe ‘vader’, terwijl haar adoptiemoeder altijd Marina blijft. Floris is, na zijn arrestatie vanwege de illegale poging zijn dochter te retourneren, uit het leven van zijn dochter verdwenen. Hij woont inmiddels in Duitsland en is hertrouwd. Hij vraagt Hebe per mail contact op te nemen na al die jaren. Ze twijfelt of ze dat moet doen, maar is ook nieuwsgierig naar wat er allemaal gebeurd is in de eerste zes jaar van haar leven.
De roman geeft een goed beeld van alle mogelijke aspecten van adoptie. Hebe heeft hechtingsproblemen, identiteitsproblemen, gedragsproblemen, loyaliteitsproblemen, relatieproblemen en noem alle problemen maar op. Ze is soms radeloos, wat mooi beschreven wordt in de volgende zinnen vanuit het perspectief van Hebe: ‘Zevenendertig, bezopen en high in een taxi. Kunstenaar. Kinderboekenschrijver. Broodschilder. Zelfs voor dat laatste durf ik niet te kiezen. Ik ben niemands partner, vrouw of moeder, zus, nicht, tante, niemands dochter. Ik weet niet eens wie er naast mij woont.’
Skippybalproporties
Wie wordt uiteindelijk met adoptie geholpen? Dat vroeg Hoogenberk zich af in een essay dat twee jaar geleden verscheen in het tijdschrift Tirade. Daarin maakt zij duidelijk dat de roman voortkomt uit een persoonlijke fascinatie voor het onderwerp. Als twintiger had zij geen kinderwens. Toen ze als eind dertiger een nieuwe vriend ontmoette, besloot ze daar niet op terug te komen. Ze overwoog adoptie, maar zag daarvan af. De roman kan gezien worden als de fictieve weerslag van haar overwegingen.
Hoogenberk herkent zich het meest in Marina, al maakte ze een andere keuze: ‘Nog steeds kan ik me het beste verplaatsen in de adoptiemoeder. Ik laat haar walgen van het idee om zwanger te worden, zich voorstellen hoe haar lijf zal opblazen tot skippybalproporties en vrezen dat ze haar extra kilo’s nooit meer kwijt zou raken.’ Marina komt onsympathiek over, niet omdat ze geen kinderen wil baren of vanwege haar ziekelijke slankheidsideaal – dat is persoonlijk en daar doe je niemand kwaad mee – maar omdat ze in adoptie toestemt voor haar man, met alle gevolgen van dien. Het lijkt of Hoogenberk de roman heeft geschreven om te laten zien wat er gebeurt als je een compromis sluit in een belangrijke kwestie als adoptie. Misschien ook wel als verantwoording voor haar eigen beslissing.
Bloedeigen is een goed geschreven, ernstig en deprimerend boek, mede gebaseerd op Hoogenberks eigen levenssituatie. Er is zelden ruimte voor een glimlach, een spotlachje of een gulle lach. Het is allemaal wat zwaar. Haar stijl is helder en duidelijk, en er zitten af en toe zitten pareltjes tussen haar formuleringen. Zo beschrijft zij een vluchtelingenkind: ‘Hij babbelt in het Arabisch en in zijn grote ogen twinkelt het tl-licht alsof er een kroonluchter hangt’. De perspectiefwisseling en het springen door de tijd maken het verhaal levendig. Mensen die in welke zin dan ook met adoptie te maken hebben gehad in welke zin dan ook, zullen er veel in herkennen.

Bloedeigen
Vertaling door: Margo Hoogenberk
Verschenen: 2026
Uitgever: Van Oorschot
ISBN 9789028264021
224 pagina's
Prijs: € 22,50
Kopen bij Libris













Geef een reactie