Ruzie kan altijd nog

De wind buldert rond het huis en ik luister naar radiointerviews van Ischa Meijer. Dat hij vijfentwintig jaar geleden overleed wordt groots herdacht. Ik haal zijn boeken uit de kast. Lees De handzame, zijn interviews, blader door De Dikke Man columns. Luister naar degenen die hem gekend hebben. Ieder denkt te weten waarom Ischa was, zoals hij was. In de jaren negentig kwam ik wel eens in café Eik & Linde, waar ‘Een dik uur Ischa’ werd opgenomen. Tussen de gesprekken door, als de band speelde, zat hij doodgemoedereerd achter een tafeltje (flink) in zijn neus te peuteren. Ischa is een verslaving. Hoe meer ik over hem lees en naar hem luister, hoe dichter ik kom bij iets dat mijzelf raakt. Ik kan er geen vinger opleggen. Het heeft te maken met een steeds veranderen van richting, niets mag ooit gewoon worden. De gedrevenheid waarmee hij alles deed, Het is om gek van te worden. Ik moet eruit en neem de bus naar Winterswijk met De zoete inval van L.H. Wiener op zak. 

L.H. Wiener woont in een appartementencomplex aan het Spaarne, met vloerverwarming, een groot bad waar hij niet uit kan komen als hij erin zou gaan, en met ‘zo’n gluiperig kijkglaasje’ in zijn drie meter hoge voordeur, schrijft hij aan A.L. Snijders in een brief die in de bundel is opgenomen. Net als de (poste restante) brief die hij aan F. Starik schreef. De ene dag bezocht hij met F. Starik de kroeg, de dag daarop schreef hij hem een brief: met ‘een goed gevoel’ terugkijkend op hun cafébezoek. Rekent Starik tot een ‘bevriende mogendheid’. ‘Ruzie krijgen kan altijd nog wel, maar voorlopig zie ik geen aanleiding.’ De brief eindigt met, ‘Blijf gezond, dat is gewoon het beste.’
Ruzie zouden ze nooit krijgen, Starik overleed de avond dat Wiener de brief verzond. ‘Onze vriendschap was de kortste uit mijn leven.’ 

Wiener: ‘Er valt in mijn werk geen mus van het dak zonder dat ik er een verhaal aan wijd. / Fantasie speelt geen rol. Verzinnen kan men alles wel. / Vormgeven is de kunst.’
Ik denk te weten hoe de vork in de steel zit, zijn verhalen lijken zeer gewoon, maar kom bedrogen uit. Mooi is onder meer het verhaal waarin hij een buizerd voor dood op straat vindt. In een vogelhospitaal herstelt de vogel en wordt  weer vrijgelaten in de duinen. Wiener gaat er kijken, in de hoop een glimp van de buizerd op te vangen. Dan wordt het verhaal van een vrij droge vertelling, vederlicht. Er komt een buizerd  op hem af, landt op zijn schouders, richt over  zijn hoofd heen de snavel naar zijn gelaat. Ze kijken elkaar aan. Dan verdwijnt de buizerd. ‘Zo staat het nu geschreven. / En zo is het dus gebeurd. / Voor altijd.’
Kijk, dit is prachtig, en ik geloof het maar al te graag.

Ik lees graag verhalen van schrijvers waarvan je amper iets verneemt buiten hun verhalen om. Dat is wel zo rustig. Hoewel ik hier moet oppassen dat de verhalen van Wiener, zoals Snijders met zijn zkv’s, niet verslavend gaan werken. Een beetje ruimte is geboden.

 

De zoete inval (verhalen) / L.H. Wiener / Uitgeverij Pluim


Inge Meijer is een pseudoniem, ze reist met het OV en schrijft over haar ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: