In Ontaard van Marion Bruinenberg blijft een verdwijning onopgelost, waardoor niet de verklaring centraal staat, maar het omgaan met onzekerheid. In 1925 verlaat Roelof het Drentse veen. Hij laat zijn verloofde achter en vertrekt naar Canada, gedreven door een ideaalbeeld van een nieuw bestaan. Zijn verlangen is concreet: land bezitten, een plek waar hij zich definitief kan vestigen en iets van zichzelf kan maken.
In Canada blijkt de werkelijkheid echter hard; het werk levert hem niet de vooruitgang op die hij zich had voorgesteld en put hem uit. Na een paar jaar besluit hij opnieuw te vertrekken, waarna nog enkele brieven volgen en daarna volledige stilte. Wat er met hem is gebeurd, blijft onduidelijk: mogelijk is hij gestorven, verdwenen in de anonimiteit van het migrantenbestaan of heeft hij bewust alle banden doorgesneden.
De titel Ontaard verwijst naar het verlies van oorsprong, houvast en identiteit. Roelof raakt los van zijn wortels en ziet zijn toekomstbeeld afbrokkelen, waardoor zijn bestaan niet uitmondt in een afgerond verhaal, maar uitloopt in een verdwijnen dat niet wordt vastgelegd of verklaard.
Verhouden tot de eigen geschiedenis
Een eeuw later keert de vraag naar wat er met Roelof is gebeurd terug, maar niet meer als een mysterie dat opgelost moet worden. Zijn achterkleindochter onderzoekt zijn spoor niet bij wijze van reconstructie. In de nalatenschap van de familie vindt ze brieven en een foto: fragmenten die het verleden niet stabiliseren, maar juist verder openbreken en de onzekerheid verdiepen. Ze reist naar Canada, honderd jaar na zijn vertrek, om zich te verhouden tot een geschiedenis die onaf is gebleven en waarin het ontbreken van een antwoord zelf betekenis draagt.
Daarin speelt het spanningsveld tussen land en zee een centrale rol. Het land staat voor vastigheid, herkomst en begrenzing: een bestaan dat grotendeels bepaald wordt door waar je geboren bent en waarin de ruimte om je daarvan los te maken beperkt is. Het Drentse veen verbeeldt zo’n gesloten en zwaar landschap dat identiteit eerder fixeert dan opent, waardoor iemand vooral blijft wie hij al is. De zee vormt hier het tegenovergestelde: een ruimte zonder vaste contouren, waarin oriëntatie wegvalt en identiteit niet langer wordt gedragen door herkomst of structuur, maar tijdelijk en veranderlijk wordt. Waar het land stabiliteit en continuïteit suggereert, ontregelt de zee juist elke vanzelfsprekendheid en maakt ze zichtbaar hoe kwetsbaar en diffuus een bestaan kan worden zodra de band met plaats en oorsprong wegvalt.
Drie generaties
Minstens zo belangrijk is dat deze beweging tussen land en zee niet alleen geografisch of individueel speelt, maar ook doorwerkt in de familie zelf. Ze krijgt vorm in de relaties tussen grootmoeder, dochter en kleindochter. Drie generaties die elk op hun manier omgaan met verlies, afstand en controle, maar die elkaar blijven beïnvloeden zonder dat ze dezelfde taal spreken of hetzelfde verhaal doorgeven.
De grootmoeder bewaart de herinnering aan een man die verdwenen is, maar die herinnering krijgt nooit een vaste, afgeronde vorm. Ze blijft bestaan in fragmenten van brieven die zowel iets onthullen als iets achterhouden. De dochter groeit op in de schaduw van dat open einde en ontwikkelt daardoor een houding waarin voorzichtigheid en beheersing centraal staan, alsof het leven alleen houdbaar is wanneer verlies en verdwijnen zoveel mogelijk worden ingedamd. De kleindochter erft ten slotte behalve het verhaal óók de manier waarop erover gezwegen is. Daardoor komt ze in een positie waarin dat stille patroon begint te wringen en ter discussie komt te staan.
Zo herhaalt zich binnen de familie dezelfde verschuiving die ook het grotere verhaal kenmerkt. Niets ligt vast. Wat voor de ene generatie wordt verzwegen, wordt door de volgende alsnog geïnterpreteerd en van betekenis voorzien, maar die betekenis blijkt weer onzeker en veranderlijk. Zo laat de roman zien dat geschiedenis niet alleen tussen landen of landschappen beweegt, maar ook binnen families en generaties voortdurend opnieuw wordt ingevuld.
Gelaagdheid
Die gelaagdheid wordt versterkt door de manier waarop het verhaal is opgebouwd. In de hoofdstukken over Roelof wordt een gebeurtenis soms eerst op een lineaire en ogenschijnlijk stellige manier verteld, waarna Bruinenberg de vertelling onderbreekt. Na een witruimte verschijnt het woord ‘of’, gevolgd door een alternatieve versie van dezelfde gebeurtenis. Zo maakt de roman zichtbaar dat het verleden niet één vaste lijn heeft, maar zich opent in meerdere mogelijkheden, waarbij elke versie afhankelijk is van perspectief, afstand en interpretatie.
Geen familiegeschiedenis bestaat ooit uit één eenduidig verhaal. In Ontaard wordt dit verbeeld door land en zee die elkaar niet scherp begrenzen maar in elkaar overgaan langs vloeiende randen. Zo bestaan ook verschillende versies van hetzelfde verleden naast elkaar, zonder dat één daarvan definitief de overhand krijgt. Precies daar ligt de kern van Ontaard. Niet in het vaststellen van één onwrikbare waarheid, maar in het zichtbaar maken van hoe betekenis verschuift wanneer verhalen zich blijven verplaatsen tussen mensen, tijden en standpunten.














