Hettie Marzak
Column

Bende gek

De eerste helft van augustus was droog en verzengend heet. Hitte doet rare dingen met je. In het kleine Brabantse dorp, waar we een begrafenis zouden bijwonen, verwachtte ik  tumbleweed door de uitgestorven straten te zien rollen en gieren op de dorre takken van de bomen te zien zitten. De lucht was drukkend, zwaar en onheilspellend donker, als voorbode van een hevig onweer dat niet kwam.

Ik herinnerde me het verhaal August Heat van William Fryer Harvey uit 1910, waarin een man de werkplaats van een steenhouwer bezoekt en tot zijn verbazing ziet dat de eigenaar, die aan een grafzerk werkt, sprekend lijkt op de portrettekening van een veroordeelde man in de rechtbank, die hij die ochtend gemaakt heeft. Bovendien staat op de grafzerk zijn eigen naam, geboortedatum en als sterfdag de datum van die dag. Beide mannen voelen zich ongemakkelijk bij zo veel toeval en de verteller besluit voor de zekerheid bij de steenhouwer te blijven tot de dag voorbij is. Het verhaal eindigt met de steenhouwer, die zijn gereedschap slijpt, en de verteller die het verhaal afsluit met: ‘It is after eleven now. I shall be gone in less than an hour. But the heat is stifling. It is enough to send a man mad.’

Ik werd weliswaar niet gek van de hitte, maar ik kon het niet meer uithouden op dat kerkhof. Ik sloop weg om in het kleine restaurant, dat ik verderop in de straat gezien had, af te koelen. 

Daar zaten vier jonge vrouwen rond een tafel achter een enorme coupe roomijs pret te hebben. Een van hen liet haar lepel op de grond vallen en toen de serveerster een andere voor haar wilde halen, maakte de vrouw een afwijzend handgebaar en zei gemoedelijk: ‘Bende gek,’ terwijl ze dezelfde lepel opnieuw door het ijs haalde. 

Het was een uitdrukking die ik nog kende, die niets te maken had met vragen naar je geestelijke gesteldheid, maar die van alles kon betekenen: troost wanneer je iets ergs had beleefd, bemoediging als je iets niet durfde, geruststelling voor als je bang was of je zorgen maakte en nog veel meer. Ook: ‘Maak je niet druk, laat maar zitten’, zoals de vrouw met de ijslepel bedoelde. Als de veertiende-eeuwse mystica Julian of Norwich Brabants had gesproken, had ze ‘Bende gek’ gezegd in plaats van ‘All shall be well, and all shall be well, and all manner of things shall be well.’ 

Woordenschat

’t Is wonderlijk om als een omnivoor
De woorden op te kunnen vissen uit
Een zelden aangesproken reservoir
van taal, een zwarte bron die zich ontsluit

Zodra je in haar mijnengang afdaalt.
Daar sluimert alles wat je moeder zei,
Daar zijn de woorden uit je jeugd verdwaald,
Daar is de taal nog nieuw en vogelvrij.

Wat wordt omhooggehaald gaat zich verbinden
Tot zinnen die zo helder zijn als glas.
Ik zou er van geluk om moeten wenen –

Dat ik iets in mijn eigen hoofd kan vinden
Wat ik niet wist dat daar te vinden was –
Fluor en mica in de dode stenen.

Ik leefde er helemaal van op, de hitte en de begrafenis waren ineens zo erg niet meer, bende gek. Of zou het aan de airco gelegen hebben?

Uit: Gerrit Komrij, Alle gedichten tot gisteren, 2004.

Hettie Marzak schrijft over poëzie en is poëzierecensent.

Columns