Eigenaardigheden

Af en toe ga ik naar buiten om zeven sprintjes rond het huizenblok te trekken. Wacht de postbode op achter de deur, als hij een pakje op de stoep legt, kom ik naar buiten. In huis ren ik geregeld de twee trappen op en af, ren een paar rondjes om de bank die in het midden van de kamer staat, want we moeten blijven bewegen. Daarna zet ik koffie. En nee, ik voel me niet belachelijk als ik dit doe. Astrid H. Roemer schreef ‘Over de gekte van een vrouw’, ik las het voor het eerst midden jaren tachtig. Een heftig boek, met veel vrouwenbloed, waanzin en onbestemde gevoelens van een jonge Surinaamse vrouw, Noenka. Het hele boek is een onbesuisde zoektocht naar eigenheid, de eigenheid van alle vrouwen. Het verhaal drijft op de emoties van Noenka. Negen dagen na haar trouwdag verlaat ze haar man, hij verkrachtte haar tijdens de huwelijksnacht. In het dorp kan ze niet blijven, er wordt geroddeld, je verlaat je man niet. Als onderwijzeres komt ze niet meer aan het werk. Het is bezwerend proza, woekerend. 

Als haar moeder ziek is gaat Noenka naar haar toe, ‘Zo dichtbij ontmoette ik de dood dat ik haar koele omarming voelde. Ik gooide de bloemen weg die ik meegenomen had. Ook de paternoster en de zilveren trommel met zandkoekjes. Een zuster stond bij haar bed. Ze groette. Ik knikte niet terug. Ik wilde stappen achteruit doen, mijn ogen dichtknijpen, mijn neus, maar een magnetische kracht rukte al mijn zintuigen open. ‘Mama’, riep ik door het doffe dreunen heen. Ik wilde haar tegenhouden, terugroepen, want ik zag dat ze zich ergens anders bevond dan ik. Ergens waar mensen niet worden toegelaten. Daar waar geen grond is voor de voeten, geen hemel voor het hoofd. Ik pakte haar vast: haar lichaam tegen mij aangedrukt, zacht, teer, licht en koel, als een ruiker bloemen, zonder takken en zonder groen.’

Deze maand zou Astrid H. Roemer als eerste de serie ‘Grote schrijvers interview’ openen. Ianthe Mosselman, organisator van deze serie zou haar interviewen. Ik had me erop verheugd, begon opnieuw te lezen in ‘Over de gekte’ en ‘Olga en haar driekwartsmaten’. Deze titel alleen al. Astrid H. Roemer te horen spreken over haar werk, of ik meer te weten zou komen over haar boeken, te ontdekken wat haar heeft gedreven. Roemers schrijft over vrouwen die zich een weg banen naar zichzelf, vrouw zijn. In heftige brokken proza die door alle gelaagdheden heen, iets raken, een betekenis vrijgeven. Alles is afgezegd, uitgesteld.

Vorig jaar recenseerde Persis Bekkering Roemers laatste roman Gebroken wit. Ze schreef dat het soms leek of Roemer ‘elke poging tot redactie moet hebben geweigerd’. Die gedachte komt onverwijld als je haar werk leest. Maar ook ‘dat je iets mist als je daar te lang bij blijft hangen’. Want het zijn deze eigenaardigheden die de verhalen in haar boeken tot een ongekend avontuur maken. Daar moet je je aan overgeven om tot enige essentie te kunnen doordringen. Nu is het wachten tot we weer op stap kunnen, er een nieuwe datum voor alles komt.  

 

 


Inge Meijer is een pseudoniem, zit binnen en zoekt naar weggevallen geluiden. 

Meer van Inge Meijer: