21 november 2011

Zus van madeliefjes, broer van pasgeboren gras

Recensie door: Albert Hogeweij

Recensie door Albert Hogeweij

Alhoewel Anton Ent (1939) al een flink aantal, bij gerenommeerde uitgevers verschenen poëziebundels op zijn naam heeft staan, trok hij de meeste aandacht met het viertal bundels dat hij liet verschijnen onder het heteroniem Marieke Jonkman, waarin hij de stem van een jonge vrouw te pakken had. De literaire pers was aangenaam verrast. Pas later onthulde hij wie achter Marieke Jonkman zat. De heren critici heetten toen op slag ‘not amused’ te zijn. Maar dat is alweer geruime tijd geleden en onlangs verscheen een nieuwe bundel van Anton Ent (pseudoniem van Henk van Ent) bij de uitgeverij Kleine Uil, getiteld Binnen de Wildroosters. Anton Ent is een grage fietser in de Veluwse bossen. Het merendeel van de verzen in deze bundel is een poëtische neerslag van zijn belevingen, zijn natuurervaringen aldaar. Het natuurgebied binnen de wildroosters is dan ook niets minder dan een ‘beeld van zijn ziel, een metafoor voor zijn innerlijk leven’ meldt de achterflap. Zijn gedichten zouden psychische processen beschrijven. Nu ja, zoiets moet kunnen natuurlijk. Zolang het maar poëzie oplevert die je voor je plezier leest en niet voor straf, om een zegswijze van Reve te lenen. En dat is hier zeker het geval!

De zinnen in deze gedichten zijn niet ontregelend, of anderszins vernieuwend. Deze gedichten zetten in op ritme en klank. Ze zijn in hun verstaanbare eenvoud muzikaal gestemd en geen enkel vers wordt door een punt beëindigd. De beschrijvingen blijven vrij concreet. De woorden wijken naar binnen toe. Uit op zelfonderzoek. Het motto van Gerrit Achterberg: ‘Letters en takken haken in elkaar / Natuur en geest staan voor elkander klaar’ zet wat betreft de toon. Van te voren weet de dichter dat het zandpad je niet vanzelf naar ‘vervoering’ zal leiden. Wie volgen wil dient de in het openingsgedicht gestelde vragen ‘durf je versterving aan? Overschrijd je het wildrooster als een man / die opgaat in schoonheid en eenheid?’ dan ook bevestigend te beantwoorden. Want: ‘Was hij een hert, hij zou niet vluchten / bij het zien van de dode houthakker / aan de voet van de eik // Een echte man rent niet weg / onderzoekt het blad van de bijl / en gaat op zoek naar de dader’. Wie de dood wil ontvluchten heeft in dit bos dus weinig te zoeken. ‘Er moet gestorven zijn. Worden / Gisteren en vandaag. Morgen’ Niet bepaald het soort boswandelingetje dat de zinnen verzet: ‘Hoe diep hakt de bijl om de vis in het ijs te bevrijden?’

Ofschoon er hier en daar een licht religieuze ondertoon te bespeuren valt, is hier geen opstijgende lyriek van gemaakt. Eerder worden de aardse gronden doorzocht op mogelijkheden tot vereenzelviging. In het gedicht Eenwording heet het: ‘Ik laat het geworden, dat onbreekbare licht / zodat ik één word, eenvoudig en heel.’ Maar daar blijft het niet bij: ‘Ben ik dat hert? / Waar stroomt de beek? Waar / kan ik op mijn knieën slurpen?’ Het hert is het dier bij uitstek waarmee de dichter zich vereenzelvigt: ‘Hij wil knielen op het zandpad / een hert om de hals vallen / zoals Nietzsche het paard’. En in het gedicht Hert is het dier zelf aan het woord:

‘Ik ren met droge keel door de hitte
van het zinderende kroondomein

bereik de schaduw van de zoom
waar ik van het jonge groen zal vreten

Dat was schreeuwen en dit is genot
Ik ontken de onrust niet, iemand huilde
van vreugde en een ander schreef totdat’

De dichter is uit op intimiteit met de natuur in het bos (‘Deze vijver noem ik moeders oog / omdat iemand van omhoog / zwijgend in de spiegel kijkt’), die daardoor opeens niet meer voor gewoon kan doorgaan, maar doorschiet in een ‘mysterie’. En eenmaal dat mysterie ‘van de stilte voor het vallen van een speld’ ervaren, lijkt hij zich met het gemis, de dood (‘Hier liepen wij met zijn tweeën / en nu ben je dood, alleen jij’) te kunnen verstaan. Het bos lijkt voor deze post-protestantse dichter dé plek om daarvan gelouterd te worden in de bijna aards-mystieke eenwordingservaring. Maar dan bedoelt de dichter niet het tot ‘park’ gefatsoeneerde bos, ‘waar het droeve meer tot ronde vijver’ is verworden. Want juist daar, in de door mensenhand beknotte natuur dringt de dood zich het onontkoombaarst op: ‘Niet iedere seconde maar wel elke minuut / dringt hij zich aan mij op in varens / en vallende eikels, de volkomen stilte // scheurt mijn trommelvliezen in stukken / Dan zie ik een kleurrijk duivenpaartje / uitgeroeid door de kroon der schepping’

Maar de dichter kan zich evengoed op sleeptouw laten nemen door zoiets alledaags als een richtingaanwijzer:

Richtingaanwijzer

‘Je stapt af bij de paddenstoel en roept: hier ben ik!
Nooit wijst het altaar omhoog of omlaag
Altijd naar mensen planten dieren en dingen

Wie ben jij als je hier ben ik juicht?

Een dode hemelbestormer
die geen psalm meer kan zingen
een haatdragende schatgraver?

Een zus van madeliefjes
een broer van pasgeboren gras
familie van het water?

Door wie word jij gezien
en in welke richting wijs jij?’

In tijden waarin met het geld van gisteren even snel de dag van morgen lijkt te kunnen verdampen, is het een genoegen een dichter als Anton Ent te lezen die nog – economisch uiterst onverantwoord – stilstaat bij de natuur, en er zijn diepste ervaringen in zoekt.

Morgenlicht

‘Na deze nacht zoekt hij het morgenlicht
en ziet het pasgeboren weiland
onder moederlijk toesprekend groen

Het zonlicht verwondert zich over hem
en bouwt een paleis waarin hij vorstelijk woont

Hij betreedt het bordes, een dirigent met handen vol stilte
rust en beweging als eenheid
verder dan voorbij

Uit die streken komt hij, daar heeft hij het licht
als een spreng tussen dennennaalden
zien opspringen en zich herkend’

Ervaringen zijn natuurlijk niet te koop, maar wie zich onderdompelt in deze bundel kan toch even aanhaken bij wat ervan in woorden ligt gestold. Deze bundel verdient het om gelezen te worden.

Binnen de wildroosters

Anton Ent
uitgeverij Kleine Uil
Aantal pagina’s: 64
Prijs: € 15,00

Zus van madeliefjes, broer van pasgeboren gras
ISBN: 9789491065163

Meer van Albert Hogeweij:

18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
2 februari 2017

Vormvast en elegant van stijl

Over 'Viviane Élisabeth Fauville' van Julia Deck
15 december 2016

Twaalf lofliederen op lichamelijke schoonheid

Over 'Poèmes secrets / Geheime gedichten' van Guillaume Apollinaire

Recent

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

Verwant