Zomervakantie

Toen we nog elk jaar op vakantie gingen, sjouwden we ons een breuk aan de boeken die ik per se mee wilde nemen naar Frankrijk. Ik ben een snelle en wispelturige lezer en lees soms wel vijf boeken tegelijk. Te ongeduldig voor luisterboeken, te onhandig voor een e-reader, schoof ik bij ieder gezinslid een extra boek in de koffer om zeker te weten dat ik genoeg te lezen zou hebben. En nog hielp het niet, zelfs drie dikke delen met de verzamelde geschriften van Anton van Duinkerken joeg ik er in drie weken doorheen. We moesten de grens met Spanje oversteken, omdat ze in het kleine Franse dorpje geen anderstalige boeken verkochten en de vakantie in het water dreigde te vallen toen ik niets meer te lezen had. Mijn Frans is goed genoeg om een boek te kopen, maar niet om het te lezen. In Spanje waren voldoende Engelse boeken. Ik kocht er Any woman’s blues van Erica Jong, las het op het strand in één ruk uit. Als ik het nu opnieuw lees, hoor ik weer hoe de branding van de zee aanrolt op de kust.

Maar sinds een paar jaar heb ik een goede oplossing gevonden voor het boekentekort in de zomervakanties: ik ga niet meer op vakantie. Ik heb Frankrijk naar mijn achtertuin gebracht. Daar zit ik op de schommelbank onder de luifel met een drankje op tafel en een boek in mijn handen. De bloemen om me heen bloeien uitbundig in allerlei kleuren die de zon nog feller maakt, de zomerwind waait de warme zuidelijke geuren van de potten met lavendel, tijm en rozemarijn naar me toe. Een grote vijgenboom met brede takken zorgt voor schaduw, waarin mijn twee katten languit en loom blijven liggen, de hele mooie middag lang. De zonnebloemen draaien hun gezichten naar de zon, ik hoor de vogels en heel ver weg klinkt het geluid van een kerkklok. Het is genoeg, voor mij en voor de dichter Kees Winkler:

VREDE 

 Zo rustig is het wolkendek
ver weg zingen nog vogels
licht valt gedempt naar binnen
het schemert in het zomergroen

Van de goudenregen vallen druppels
de Japanse kers is uitgebloesemd
de ribes verspreidt zachte geuren
het regenen zet niet door

Hier is mijn plaats op aarde
dicht bij de leverbalsem
en de schemerwitte margrieten

Het duistert in de tuin
ik zal nooit verder komen
en daar heb ik vrede mee

’s Avonds beginnen de krekels te tsjirpen en de grillig fladderende vleermuizen dansen dronken over de boomtoppen. Jacques Brel zingt voor mij alleen ‘Je suis un soir d’été’ door mijn koptelefoon. Ik lees Colette voor de zoveelste keer, Het ochtendgloren en Sido en Als het jonge koren rijpt, want haar boeken horen bij de zomer. Niemand die zo over bloemen en dieren kon schrijven als zij, met zoveel wijsheid en liefde. En als ik ze uit heb, loop ik naar binnen, naar mijn boekenkasten, en dan kies ik gewoon een ander boek, hier zijn er genoeg. Lezen als God in Frankrijk.

 

Kees Winkler, Tirade, Jaargang 16 (nrs. 173-182), 1972


Hettie Marzak is poëzierecensent, zij schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak: