Zoektocht naar liefde

Recensie door André van Dijk

Dichter, classicus en essayist Piet Gerbrandy trekt de deur achter zich dicht en neemt ons mee op een reis met onbekende bestemming. Zijn hoofdpersoon – de ik – in de bundel Ontbinding beschouwt zijn leven en zijn positie daarin, zijn lichaam en zijn liefdes om vervolgens op pad te gaan en de reis zelf de uiteindelijke aankomst te laten bepalen. In het eerste hoofdstuk Nu wordt gekeken naar de huidige stand van zaken. Klaar met het leven en de wereld om hem heen beschouwt hij eerst zichzelf.

‘nu dus dit lijf van mij –
 maar wie is de bron van dit zien in een vochtige avond?
 wat geeft mijn strot recht van spreken?
 is verval geen herschikking van krachten?
 blaft daar geen vos daar ja onder de oeroudste varens?’

Verontwaardiging over huidig beleid

In een van de volgende verzen wordt een cynische uiteenzetting over de maatschappelijke status van de ik gepresenteerd. De wat narrige toon is die van een man op leeftijd die zich steeds meer laat leiden door verontwaardiging over het gevoerde beleid.

‘U betaalt uw belasting integer.
 Aanvullend bent u verzekerd.
 U beft uw slavinnen met smaak.
 Uw vestigingsklimaat is mild en overwegend heilzaam.
 Uw saldi en activa ogen gezond.
 Meestal slaapt u zonder middel vredig.
 Uw bezoldiging is binnen geldende normen wel gepast.

 U ik jij men en hij: het wordt hier druk.
 Dat past in de ruimhartigheid van het vestigingsklimaat.
 Komt het echter op uitkeren aan
 dan geeft meneer niet thuis.’

Gerbrandy is een meester in het vervlechten van poëzie en proza. De verzen in dit gedeelte van de bundel worden voorafgegaan door een paar regels in de hij-vorm die een herinnering, een gevoel of een vooruitzicht beschrijven. Om daarna gevolgd te worden door een vers dat dieper ingaat op het onderwerp en het gemoed van de ik verbeeld. De gedichten stromen over van anekdotes en metaforen die vooral de bekende aardse taal van Gerbrandy laten zien: ‘zwaluwen scheren geringd over stoffige plassen’ en even verderop ‘in slijk versterven bonte amfibieën’. Zintuiglijke zinnen die de leesbaarheid verrijken.

Toekomstig weerzien

Het hoofdstuk Wind is de laatste halte voordat de grote reis wordt aangevangen. Hier komt de classicus in Gerbrandy naar boven. De verteller verhaalt over de poëzie van een elfde-eeuwse kloosterling, het schrijven van klassieke sonnetten, colleges over middeleeuwse handschriften en studenten die zich fragmenten van oude zangen toe-eigenen. De aansluitende gedichten laten steeds meer los over het verlangen op pad te gaan en het toekomstige weerzien met een geliefde: ‘…er zijn er/ die goud en koel werk het mooiste vinden/ maar ik jou.’

‘Reis’ is het meest omvangrijke deel waarin prozastukken de overhand nemen en de grote reis begint. ‘Langzaam maar zeker naderde het moment waarop hem dringend verzocht zou worden zijn werkkamer op te ruimen en plaats te maken voor jongeren wie later een zelfde lot beschoren was. 

Hij pakte zijn rugzak zijn stok en zijn kruik
   drie boeken voor slapeloze nachten
hij trok door het land zonder bergen op zoek
   naar vuur voor zijn tanende krachten.’

Het is vooral de sfeer – die de verteller oproept – die deze reis laat zien als eigenzinnige Odyssee. De hoofdpersoon, met stevige stok en ransel, heeft het vermoeden dat iets of iemand hem begeleidt. Een dier een schim of een engel. Hij loopt langs norse en ongeletterde landslieden, slaapt op een strozak in een schuur en ziet langs een bosrand twee wolven staan. Met hier en daar een verwijzing naar de actualiteit of zelfs een blik in de toekomst: ‘Toen de zomer naderde korf ik met een ontsmet stanleymes een jaap in mijn linkeronderarm om de chip los te snijden.’

Herinneringen en een hunkeren naar liefde

Steeds meer verandert deze omzwerving in een haast tastbare herinnering aan een geliefde. De schimmen die hem volgen lijken te transformeren in de gedaante van de vrouw. De laatste prozateksten, als verslag van de reis, worden een hartstochtelijke liefdesverklaring vol verlangen naar een lichamelijke hereniging.

‘Zij troonde hem mee naar haar vuren hut
   naast een beek vol kiezels en vissen
dan troont zij hem mee naar haar nauwe alkoof
   om zijn oude leven te wissen.’

Piet Gerbrandy lijkt zijn hoofdpersoon-op-leeftijd naar een definitief einde te sturen. Het sluitstuk van zijn leven met een grondige soul search als drijfveer. Maar het verloop van deze bundel laat nog wat anders zien: een sterke hunkering naar liefde die in de flarden ingevlochten poëzie de lust naar boven haalt.

‘In liefdesverklaringen was hij altijd vrij goed geweest maar ook dat ging de laatste tijd moeizamer.
 Je billen en wangen zijn blijvend
 dat is wel gebleken
 maar hoe het met mij zit en gaan moet
 daarover is minder bekend.

 Waar laatste syllaben hun -end voltrekken
 wijdt zich een witte stilte’

Toch is in alles de klassieke aftocht te vinden. Het verdwijnen van de wereld na een oprisping vol passie en bevlogenheid. Gerbrandy dicht in grootse gebaren en minuscule details zonder zich te verliezen in te gemakkelijke metaforen. Uiteindelijk laat hij zijn protagonist achter bij het veronderstelde einddoel van diens reis:

‘Dit werk is onbegonnen
 zoals het ook onafgelopen is.

 Trek ik mij daarom terug uit alle rollen.
 Blijft wie stilaan verdwijnt onopgemerkt.’

 

 

Omslag  -
Verschenen bij: AtlasContact (2021)
ISBN: 9789025464684
104 pagina's

Meer van André van Dijk:

Recent

3 december 2021

De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

Over 'Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo' van Jo Komkommer
2 december 2021

Een ontmoeting met grote gevolgen

Over 'De wereld van Italo Svevo' van Rob Luckerhof
1 december 2021

Aangespoord door de biografie van Louis Lehmann

Over 'Wat boven kwam' van Louis Lehman
29 november 2021

Doodsverlangen in een dorp

Over 'Stenen eten' van Koen Caris
26 november 2021

We zijn allemaal vluchtelingen

Over 'Vlieg weg, vlieg weg' van Paulus Hochgatterer

Verwant