23 januari 2013

Zo Nederlands als wat – Linda Huijsmans

Recensie door Adri Altink

In vier generaties los van Molukse wortels

Het is misschien wat boud om te beweren dat Geert Mak met zijn De eeuw van mijn vader een trend gezet heeft, maar sinds dat boek uit 1999 is een niet aflatende stroom familiekronieken verschenen die onverminderd lezers trekt. Sterke voorbeelden zijn Het pauperparadijs (Suzanna Jansen) en Het zwijgen van Maria Zachea (Judith Koelemeijer). In de stroom trokken ook geschiedenissen waarin verschillende culturen samenkwamen vele lezers, zoals Sonny Boy (Annejet van der Zijl) en Asta’s ogen (Eveline Stoel). In 2012 waren daar ineens twee boeken over Molukse families: Kazernekind door Marlies Mielekamp en het hier te bespreken Zo Nederlands als wat door Linda Huijsmans.

Dit laatstgenoemde boek laat helaas zien dat een verslag van interessante levens niet meteen boeiende literatuur oplevert.
Maar eerst: Huijsmans slaagt er zonder meer in om duidelijk te maken hoe complex de materie is. Alleen al het in Nederland ontstane gebruik van de woorden ‘Molukkers’ en ‘Ambonnezen’ als synoniemen van elkaar, verhult grote verschillen. De bewoners van de zuidoostelijke Molukken en die van het eiland Ambon konden elkaars bloed wel drinken, schrijft ze. De meeste Zuidoost-Molukkers hebben, volgens haar, ook nooit veel affiniteit gehad met de strijd voor een eigen onafhankelijke staat.

Linda Huijsmans vertelt het verhaal van Adam Woearbanaran en Jublina Tanwey vanaf het moment dat ze verliefd werden en trouwden op hun kleine Fordata (één van de zuidoostelijke eilanden), tot een paar jaar geleden in Nederland. In die ruim zestig jaar passeren de KNIL-tijd van Adam, de overtocht naar Nederland, de jarenlange onduidelijkheid over terugkeer naar de Molukken en de houding van de Nederlandse regering in die kwestie, het gehannes rond de huisvesting van de ruim 12.000 Molukkers (aanvankelijk in slecht geoutilleerde woonoorden en later in stenen huizen in eigen wijken in dorpen) en natuurlijk de gijzelingsacties en treinkapingen door het meest militante deel van de bevolkingsgroep.

In de beschreven periode worden in de familie dochter Moni (1948), kleindochter Henriëtte (1963) en achterkleindochter Aisha (1999) geboren. Zo Nederlands als wat is voornamelijk gebaseerd op gesprekken met die drie en Jublina (1929) zelf. Tussen de verhalen door weeft Huijsmans de officiële geschiedschrijving zoals die in literatuur en kranten- en TV-verslagen terecht is gekomen.
Het is jammer dat de schrijfster er niet in slaagt om die veelheid aan materiaal te verwerken tot een prikkelend verhaal. De (politieke) achtergronden en de belevenissen van de familie Woearbanaran zelf blijven enigszins los van elkaar staan. Huijsmans weet wel duidelijk te maken dat verschillende leden van de familie anders reageerden op de ontwikkelingen en dat de generatieverschillen groot waren, maar haar beschrijving blijft in hoge mate particulier.

Een paar voorbeelden kunnen dat verduidelijken.
Als de familie Woerbanaran in de Molukse wijk in Rijssen woont doen zich tweemaal geweldsincidenten voor. De eerste keer ontdekt Adam, als hij in zijn huis de trap afloopt, dat kwaadwillenden zijn woonkamer, waarin hij net nieuwe vloerbedekking heeft gelegd, onder water hebben gezet. Hij heeft een vermoeden van de daders, maar de lezer komt het niet te weten. Ook het motief blijft onduidelijk.
Het tweede incident speelt zich af in de oudjaarsnacht van 1971. Een buurman slaat in huize Woerbanaran de boel kort en klein. Maar opnieuw blijft de lezer met vragen zitten: wat voor conflict was er dan met die man? Wat zei dat over de sfeer in de wijk en tussen de daar wonende Molukkers onderling?
Dergelijke vragen komen bij de lezer ook op als later in het boek Moni de eerste uit de familie is die trouwt met een blanke Nederlander. Het huwelijk loopt na een paar jaar stuk. Hoe reageerde de rest van de Molukse gemeenschap op dat huwelijk? Wat vond de naaste familie ervan? Waarom hield het geen stand? Had dat te maken met culturele verschillen? En waarom laat de dochter uit het huwelijk, Henriëtte, jaren later haar achternaam weer veranderen in Woerbanaran? Was dat echt alleen omdat ze haar vader toch nooit meer zag?

Zo Nederlands als wat (de titel verwijst naar het proces van vervreemding van de oorspronkelijke Molukse wortels en de overname van de Nederlandse cultuur) is ongetwijfeld een mooi document voor de familie Woearbanaran zelf. Niet alleen vleiend trouwens, want ook de schandalen, zoals een incestzaak, dekt Huijsmans niet toe. Maar voor lezers die de hoofdpersonen niet kennen is het toch vooral een geschiedenis die opgebouwd is uit feiten, anekdotes en historisch materiaal rond mensen die – wellicht met uitzondering van Adam – vreemden voor ons blijven.
Zo Nederlands als wat.
Een Molukse familiegeschiedenis

Auteur: Linda Huijsmans
Uitgever: Atlas Contact (2012)
Aantal pagina’s: 192
Prijs: € 19,95

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer