Zinnen die blijven hangen

Interview door Carolien Lohmeijer

Op 12 december jl. won Puck Füsers de schrijfwedstrijd van Write Now! Puck is 19 jaar, studeert en werkt in Maastricht en schrijft gedichten. Over haar winnende gedichten schreef de jury o.a.: ‘De prijswinnende inzending is een experimentele tekst, die het menselijke nooit uit het oog verliest.’
Voor Literair Nederland sprak ik Puck telefonisch op een moment dat de eerste opwinding over het winnen van de prijs een beetje gedaald was en zij weer druk was met het leven van alledag.


Hoe gaat het met je na het winnen van Write Now!?

‘Ik heb de eerste dagen op een wolk geleefd, nu ben ik weer een beetje geland’.
Puck vertelt dat ze vorig jaar de derde prijs in de voorronde van Venlo had gewonnen met gedichten die ze vrij impulsief had ingestuurd. Maar die prijs was zo’n stimulans dat ze deze keer dacht: ‘ik ga meer mijn best doen.’ Dus begon ze in maart, lang voor de deadline in oktober, al met schrijven.


Heb je het werk van de anderen gelezen?

‘We ontvingen het werk van de andere finalisten pas na de prijsuitreiking, dus ik had vooraf geen idee wat de rest had ingestuurd. Ik had wel al de voorronde-inzendingen kunnen lezen van degenen die de eerste prijs in de voorrondes hadden gewonnen. Ik vond het mooi, het was goed geschreven en van hoog niveau.’
De finalisten hebben elkaar ontmoet op de dag van de uitreiking. ‘Het waren supertoffe mensen; het was een hele gezellige dag. Ik had niet verwacht dat ik zou winnen, dus ik was superrelaxed. Ik hoop dat we met elkaar contact houden.’


Sinds wanneer schrijf je gedichten en schrijf je ook proza?

‘Dat is eigenlijk geleidelijk begonnen, zo’n 3 à 4 jaar geleden, maar sinds een jaar of 2 doe ik dat wat structureler. Ik heb ooit wel verhalen geschreven, maar daarin kwam ik nooit tot de top; ik bleef hangen in de beschrijving van situaties. Ik ben poëzie gaan schrijven omdat ik merkte dat er zo nu en dan zinnen bleven hangen. Vanuit die zinnen schreef ik dan verder. Ik las zelf eigenlijk nog geen poëzie toen. Wel had ik een leraar op de middelbare school die ons zo nu en dan poëzie liet lezen. Ik merkte toen dat ik dat wel leuk vond. Daarna ben ik zelf op zoek gegaan, in eerste instantie op internet. Nu lees ik wel veel, bijvoorbeeld van Marieke Lucas Rijneveld, Maxime Garcia Diaz en Levina van Winden. Voor mij geldt dat veel lezen bijdraagt aan mijn schrijven.’


Veel van jouw gedichten gaan over opgroeien in een digitaal tijdperk. In je gedichten lees ik een zacht kritische ondertoon, klopt dat?

‘Veel mensen benadrukken het negatieve van internet. Maar internet kan ook verbindend en democratiserend zijn. Ik wil daarin graag genuanceerd zijn. Natuurlijk zijn er negatieve effecten; ik zie dat ook wel om me heen, en ik benoem het natuurlijk in mijn gedichten. Maar ik wil nu ook weer niet zeggen dat het internet ons alleen maar kwaad kan doen. Ik denk dat het vooral belangrijk is om tot een soort realistische weergave te komen, om te zien wat er nu écht gebeurt als we onszelf omringen met de online wereld. En dat is meestal niet alleen goed of slecht, maar een combinatie van beide.’


Schrijf je met een bepaalde doelgroep voor ogen?

‘Nou, nee, daar ben ik tijdens het schrijven niet mee bezig. Ik hoop dat mijn gedichten voor veel mensen toegankelijk zijn, maar ik schrijf vooral vanuit mezelf en daarmee is het natuurlijk wel generatiegebonden en meer toepasselijk voor mijn generatiegenoten. Maar als mensen bepaalde begrippen niet herkennen, kunnen ze die altijd op Google opzoeken natuurlijk.’


Uit de serie van acht gedichten publiceren we het gedicht ‘breuklijnen’. Wat kan je vertellen over dit gedicht?

‘Dit is het laatste gedicht dat ik voor de finalereeks geschreven heb. Het was de afsluiting. Het voelde als een soort uitademen en deed me terugkeren naar de realiteit.
Voor de deadline was ik obsessief bezig geweest met de wedstrijd. Dat vond ik niet fijn; normaal laat ik een gedicht liggen en neem dan een tijdje afstand. Dat kon nu niet. Dat was heel intens. Door het schrijven van ‘breuklijnen’ hervond ik mijn rust, het gevoel dat ik had paste daarbij en dat had ik nodig. Toen wist ik ook: “nu is het goed”. Ik heb het ingeleverd en kon het loslaten daarna.’

‘breuklijnen’

iemand die je vraagt of de weg nog heel is, geen blauwe plekken heeft

het glinsteren van een ochtend waarvan je niet weet
hoe er aan te beginnen, wachten tot het wegsijpelt
je kunt het vliegen noemen en verrast kijken

je kunt de scherven oprapen, je fantasie gebruiken

iemand die je vraagt wat je vandaag hebt aangericht,
niet willen zeggen: schade.
de schaamte van niet op zoek gaan naar wat weerkaatst
in het licht, gewoon het leggen van je wang tegen de aarde

voelen wat nog koud is en hoe lang dat zo zal blijven

zien hoe de zon opkomt zoals de zon wel vaker opkomt
daar gewoon niet tegenop kunnen
de auto zo vol met haar parfum dat zelfs je adem naar haar ruikt

uitblazen
niets vragen
toch antwoorden verzinnen

 

Op de website van Write Now! staat dat deze prijs voor zowel winnaars als finalisten vaak de kickstart betekent van een schrijfcarrière. Wat zijn jouw ambities?

‘Ik schrijf heel veel. Ik ben altijd wel bezig met een gedicht, dagelijks. Ik kan dat niet zomaar uitzetten. Maar elke dag schrijven, betekent natuurlijk niet elke dag een goed gedicht. Mijn werk aanbieden aan een uitgeverij lijkt me heel fijn, maar voordat ik dat ga doen wil ik me eerst verder ontwikkelen. Wel wil ik mijn gedichten aan literaire tijdschriften gaan aanbieden, in de hoop dat ik daar een podium krijg.’

 

Kennismaken met het werk van Puck Füsers kan via de website van Write Now! Daar staan onder de titel ‘Wat je niet weg kunt klikken’ haar acht winnende gedichten.
Overigens staan daar ook de ingezonden teksten van Keet Winter en René Mets, de nummers twee en drie van de wedstrijd.
Een nadere kennismaking met Puck kan al binnenkort. Op 9 januari aanstaande is ze als prijswinnaar van Write Now! een van de gasten die optreden op Frontaal, een literair evenement dat deze keer online is en live wordt gestreamd.

 

foto: Salih Kiliç

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 januari 2012

Mijn naam is Legioen - Menno Wigman

Gesignaleerd door de redactie:

Mijn naam is Legioen is Menno Wigmans eerste dichtbundel sinds zes jaar. ‘Ik leefde snel en telde af, dat was toen mode’, dicht Wigman in zijn nieuwe bundel. De dandy van de desillusie, zoals een criticus hem ooit noemde, kijkt terug op de eerste tien jaar van de eenentwintigste eeuw en doet dat in vastberaden, aangrijpende en soms ronduit pijnlijke gedichten.