Anton van Hooff  – Sterven in stijl

Zelfdoding in de antieke wereld nader beschouwd

Recensie door Evert Woutersen

Anton van Hooff schreef in 1990 een boek over Zelfdoding in de antieke wereld, Van auto-thanasia tot suicide (SUN, Nijmegen 1990). In de jaren daarna publiceerde hij meerdere artikelen over hetzelfde onderwerp. En hij bracht boeken uit over onder andere de Romeinse keizers Vespasianus, Nero en Marcus Aurelius. Het thema van de dood in de klassieke oudheid pakt hij weer op in zijn nieuwste boek, Sterven in stijl. Leven met de dood in de klassieke oudheid.

Overgeleverde grafschriften
Van Hooff schrijft in de inleiding van Sterven in stijl dat de mensheid al heel vroeg weigerde om de dood als het definitieve einde van het leven te zien. In vijf hoofdstukken vertelt hij hoe de mens door de eeuwen heen omging met de dood. Hij put ondermeer uit de geschiedschrijving van Vergilius en Homeros.

Over de betekenis van de begrafenisrituelen uit de prehistorie kunnen we slechts speculeren, omdat er uit de tijd slechts archeologisch materiaal beschikbaar is. Meer kunnen we leren van de ‘ouderbeschaving’, die van de Grieken en de Romeinen.  ‘Naast het archeologisch materiaal […] geven de overgeleverde grafschriften inzichten in de zeer diverse manieren waarop men met de dood omging.’ In het antieke Rome was wettelijk vastgelegd dat begraven of cremeren binnen de stad verboden was. De begraafplaatsen lagen buiten de stad, langs de uitvalswegen. Hoe dichter men bij de hoofdwegen werd begraven, hoe prominenter men in de herinnering voortleefde. Voorbijgangers lazen de grafteksten meestal hardop, zodat de doden als het ware even tot leven werden gewekt. Bezoeker, blijf staan en als het je niet te lastig is, lees dan dit. Vanaf het moment dat de graven gingen spreken door inscripties verwijzen ze naar de klassieke onderwereld met het geloof in het schimmenrijk van de Hades. De antieke mens stelt zich voor dat de ziel van de overledene daar als schim voortleeft.

Aan de godenschimmen gewijd. Voor Iulianus 60 jaar oud heeft het collegium van wat over was van het begrafenisgeld een crypte van 12 voet (laten maken); hij is hier gelegen;  moge de aarde u licht zijn.’
De laatste uitdrukking komt vaak voor op Latijnse grafschriften, sit tibi terra levis (vaak afgekort tot STTL).

De grafschriften laten zien dat het geloof in de onderwereld hardnekkig was: ‘Homeros’ Hades was de basis waarop andere opvattingen zich als lagen in de loop van de tijd zouden afzetten.’

Herinneringscultuur
De zorg om de reputatie van de overledene beheerste in de oudheid alles. Daarom werden vooral de kwaliteiten van de overledene in grafinscripties vereeuwigd. Onvermijdelijk zijn er clichés, zoals incomparabilis (onvergelijkelijk) en pia (toegewijd). Soms wordt de doodsoorzaak vermeld, bijvoorbeeld a latronibus interfectus (door rovers gedood) of gestorven aan de pest. De grafschriften veranderden in de loop van de tijd. Ze benadrukten vanaf de vierde eeuw voor Christus de scheiding tussen het lichaam dat achterblijft en de ziel die blijft voortbestaan.

De aarde houdt het lichaam
de steen de naam
de hemel de ziel.’

Sterven in stijl
In 2006 wijdt Van Hooff een uitbreid artikel aan Timothy Hills studie uit 2004: Ambitiosa Mors. Suicide and Self in Roman Thought and Literature. (Van Hooff, ‘De stijlvolle dood. Zelfmoord als klassiek ideaal’ in: De Academische Boekengids 58, september 2006, pp. 17-19). Hills boek zorgde ervoor dat er op een andere manier naar ‘eigendoding in de oudheid’ werd gekeken: ‘Met klem van argumenten betoogt Hill dat zelfdoding voor de Romeinen geen aparte sterfcategorie is. […] Zelfdoding kon de vorm aannemen van een eerzuchtige of opzienbarende dood, een ambitiosa mors […]’ Hill definieert de ambitiosa mors als een gloriezoekende, stijlvolle dood. Van Hooff: ‘In Hills perspectief gaat het vooral om sterven in stijl.’  Voilà, de titel van Van Hooffs boek: Sterven in stijl.

Het voorbeeld van iemand die ‘sterft in stijl’ is Seneca (4 voor Christus – 65 na Christus), de Romeinse schrijver/filosoof en raadsman van keizer Nero. De geschiedschrijver Tacitus heeft de zelfdoding van Seneca uitvoerig beschreven. Seneca troostte zijn vrienden en hij deelde zijn laatste wijsheden. Hij liet zich de aderen en polsen doorsnijden en toen dat niet voldoende bleek liet hij zich gif aanreiken. Twee keer ‘liet’ in de tekst: hulp van een arts bij zelfdoding was bij de Romeinen een vanzelfsprekendheid .

Seneca wilde niet dat zijn vrouw Paulina getuige was van zijn lijden. Hij vroeg haar de sterfkamer te verlaten. Veel schilders hebben dit emotionele afscheid op doek vastgelegd. Op de omslag van Sterven in stijl staat ‘The Death of Seneca’ van de achttiende eeuwse schilder Noël Hallé.

Augustinus en Lucretia
Het groeiende geloof in het dualisme ziel-lichaam leidde tot een toenemende afwijzing van de ‘vrijwillige dood’ (mors voluntaria). Het recht zelf de ziel los te maken van het lichaam was niet meer vanzelfsprekend. De opvatting groeide dat zelfdoding gelijk stond aan ‘ziel stelen’: de mens mag de scheiding tussen ziel en lichaam niet forceren. Kerkvader Augustinus (354-430) zorgde ervoor dat zelfdoding een christelijk taboe werd. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ betekende volgens hem ‘een ander noch jezelf’. ‘Wie zichzelf doodt is een moordenaar (Qui se ipsum occidit homicida est)’. Augustinus’ visie werd kerkleer. Zelfmoordenaars mochten niet in gewijde grond worden begraven; zij kregen een ‘hondenbegrafenis’.

De veranderde houding ten aanzien van zelfdoding illustreert Van Hooff met het drama van de getrouwde Lucretia. Zij stak zich met een mes in het hart nadat een koningszoon haar onder bedreiging onteerde. In de Romeinse oudheid was Lucretia het toonbeeld van vrouwelijk eerbesef. Haar reputatie was geschonden. Uit schaamte koos ze voor zelfdoding. Augustinus interpreteert haar daad heel anders: ‘Wat als ze ook door haar eigen lust verlokt toegaf aan de man, ook al belaagde hij haar met geweld?’ In zijn optiek is zij een zondares. Niet uit schaamte, maar uit schuldgevoel beging ze de doodzonde van de zelfmoord.

Van Hooff beschrijft gedetailleerd hoe diverse studies, o.a. van Montesquieu (1689-1755) en van David Hume (1711-1776), dit beeld nuanceren. Zelfdoding is niet onder alle omstandigheden een doodzonde. Is zelfdoding niet een fundamenteel recht van de mens? Montesquieu’s opvatting: ‘Het leven is mij als een gunst gegeven. Dus mag ik het teruggeven als het niet langer een gunst is. Als ik suïcide bega, gebruik ik mijn onvervreemdbare recht.’

Complimenten
In 1990 schreef Van Hooff  Zelfdoding in de antieke wereld. Hij bracht de motieven voor zelfdoding in kaart. Hij baseerde zich op 960 geregistreerde gevallen van zelfdoding bij de Grieken en de Romeinen, voor zijn nieuwe boek op 1374. In Sterven in stijl zijn nieuwe inzichten en opvattingen over omgaan met de dood in de antieke wereld opgenomen. Met de belangrijke notie dat zelfdoding geen aparte categorie is in de antieke leefwereld is de ondertitel van zijn boek Leven met de dood in de klassieke oudheid logisch en consequent.

Van Hooff heeft met Sterven in stijl een zeer leesbaar en toegankelijk boek geschreven. Zijn genuanceerde observaties plaatsen de verschillende opvattingen over de – zelfgekozen – dood in een breed historisch perspectief. Alle lof voor de consciëntieuze manier waarop hij zijn boek heeft samengesteld.

Een jaar later
Van Hooffs boek uit 2015 blijkt zeer actueel. In de antieke wereld was hulp van een arts bij zelfdoding vanzelfsprekend. Volgens de Nederlandse wetgeving, stammend uit 1886, is hulp bij zelfdoding strafbaar. Op 4 februari 2016 verscheen Voltooid leven. Over hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten. Belangrijkste conclusie: Zelfdoding is niet strafbaar; hulp bij zelfdoding wel. Alleen artsen kunnen die hulp geven. ‘De commissie is van mening dat het niet wenselijk is om de huidige juridische mogelijkheden inzake hulp bij zelfdoding te verruimen.’

 

 

Anton J.L. van Hooff (1943) promoveerde in 1971 met zijn dissertatie: Pax romana: een studie van het Romeinse imperialisme. Tot 2008 was hij hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen. Boeken van Anton van Hooff zijn onder andere Keizers van het Colosseum. Vespasianus, Titus en Domitianus (2014), Nero & Seneca. De despoot en de denker (2010) en Marcus Aurelius. De Keizer-filosoof (2012).

Omslag Sterven in stijl -  Anton van Hooff 
Sterven in stijl
Anton van Hooff 
Leven met de dood in de klassieke oudheid
Verschenen bij: Ambo| Anthos, Amsterdam
ISBN: 9789026331992
285 (inclusief appendices, noten, verwijzingen en overzicht geraadpleegde werken, illustratieverantwoording en register) pagina's
Prijs: € 22,99

Meer van Evert Woutersen:

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa

Verwant