2 maart 2010

Wonen tussen de anderen – Jurriaan Benschop

Een portret van kunststad Berlijn

Recensie door Machiel Jansen

Wie het verhaal vertelt van de geschiedenis van de kunst heeft het ook over steden: Athene, Rome, Florence, opnieuw Rome, Amsterdam, Parijs, New York. Al deze steden hebben voor kortere of langere tijd de rol gespeeld van centrum van de kunst. Wilde je als kunstenaar mee in de nieuwste ontwikkelingen dan moest je toch naar de stad waar het gebeurde. Welke stad komt vandaag de dag in aanmerking als hoofdstad van de kunst? Waar gebeurt het? Waar moet je als kunstenaar heen? Of kun je blijven zitten waar je zit, zolang je maar browst, mailt en twittert?

Is het Berlijn waar het allemaal gebeurt? Rond de jaren twintig van de vorige eeuw gebeurde er in cultureel opzicht veel in de Duitse hoofdstad. Tussen de beide wereldoorlogen, toen een brood door hyperinflatie miljoenen mark kostte, was Berlijn een stad waar iets gebeurde. DaDa kwam er samen, Paul van Ostayen ging erheen en Fritz Lang, Otto Dix en George Grosz woonden er.

Ook in deze tijd heeft Berlijn de naam een interessante stad voor kunstenaars te zijn. Dat komt onder meer door het recente verleden dat de naam heeft historisch te zijn. De val van de muur en de hereniging van Oost en West is geschiedenis die nog kan worden nagevoeld en herinnerd. Deel uitmaken van de geschiedenis is een romantisch idee dat in Berlijn nog levend is.
Jurriaan Benschop woont er. Tussen de anderen, zoals dat heet in de titel van zijn boek over ‘de kunststad Berlijn’. De titel verwijst naar de indringende film Das Leben der Anderen uit 2006, waarin een kunstenaar in Oost Berlijn door de Stasi in de gaten gehouden wordt. Het DDR verleden van elkaar bespieden, aangeven en in het openbaar je mond houden, leeft op één of andere manier nog voort in de levens van veel Berlijners.

Benschop begint zijn boek met dit thema. De film komt aan bod, gevolgd door het verwerken van het verleden en het samengaan van twee, eens gescheiden werelden. Het is wat mij betreft, een wat moeizame start. Benschop opent nogal eens een open deur. ‘Wat vandaag nog onaanzienlijk en saai is, kan morgen hip zijn. Waar vandaag de ouderen wonen, kunnen morgen de jonge tweeverdieners komen om een huis te bekijken. Voorlopig is het nog niet zover.’ Tja, dat geldt natuurlijk voor veel steden.
Na deze moeizame start volgen reportages uit het hedendaagse Berlijn waarin moderne kunst centraal staat. Soms levert dat wat informatie op over een hedendaagse kunstenaar, dan weer over de Berlijnse locaties waar moderne kunst te zien is. Er volgen gesprekken met kunstenaars, bezoeken aan tentoonstellingen, en wat meer beschouwende hoofdstukken over de twintiger jaren van de twintigste eeuw en herinneren in Duitsland.

Benschop is tentoonstellingsmaker en goed bekend met de moderne kunst. Die kennis vormt ook de meerwaarde van dit boek. De lezer maakt o.a. kennis met kunstenaars als Mark Lammert, Jeff Wall, Bern Trasberger. Ook ontmoet Benschop Tjebbe Beekman, de in Berlijn woonachtige Nederlander wiens werk overigens momenteel te zien is in het Gemeentemuseum in Den Haag. Hij vertelt over een gezamenlijke bezoek aan een grote supermarkt. Later blijkt Beekman zijn werk Mall IV gemaakt te hebben naar aanleiding van dat bezoek. Dat is leuke informatie.
Beekman woont in Berlijn, net zoals bijvoorbeeld Mark Lammert, maar betekent dat nu ook dat Berlijn echt zo belangrijk is voor de hedendaagse kunst? Is het een stad waar je als kunstenaar heen moet? Is het een plek die meer leeft dan Parijs, New York, London of Amsterdam? Na het lezen van Benschop’s boek denk ik toch van niet. (Al is Amsterdam met zijn al jaren gesloten musea een uitzondering.) Benschop doet geen poging om een mythe in stand te houden. Hij is enthousiast over de stad en de kunstbeweging daar. Hij vraagt bijvoorbeeld gretig aan Lammert wat Berlijn voor hem betekent. Maar de kunstenaar haalt zijn schouders op en na aandringen wil hij nog wel kwijt dat het zijn geboortestad is.

Wat heeft Berlijn dan dat andere steden niet of in mindere mate hebben? Is het politiek activisime dat de kunst beïnvloedt? Hoe staat het met het linkse klimaat in Berlijn? De stad heeft immers nog een actieve krakersbeweging en op 1 mei gaan traditioneel nog elk jaar de stoeptegels door de lucht. Je zou verwachten dat net als in Amsterdam in de jaren tachtig, er een relatie is tussen links activisme en de kunstbeweging. Maar Benschop vertelt dat de jaarlijkse 1 mei-rel een tamelijk geïsoleerd incident is en dat links en kunst elkaar uit het oog hebben verloren. De kunstelite komt dan wel uit linkse kringen voort maar behoort nu tot het establishment. Kunst is voor een groot deel life style geworden en van een tegenbeweging of protestcultuur is eigenlijk geen sprake meer. Kunst kijken is nu een vorm van consumeren geworden en daarbij maakt de herkomst ook niet zoveel meer uit. Zoals je dezelfde hamburger in Berlijn, Amsterdam, Madrid en New York kunt kopen, zo wordt ook de kunst eenvormiger, of meer inwisselbaar.

Zo boud stelt Benschop het niet. Helaas niet, zou ik zeggen. Want ik mis soms pit in het boek. Zijn hoofdstukken zijn geen essays maar reportages en de meest uitgesproken meningen komen van zijn gesprekspartners zoals Marius Babias en Christoph Tannert. Benschop nuanceert regelmatig ? nee, te vaak. Desondanks heb ik na het lezen van zijn boek het idee dat Berlijn niet echt een bruisende kunststad is, maar een grote metropool waar kunst vanzelfsprekend een grote rol speelt. Maar van een creatieve antibeweging, een avant garde is niet echt sprake. Natuurlijk, er is veel kunst te zien in Berlijn, en er is veel te beleven, maar goed beschouwd verschilt het klimaat niet aantoonbaar met dat van andere grote Europese steden. Het lijkt niet een conclusie te zijn die Benschop expliciet wil maken maar wel een beeld dat uit zijn reportages naar boven komt.
In de jaren twintig was dat anders. Of toch niet? Benschop wijdt er een paar hoofdstukken aan, en ook hier blijkt het romantisch idee van een bloeiende kunstbeweging aan nuancering toe. De kunst uit die tijd is wat duister, deprimerend en bovendien vaak politiek geöriënteerd. Het heeft mooie dingen opgeleverd, maar was die tijd nu werkelijk zo romantisch beladen als we nu denken? Het was kleinschaliger dan we nu geneigd zijn te denken. Misschien dat we wat al te rooskleurig terugkijken.

Wonen tussen de anderen is een aardige verzameling kunstreportages vanuit Berlijn. Het boek mist een kaart maar is ook niet bedoeld als reisgids. Desondanks worden er genoeg plaatsen in genoemd die een bezoek meer dan waard zijn, en soms zou je toch gewoon met een kaart in de hand de stad beter willen leren kennen. Illustraties in kleur van enkele kunstwerken zijn in het midden van het boek opgenomen, maar helaas zonder verwijzing.
De beschrijvingen van kunstwerken gaat Benschop moeizaam af. Zinnen knipt hij opeens in stukken, alsof hij zo indruk wil maken of poëtisch denkt te zijn. Bijvoorbeeld op bladzij 44: ‘Hoe een natie zich tegen haar eigen intellectuelen en kunstenaars heeft gericht. Zichzelf ook heeft omgebracht. Talent bestrijdend. Verstand vergassend. Niks geen kunststad maar hoofdstad van de vernietiging.’ Dat staccato irriteert en is naar mijn idee ook overbodig. Soms maakt Benschop het nog iets erger door diepzinnig te willen zijn. Het resultaat is spreekwoordelijk vaag of onbegrijpelijk. Bijvoorbeeld: ‘Het bracht urgentie in de tentoonstelling, en dat maakte die tot een belevenis.’ Of: ‘De mens die ondanks zijn “nee” tegen de natuur toch ook deel uitmaakt van de cyclus der seizoenen.’
Dergelijke zinnen irriteren, maar het woord irriteren, zo heb ik van Benschop geleerd, heeft in Duitsland een andere betekenis. Een kunstenaar die (op z’n Duits) irriteert, verontrust en dat is een veel positievere kwalificatie dan de Nederlandse. Laat ik het daarbij houden.

 

Wonen tussen de anderen
Jurriaan Benschop
een portret van kunststad Berlijn
Verschenen bij: Athenaeum-Polak & Van Gennep
ISBN: 9789025367022
208 pagina's
Prijs: € 21,95

1 reactie

  • Anne schreef:

    Een gênant slecht geschreven, gemakzuchtige recensie van een boek dat ik met heel veel plezier heb gelezen. In tegenstelling tot de recensent, schrijft Benschop vanuit een diepe interesse, rustig en persoonlijk. Een ongewoon goed boek, wat mij betreft.





 

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

2 maart 2010

Reynaert de Vos

2 maart 2010

Nog pas gisteren

Over 'Het innerlijk toneel. Feiten' van Jurriaan Benschop
2 maart 2010

door Machiel Jansen

Over 'Flavius Josephus, Joods geschiedschrijver' van Jurriaan Benschop