3 januari 2017

Winterrubriek 2016 – Lodewijk Brunt

Nergens in de hele buurt vond je een boerderij die zo smerig en armoedig was. De jongen met de krulletjes stond met zijn neef Gwilym bij het varkenshok en keek over het beschot naar de zeug en haar hongerige jonkies. ‘Hoeveel biggetjes?’, vroeg het jochie. ‘Vijf’, zei Gwilym, ‘de moeder heeft er een opgegeten’. Ze telden de dartele roze diertjes, maar zagen er niet meer dan vier. Nog eens. Vier biggen met hun kale staartjes beklommen hun weldadig knorrende moeder. ‘Ze heeft er nog een opgegeten’, zei de jongen, en pakte een stok om de zeug op haar rug te krabben, ‘of er is een vos naar binnen gesprongen’. ‘Nee, het was de moeder niet en ook niet de vos’, zei Gwilym, ‘het was vader’. De jongen zag in zijn verbeelding hoe zijn oom Jim zijn tanden in het biggetje zette, terwijl de spartelende biggenpootjes uit zijn mond staken. ‘Hij verkocht het voor drank’, zei Gwilym met een hese stem, ‘vorig jaar met Kerstmis nam hij een schaap over zijn schouder en was hij tien dagen in de lorum’.

De goede verstaander weet genoeg, de passage komt onmiskenbaar uit Dylan Thomas: Portrait of the Artist as a Young Dog. De titel is een knipoog naar James Joyce: A Portrait of the Artist as a Young Man — tegenover de nogal pretentieuze geestelijke worstelingen onder het regime van de Jezuïeten van de Ierse schrijver, staat het rauwe bestaan van dronkenlappen en sappelaars op het platteland van Wales. Thomas vertelt over het bezoek bij grootvader Dai Thomas, die geobsedeerd is door Llangadock en die zijn kleinzoon meeneemt op weg daar naartoe. ‘Ik ga naar Llangadock om begraven te worden’, zegt hij tegen de dorpsgenoten die ze onderweg tegenkomen. ‘Maar je bent nog niet dood, Dai Thomas’, roept Meneer Price. Dai denkt even na en zegt: ‘Het heeft geen zin om dood te liggen in Llanstephan, de aarde is aangenamer in Llangadock, je kunt daar je benen strekken zonder dat je in zee terechtkomt’. De buren komen dichterbij: ‘U bent niet dood, Meneer Thomas’. ‘Hoe kunt u levend begraven worden?’. ‘Niemand gaat u begraven in Llanstephan’. ‘Ga maar gauw naar huis, Meneer Thomas, er staat een potje bier voor u klaar’. ‘En cake’. Maar grootvader blijft stevig op de brug staan, met zijn tas onder de arm geklemd. Hij staart naar het stromende water en in de lucht; een profeet die geen twijfels kent.

Portrait of the Artist as a Young Dog
Dylan Thomas
Verschenen bij: New Directions Publishing Corporation
ISBN: 9780811202077
186 pagina's
Prijs: € 12,00

Toevallig (her)las ik het afgelopen jaar diverse romans en verhalen over opgroeien en jeugdjaren. Behalve Joyce en Thomas ook het alom bejubelde L’amica geniale van Elena Ferrante en Never Mind en Bad News, de eerste twee van Edward St. Aubyn’s Patrick Melrose NovelsTegenover Ferrante’s fijnzinnige en hartverwarmende schetsen van de innige, Napolitaanse jeugdvriendschap tussen Elena en Lila, staat de ijskoude sfeer in het gezin van David en Eleanor Melrose en hun zoontje Patrick. Een griezelkabinet met een sadistische vader, afkomstig uit een aristocratische familie. David Melrose wilde medicijnen studeren maar generaal Melrose, zijn vader, zette onmiddellijk zijn toelage stop toen hij dit hoorde. Dat geld kon hij beter gebruiken voor het kweken van fazanten. De bezigheden van Engelse heren waren nu eenmaal het doodschieten van mens en dier; het verzorgen van zieken en gewonden was een taak voor kwakzalvers uit de lagere klassen, vond hij. De eerste keer dat hij belangstelling kon opbrengen voor zijn zoon was toen deze Eton verliet. ‘Wat wil je nu gaan doen?’, vroeg hij. De jongen stamelde dat hij het nog niet wist, hij durfde niet te bekennen dat hij misschien in de muziek verder wilde. ‘Ga maar bij het leger, jongen’, zei de generaal en presenteerde zijn zoon een sigaar. Zijn eerste en enige onbeholpen poging tot vriendelijkheid.

De wederwaardigheden van Patrick zijn verbijsterend; je bent niet verbaasd dat hij zwaar aan de drugs en de drank raakt na een jeugd waarin niet alleen zijn moeder maar ook hijzelf door vaderlief wordt verkracht. Ik heb mensen gesproken, oprechte literatuurliefhebbers, die aan de Melrose-cyclus begonnen zijn, maar halverwege moesten stoppen. Edward St. Aubyn is met zijn scherp geslepen pen in staat mensen tot fysieke misselijkheid te brengen. Een niet geringe prestatie!

 

The Patrick Melrose novels
Edward St. Aubyn
Verschenen bij: Pan Macmillan
ISBN: 9781447253525
880 pagina's
Prijs: € 16,00

Maar het ultieme ‘jeugdboek’ is natuurlijk Mark Twain’s Adventures of Huckleberry Finn, voor velen de absolute Great American Novel aller tijden. Twain is een weergaloos stylist, de avonturen op de machtige Mississippi hebben een hoog citeerbaar gehalte, ook al is het boek in plaatselijke dialecten geschreven. Een jongensboek? Misschien, maar wél met een lugubere inslag: slavernij, hekserij, moord, doodslag, bedrog, corruptie. Onder een laag van onnavolgbare humor bevindt zich een rauwe, verontrustende wereld waar niets is wat het lijkt.

Adventures of Huckleberry Finn
Mark Twain
Verschenen bij: WW Norton & Co
ISBN: 9780393966404
416 pagina's

Het afgelopen jaar leverde ook een interessante oogst aan journalistiek werk op. Joseph Mitchell’s bizarre en ontroerende reportages uit The New Yorker verschenen voor het eerst in een Nederlandse vertaling, aanleiding voldoende om opnieuw de oorspronkelijke versies te lezen, ook de verzameling stukken die Mitchell schreef voor andere kranten, waaronder The Herald Tribune, voordat hij als stadsverslaggever bij The New Yorker werd aangenomen: My Ears Are Bent. Eveneens reden om nog eens te bladeren in het werk van Mitchell’s vriend en collega A.J. Liebling, bij voorbeeld diens fameuze boksreportages: The Sweet Science. Onovertroffen literaire journalistiek. In Nederland verschenen trouwens ook twee journalistieke juweeltjes: ten eerste John Jansen van Galens Het verhaal van Vrij Nederland. Knap spitwerk van een voormalige Haagse Post-medewerker in de geschiedenis van zijn vroegere concurrenten; met liefde genoteerd, geen spoor van kinnesinne. En, zoals het hoort in de journalistiek: vol smakelijke en soms onsmakelijke anekdotes over Rinus Ferdinandusse, Joop van Tijn, Carel Peeters, Martin van Amerongen en de ‘joodse lobby’. Tenslotte Maarten Zeegers: Ik was een van hen. Drie jaar undercover onder moslims. Een verslag van binnenuit over de (moslim-) bevolking van de Haagse wijk Transvaal waar de verslaggever een tijd gewoond heeft en dankzij zijn kennis van het Arabisch en de Koran als moslim door het leven kon gaan en toegang kreeg waar anderen buiten moeten blijven. Een onthutsend verslag. Puike prestatie.

De gouden jaren van het linkse levensgevoel
John Jansen van Galen
het verhaal van Vrij Nederland
Verschenen bij: Uitgeverij Balans
ISBN: 9789460030970
480 pagina's
Prijs: € 27,00

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist