25 januari 2013

Wij wonderkinderen – Hugo Hartung

Verslag van een ontnuchtering 

Recensie door Thomas van Lier

Verslag van een ontnuchtering 

Nu de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog ver achter ons liggen, vond uitgever Christoph Buchwald van Cossee dat het tijd was voor de Nederlandse vertaling van Wir Wunderkinder (1957), een lichtvoetige roman van Hugo Hartung over de eerste helft van de twintigste eeuw. Hoewel de roman in de jaren vijftig razend populair was en er vijf miljoen exemplaren van werden gedrukt, lieten critici en literatuurwetenschappers deze links liggen. Volgens Buchwald paste het optimistische Wir Wunderkinder niet in de tijdsgeest, die werd bepaald door intellectuele zwaargewichten als Günter Grass en Heinrich Bölldie zich in hun verhalen bezighielden met de morele aspecten van de catastrofale oorlog. Critici zouden moeite hebben met de ironisch-vrolijke toon van de roman, die ook terugkomt in de ondertitel: ‘Ondanks alles een vrolijke roman van ons leven’.

Voor een groot deel is die reactie van de professionele Duitse lezers uit de jaren vijftig en zestig begrijpelijk: het opgesplitste land was bezig met het verwerken van een collectief trauma, en dan biedt een ‘vrolijke’ roman misschien wel kortstondig troost, maar hij doet geen recht aan de verschrikkelijke werkelijkheid. Daarom vonden critici al snel dat Wir Wunderkinder de oorlog bagatelliseerde. Bovendien verzette de hoofdpersoon van de roman zich niet actief tegen de overheersing van de Nazi’s, maar deed hij aan ‘innerlijke emigratie’: hij vluchtte in de verbeelding. Daarin zagen de critici een rechtvaardiging van de passieve opstelling van de zwijgende meerderheid. Het Duitse lezerspubliek herkende zich juist in deze weinig heldhaftige houding tijdens de oorlog. Een roman die wijst op het absurde en komische van de oorlog en tegelijkertijd predikt dat het leven  – ondanks alles – gewoon doorgaat, sterkte hen in hun verlangen naar progressie en toekomst. Voor critici en literatuurwetenschappers verscheen de roman gewoonweg te vroeg.

In Wij wonderkinderen blikt de ik-persoon (van wie alleen de voorletter R. genoemd wordt) terug op zijn leven, waarin zijn oude schoolkameraad Bruno een belangrijke rol speelt. Bruno is de persoon tot wie de ik-persoon zich voortdurend verhoudt: hij is belichaming van het Duitsland van de eerste helft van de twintigste eeuw. Als scholier belooft Bruno eeuwige trouw aan de keizer, in de jaren twintig is hij een van de eerste volgelingen van Hitler en na de oorlog is hij ondernemer en een invloedrijk politicus. Bruno is een rasechte opportunist, die werkelijk alle mogelijkheden aangrijpt om hogerop te komen. Zo sluit hij zich aan bij het studentencorps in München, totdat de aristocratische leden erachter komen dat de praatjesmaker helemaal niet studeert. Daarna zoekt hij zijn heil bij Hitler, in wiens hiërarchie hij al snel weet op te klimmen. Kun je boos worden op iemand die alles uitprobeert om macht en aanzien te verwerven?, vraagt de ik-persoon zich na de oorlog af. Bruno is dan handelaar in pannen geworden.

Bruno is een karikatuur, ja bijna een komisch personage. Je zou hem amoreel kunnen noemen. Hij waait met alle winden mee en laat zich niet leiden door innerlijke principes. Hugo Hartung rekent op een finale wijze af met het Naziregime door Bruno’s beweging, die bestaat uit navolgers van Hitler, af te schilderen als een verzameling omhooggevallen proleten. De leden van de familie Meisegeier bijvoorbeeld zijn de Tokkies van het Midden-Duitse geboortedorp van R. en Bruno, maar tien, twintig jaar later behoort de familie tot de elite van het Naziregime in München. Het is opvallend hoeveel waarde R. aan traditie hecht: de aristocratische afkomst van zijn Letse vriendinnetje wordt constant benadrukt, hij heeft veel ontzag voor zijn hospita (die de weduwe is van een generaal), roemt de grootheden van de Italiaanse Renaissance en citeert voortdurend Goethe. R. heeft op het gymnasium gezeten, waar hij les kreeg van een tirannieke leraar Latijn. R’s minachting voor parvenu’s als Bruno en de familie Meisegeier schemert regelmatig door in zijn notities. Voor R. is het des te pijnlijker dat zijn berekenende schoolvriend uiteindelijk aan het langste einde trekt.

Wij Wonderkinderen is daarom niet alleen (of beter gezegd: uiteindelijk) een vrolijke en optimistische roman, maar het is ook het verslag van een ontnuchtering. De ik-persoon ziet dat de oude, vertrouwde wereld van eeuwenoude tradities en een standvastige elite van aristocraten en welvarende burgers onder de voet wordt gelopen door een stel barbaarse, omhooggevallen proleten die door de straten van München marcheren. Waar gaat het naartoe? Ook Die Welt von gestern, de schitterende memoires van Stefan Zweig die dertien jaar eerder het licht hadden gezien, sluit af met die prangende vraag. Zweig had weinig vertrouwen in de toekomst, want in 1942 beroofde hij zichzelf van het leven. Hugo Hartung deed dat niet en dat had hij wellicht te danken aan zijn afstandelijke, ironische kijk op wereld om hem heen. Maar de betrokkenheid van Zweig, die de Oostenrijkse auteur uiteindelijk fataal werd, is in Wij wonderkinderen ver te zoeken. Hartungs roman is daar te luchtig, te oppervlakkig voor. Alles wordt klein gemaakt zodat het binnen de sfeer van het persoonlijke past. Je kunt ook zeggen dat Hartung heeft geprobeerd om de grote gebeurtenissen van de eerste helft van de twintigste eeuw persoonlijk te maken, maar daarin is hij maar ten dele geslaagd.

Het ontbreekt de geschiedenis van R.’s relatie met de Letse Wera en zijn huwelijk met de Deense Kirsten aan relevantie. Wél aangrijpend zijn de laatste hoofdstukken van het boek, waarin R. verslag doet van de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. Het liefdevolle gezin van R. en zijn Deense vrouw Kirsten slaat zich met behulp van Kirstens spitsvondigheid door armoedige, gebrekkige omstandigheden heen die niet onderdoen voor de verschrikkingen van de hongerwinter.

 

Wij wonderkinderen

Auteur: Hugo Hartung
Vertaald door Janneke Panders
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
Aantal pagina’s: 240
Prijs: € 21,90

Wij wonderkinderen
Hugo Hartung
ISBN: 9789059363717

Meer van Thomas van Lier:

26 september 2017

Speelse ideeënroman met ongewone kijk op de klimaatverandering 

Over 'Het tegenovergestelde van een mens' van Lieke Marsman
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
20 september 2016

Geschiedenis van een beladen liefde 

Over 'Nietsdankussen' van Cinthia Winter

Recent

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

25 januari 2013

Een smaakvol maal, opgediend onder het waakzaam oog van een gewetensvolle bedrijfsleider

Over 'Laatste avond in de Lobster' van Hugo Hartung
25 januari 2013

‘Wie kan weten wat de waarheid is?’

Over 'Charlotte' van Hugo Hartung