Wie houdt dan stand – Andrea Bajani

Het veelbelovende Italiaanse debuut van Andrea Bajani, Wie houdt dan stand, is nu vertaald en verschenen bij uitgeverij Athenaeum.

‘Ik kom snel weer terug,’ zegt Lorenzo’s moeder als ze op het punt staat voorgoed naar Roemenië te vertrekken. Ze wil daar samen met haar nieuwe liefde hun bedrijf voortzetten en laat Lozenzo bij zijn stiefvader achter. Hij zal haar pas terugzien als hij op achttienjarige leeftijd naar Boekarest reist om haar begrafenis bij te wonen.

Interview met Andrea Bajani

In Nederland zijn jonge Italiaanse schrijvers op het moment erg populair, zoals Niccolò Ammaniti en Paolo Giordano. Hoe zie je je eigen plaats in deze nieuwe generatie Italiaanse schrijvers?

Ik heb het idee dat de nieuwe generatie sterk de behoefte voelt over haar eigen land te vertellen. Er heeft de laatste dertig jaar een grote verandering plaatsgevonden, en wij zijn de eerste kinderen van die ‘antropologische’ revolutie. Brecht zei dat je alles wat er gebeurt niet zomaar als ‘normaal’ moet beschouwen. En in Italië is er iets indrukwekkends, heftigs, abnormaals gebeurd dat echter tot op heden als normaal wordt gezien. Onze generatie is volgens mij op zoek naar een manier om deze abnormaliteit in woorden uit te drukken. Het land is armer geworden, vulgairder, ja zelfs treuriger: wat is er gebeurd? Ik heb het gevoel dat we allemaal op onze eigen manier proberen deze vraag te beantwoorden.

In Italië wordt gezegd dat je schrijft ‘als een vrouw’. Hoe zie je dat zelf?

Dat werd gezegd door mensen die niet konden begrijpen dat een man zo diep kon doordringen in het hoofd van een vrouwelijk personage, te weten Lula. Ik ben van mening dat er in de literatuur geen geslacht bestaat en dat het enige wat telt de pietas is, oftewel het gevoel dat in staat stelt tot in de diepste diepte van de mens door te dringen. Daar, in die diepte, is er angst, vreugde, pijn en geluk. Dat zijn geslachtsloze gevoelens. Het zijn waarheden, en als de literatuur erin slaagt die te beroeren, die te laten zien, al is het maar even, om ze kort te doen oplichten voor de ogen van de lezer, hoe omfloerst ook, dan heeft ze haar ware doel bereikt.

De titel is een regel uit de beroemde psalm ‘De profundis’. Waarom laat je die psalm op zo’n prominente plek terugkomen?

We leven in een wereld waarin conflicten altijd worden opgelost door schuldigen aan te wijzen. Is de schuldige eenmaal gevonden, dan verdwijnt de zaak in het archief en kan hij vergeten worden. En toch is het al te gemakkelijk alleen maar te denken in termen van ‘schuld’. Relaties tussen mensen zijn altijd veel complexer dan ze lijken. Zodra je je gaat verdiepen in wat mensen ertoe brengt bepaald gedrag te vertonen, wordt alles meteen ingewikkelder, en tegelijkertijd fascinerender. In een relatie als die van moeder en zoon zoals ik die beschrijf in mijn roman ligt het voor de hand de moeder als schuldige aan te wijzen, vanwege het simpele feit dat ze haar kind heeft verlaten. Maar wanneer je je gaat verdiepen in het waarom van haar gedrag, in het verleden van die vrouw, in het verdriet dat degene die verlaat voelt, dan wordt het een heel ingewikkeld en pijnlijk verhaal.

Hoe heb je je inspiratie gevonden voor dit verhaal?

Er wordt me altijd gevraagd of het autobiografisch is, en dat is niet zo, ook al is literatuur altijd wel op een of andere manier autobiografisch. Maar het was wel een verhaal waar ik al jaren mee rondliep. Ik wilde graag iets doen met het thema verlating, gezien zowel in maatschappelijke als in persoonlijke zin. Ik ben ervan overtuigd dat verlating, of verlatingsangst, voor een groot deel een verklaring is voor het gedrag van de mens. Afgunst, jaloezie en angst zijn allemaal gevoelens die voortkomen uit de angst verlaten te worden. We komen verlaten ter wereld. Na negen maanden gezamenlijk leven worden we verlaten, en de rest van ons leven proberen we met dat moment in het reine te komen. Dat geldt, nogmaals, zowel voor persoonlijke relaties als voor sommige relaties in het sociale, openbare leven. Politiek betekent anderen machtigen, anderen vertrouwen, jezelf aan anderen toevertrouwen en hopen dat je niet in de steek gelaten wordt…

Je verhaal is sterk ontroerend maar er is ook plaats voor maatschappijkritiek. Vind je dat ieder literair werk tot op zekere hoogte de taak heeft mensen een spiegel voor te houden?

Volgens mij kun je niet schrijven over een persoon, een gevoel, zonder het geheel in een specifieke context te plaatsen. Elk tijdperk ondergaat zijn lijden op een eigen manier. De manier waarop vandaag de dag geleden wordt is volstrekt anders dan die van vijftig jaar geleden. Er is sprake van fragmentatie, van groeiende eenzaamheid, die je niet kunt verklaren door alleen maar naar het innerlijk leven van de mensen te kijken. Daarom is het voor mij onontbeerlijk te proberen door te dringen in de contradicties van mijn eigen tijd. Daar, in de manier waarop men zich tot zijn eigen tijd verhoudt, ligt de crux, het mysterie dat eenieder vertegenwoordigt. Voor mij was de uitdaging een verhaal over iemand die verlaten wordt af te zetten tegen het beeld van het westen dat de eigen arrogantie, de eigen wil tot overheersen laat doorgaan voor een mythe. En om te bedenken dat die twee zaken niet zo ver uit elkaar lagen…

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer