Wat een geluk – Gerry van der Linden, feestelijke presentatie 24 mei

Gesignaleerd door de redactie

Wat een geluk is de negende dichtbundel van Gerry van der Linden. In deze bundel onderzoekt Van der Linden sporen uit haar verleden, die zij opnieuw gestalte geeft door ze tegen het licht van het heden te houden. Daarbij zichzelf en anderen niet sparend. Haar gedichten, die zich vaak kenmerken door absurde humor, gaan over de liefde, het ouder worden, het onder ogen zien van wat ooit was en wat blijft. ‘Poëzie is een kruisverhoor,’ schrijft zij in het titelgedicht dat te vinden is op de website van Gerry van der Linden.

Gerry van der Linden (1952) is dichter, schrijver en docent poëzie & schrijftraining aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Zij werd in 1977 ontdekt door Remco Campert en publiceerde sindsdien acht dichtbundels, een novelle en twee romans. Met Wat een geluk,  viert zij haar 35-jarig dichterschap.

De dichtbundel wordt donderdag 24 mei gepresenteerd in Perdu tijdens de viering van Van der Lindens 35-jarig dichterschap waarbij o.m. de dichters F. Starik en Els Moors, muziekanten Polar Twins, Arjan Amin en Luan van der Linden present zullen zijn om het feest luister bij te zetten. Martin Mooij zal het eerste exemplaarin ontvangst nemen.

 

Donderdag 24 mei van 19.30 tot 21.30 uur
Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam.
Toegang: gratis

U kunt zich voor de presentatie aanmelden via mrenting@nieuwamsterdam.nl

Van der Linden werkt aan een korte verhalenbundel waarvan enkele zijn gepubliceerd in o.a. Hollands Maandblad nr 5 (2005) en het zomernummer 2011 6/7.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.