28 november 2013

Wat alleen de roman kan zeggen – Oek de Jong

Onsterfelijk krachtig

Recensie door Huub Bartman

Heel, heel lang geleden gebeurde het dat Oek de Jong achterin de ‘kattenbak’ van de automobiel van zijn ouders op weg naar het Fries-Drentse platteland met opgetrokken knieën zat te lezen in ‘Nader tot U’ van Gerard Reve. Terwijl ze af en toe halt hielden om een terp of hunebed te bezichtigen, openbaarde zich aan hem een geheel nieuwe wereld …………….  

Het essay van Oek de Jong is het vijfde in de reeks Over de roman, een initiatief van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak en het Nederlands Letterenfonds met als insteek een herijking van de plaats van de roman in een zich in cultureel opzicht razendsnel veranderende samenleving.  A.F.Th. van der Heijden, Connie Palmen, Bas Heijne en Marcel Möring zijn hem daarin voorgegaan.

Oek de Jong bekent deze opdracht met graagte te vervullen. Het biedt hem, na acht jaar schrijven aan Pier en Oceaan, een mogelijkheid tot reflectie op zijn werk en de kans om zijn gedachten over de toekomst van de roman op papier te zetten. Hij bouwt zijn betoog op langs drie lijnen. In de eerste plaats geeft hij een beschrijving van de nieuwe, eenentwintigste eeuwse context van de roman. Vervolgens gaat hij in op de roman zelf: wat zijn de unieke eigenschappen en mogelijkheden van het genre. Tenslotte komt de hoofdvraag aan de orde: ‘Hoe kan de roman overleven in een cultuur waarin hij met zoveel andere media moet concurreren?’

Allereerst constateert De Jong dat er een wereld is vóór en een ná de komst van het internet. Zowel wijzelf als ook onze cultuur zijn daardoor ingrijpend veranderd. Wij hebben niet langer de rust om een lijvig werk als een roman te lezen en onderwerpen ons steeds meer aan de niet aflatende stroom beelden die de TV en het internet over ons uitstorten. Je hoeft er geen inspanning voor te leveren, je hoeft alleen maar te kijken. Films en documentaires kunnen ons trouwens veel sterker schokken dan welke romanscène ook. Daarnaast is het onderscheid tussen hoge en lage cultuur vervaagd, zo niet verdwenen. Deze dehiërarchisering van de cultuur, zoals Oek de Jong het noemt, heeft grote consequenties voor de positie van de roman. Als je je verdiept in een kunstwerk ga je een relatie aan met dat kunstwerk en dan is de tijd die je daar aan besteedt medebepalend voor de indruk die het werk achterlaat. Het aangaan van relaties kost op zichzelf geen tijd, maar verdieping van die relatie wel. Juist hierin ligt de kracht van de roman. Het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel duurt twintig minuten, Von Triers Breaking the Waves tweeëneenhalf uur en het bekijken van een zelfportret van Caravaggio hooguit tien minuten. Het lezen van Misdaad en straf duurt twee weken. Dit betekent dat de roman veel meer gelegenheid biedt tot overpeinzing, tot mijmering.

Na een uitweiding over de mogelijkheden die de roman biedt met het oog op de actualiteit, komt hij tot de conclusie dat ‘de niet-literaire schrijver veel meer in control is als het gaat om een onderwerp voor zijn roman, juist omdat het veel meer losstaat van hemzelf. Hij kiest een onderwerp dat hem ligt en waarvan hij vermoedt dat het bij het publiek in de smaak zal vallen. [………] Een literair auteur daarentegen is niet ‘vrij’ in de keuze van zijn onderwerp. Een onderwerp dringt zich aan hem op, het laat hem niet meer los en, hoe groot zijn twijfel aanvankelijk misschien ook is, hij onderwerpt zich eraan en begint het al schrijvend te ontwikkelen.’  De literaire roman is bij uitstek geschikt om de oneindige kosmos van de menselijke binnenwereld, de intimiteit te exploreren. Als de realistische roman de norm is, dat wil zeggen het streven naar de beschrijving van het totale leven, wijst hij erop dat de heersende moraal in de 18e en 19e eeuw een rem vormde op dit streven. Het zijn m.n. James Joyce, Proust en later de Japanner Kawabata geweest die de grenzen van de beschrijving van het intieme hebben opgerekt. Dit is, aldus Oek de Jong, pas echt goed mogelijk sedert in de jaren zestig en zeventig de taboes die rustten op seksualiteit en andere vormen van intimiteit, mede door de stormachtige doorbraak van de beeldcultuur, doorbroken lijken te zijn. Een vorm van kruisbestuiving dus eigenlijk. In de Nederlandse literatuur wijst hij op het werk van Gerard Reve en zelf heeft hij vooral in zijn roman Hokwerda’s kind geëxperimenteerd met het beschrijven van de seksuele intimiteit. Zintuigelijk proza noemt hij het. ‘In een tijd waarin de roman met zoveel andere media moet concurreren, heeft de romanschrijver er het grootste belang bij om proza te schrijven dat alle zintuigen van de lezer bespeelt, proza van de grootst mogelijke zintuiglijkheid.’

Stijl blijft onveranderd een wezenlijk deel van de literaire roman. ‘Stijl is de fysionomie van de geest’ (Schopenhauer). Hier toont Oek de Jong zich niet optimistisch. De traditie van de Klassieken is aan het verdwijnen. ‘Het hoge stijlbewustzijn van Griekse en Romeinse schrijvers met in hun kielzog een stoet van grote Europese schrijvers en denkers tot diep in de twintigste eeuw heeft geen gezag meer in de samenleving. Hier wreekt zich het verdwijnen van een culturele hiërarchie.’  Samengestelde zinnen moeten plaats maken voor korte zinnen. Het literaire proza verliest zo aan kracht, schoonheid, verfijning, elegantie, stuwing en emotie. Toch blijft ‘het streven naar een blijvende esthetische waarde’ (Kundera) noodzakelijk voor de continuïteit van onze beschaving.

Als hij uiteindelijk uitkomt bij de beantwoording van de hoofdvraag begint hij, onder de titel ‘Overvloed en onbehagen’, met de pessimistische constatering van de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen dat ‘voor iedere lezer die vandaag sterft, er een kijker geboren wordt’ om vervolgens te wijzen op de zeldzaam gunstige omstandigheden waarin de roman en de romanschrijver in onze tijd verkeren. Oek de Jong wil zich niet neerleggen bij het hedendaagse cultuurpessimisme dat het verval van de westerse beschaving begeleidt. Onbehagen hoort bij een samenleving in transitie. Hij omarmt de gedachte van W.F. Hermans dat ‘Alle grote literatuur provinciale literatuur is en wereldliteratuur literatuur afkomstig uit provincies waar de hele wereld belangstelling voor heeft.’ Franzen noemt dit ‘particularity’; zoals Joyce schreef over Dublin en Pamuk over Istanbul, schreef Tolstoj over de Russische aristocratie. Zo ontstaat authenticiteit en is de romanschrijver in staat te duiken onder de oppervlakte van de filmregisseur. Tenslotte noemt hij als voorbeeld van de onsterfelijke kracht van de roman Dostojewski’s roman Misdaad en Straf.

Heel, heel lang geleden gebeurde het dat Oek de Jong achterin de ‘kattenbak’ van de automobiel van zijn ouders op weg naar het Fries-Drentse platteland met opgetrokken knieën zat te lezen in Nader tot U van Gerard Reve. Terwijl ze af en toe halt hielden om een terp of hunebed te bezichtigen, openbaarde zich aan hem een geheel nieuwe wereld …………….  In dit gecanoniseerde beeld van het lezende kind schuilt voor Oek de Jong de kracht van de roman. Zolang dit beeld als type blijft bestaan, blijft ook de roman bestaan. Dat is misschien niet voor eeuwig, maar wel voorlopig.


Wat alleen de roman kan zeggen

Auteur: Oek de Jong
Verschenen bij: Uitgeverij Atlas Contact
Aantal pagina’s: 192
Prijs: € 12,50

Wat alleen de roman kan zeggen
Oek de Jong
ISBN: 9789025445263

Meer van Huub Bartman:

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen

Recent

20 oktober 2017

Poëzie die soepel en licht valt

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

28 november 2013

Lijstjes ...

28 november 2013

Stedelingen op het platteland

Over 'Naar buiten ' van Oek de Jong