7 september 2012

Vroeger is ook mooi – Marita Mathijsen

Het heden als barrière voor het verleden

Recensie door Martin Lok

Je hebt van die boeken die je meteen bij de strot pakken. En er zijn boeken die je langzaam veroveren. Die tijd vragen. Zoals de bundel Vroeger is ook mooi van Marita Mathijsen, emeritus hoogleraar moderne Nederlandse literatuur en biograaf van Harry Mulisch. Haar essays over onze omgang met het verleden grijpen je misschien niet meteen, maar nestelen zich wel langzaam in je hoofd. Stuk voor stuk creëren ze een herinnering, waaraan je steeds weer moet terugdenken als je het boek al weer lang heb weggelegd.

Het openingsessay is ontleend aan de Huizinga-lezing die Mathijsen in 2009 in de Leidse Pieterskerk gaf. De achterflap van de bundel verraadt reeds de eerste zin van dit essay: ‘Ik heb een oud hondje. Binkie. Hij is blind.’ Mathijsen gebruikte de blindheid van haar hondje om de noodzaak van historisch bewustzijn te onderstrepen. Een bewustzijn dat volgens haar niet vanzelfsprekend is. ‘Als voetbalhooligans tribunes van De Kuip slopen, beseffen ze niet dat ze daarmee een monument van voetbalhistorie verwoesten.’ Mooie gewone-mensen-taal om duidelijk te maken dat het verleden alom en van iedereen is. Meer dan een intellectuele hobby. Vervolgens fileert Mathijsen de tegenwoordige interesse in geschiedenis. De groeiende interesse voor ons verleden is voor haar vooral een vorm van gecultiveerd herinneren. Het gaat vaak niet om de essentie, maar om kitsch en nostalgie. Van de Amsterdamse Stadsschouwburg worden alleen de gevels bewaard, maar erachter verrijst een geheel nieuw en modern gebouw. Nephistorie noemt Mathijsen dat. Ze  ontwaart dat ook in het vernieuwde Letterkundige Museum, waar geen enkel origineel handschrift te zien is. En in de ‘treurigmakende geschiedenis van het Nationale Museum’. Mathijsen oordeelt dan ook dat er in Nederland weliswaar tegenwoordig veel aandacht is voor de nationale herinnering, maar dat dat weinig zegt over de waardering van onze nationale geschiedenis. Dat vereist volgens haar meer dan louter oppervlakkig herinneren. Ze verwijst in dit verband naar Nietzsche, die benadrukt heeft dat te veel historische kennis, te veel waardering voor de geschiedenis, het leven doet ‘wegkwijnen en ontaarden’. Geschiedeniskennis is volgens hem alleen heilzaam als deze in dienst staat van een nieuwe levensstroming, zoals een cultuur in wording. Een vereiste waaraan volgens Mathijsen meestal niet echt wordt voldaan: ‘Als ik het blingbling-deel van die aandacht ‘historische sensatiezucht’ noem, dan staat het er heel wat minder rooskleurig voor.’

Hoe presteert Mathijsen zelf, als we haar essays langs Nietzsche’s maatlat leggen? Glansrijk!  Ze beperkt zich niet tot louter weergave van herinneringen, maar analyseert ze in hun context, om zo uiteindelijk het historisch bewustzijn van de Nederlander te wegen. Waarbij ze dat meestal als ‘onvoldoende’ beoordeelt. Zoals in het essay De afwezigheid van het verleden, waarin Mathijnsen genadeloos de kitsch en nostalgie van de Nacht van de Geschiedenis, de aandacht voor de cold case Willem van Oranje of het glossy Maarten! neersabelt. Het is kitsch en nostalgie die volgens haar vaak wordt verward met historisch bewustzijn. Het gaat volgens haar in de basis al mis. ‘Men koestert niet eens het éigen verleden. Als de kinderen groot geworden zijn, worden de relicten uit de kindertijd weggewerkt. De inhoud van de speelgoedkast is goed voor koninginnedag, als die moeite misschien nog genomen wordt.’  Natuurlijk heeft ze gelijk als ze stelt dat je niet kan verwachten dat Nederland zijn geschiedenis eervol behandelt, als de Nederlander niet eens zijn eigen verleden eert!

Mathijsen heeft een voorliefde voor wat je ‘fysieke aandacht’ voor geschiedenis zou kunnen noemen. Aandacht voor de dingen uit het verleden zelf, als aanknopingspunt voor hoe het echt geweest moet zijn. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het essay Ergernissen van een archiefbezoeker. Geschiedkunde staat of valt uiteindelijk voor haar met de eigen studie van historisch materiaal. Liefst de oude brieven of documenten zelf, want daarin wortelt voor haar de historische ontroering. ‘De zandkorrels die uit oude brieven vallen die je opent, de bloemetjes en insecten die je als mummies tussen oude boeken verdroogd aantreft’. Een ontroering die echter niet makkelijk tot je komt. De historicus moet hiervoor wel het één en ander overwinnen: de andere bibliotheek- en archiefbezoekers. Maar hoe vervelend deze ook zijn, Mathijsen beschrijft hen liefdevol. Vooral de neusophalers, de laptoppers en fotografen irriteren haar. Of de bezoekers die het archief als afwerkplek beschouwen en in één keer dertig boeken doornemen. Ook de mompelaars en raadplegers kunnen op weinig liefde van Mathijsen rekenen. Allemaal hinderen ze haar doordat ze de geschiedenis met te veel lawaai tot zich nemen. . Volgens Mathijsen kun je dat verleden blijkbaar alleen in stilte, of beter gezegd, zonder hinderlijke ruis uit het heden, tot je nemen.

Hetzelfde geldt ook voor haar bundel Vroeger is ook mooi. Begin er pas aan als je tijd hebt om te lezen en tot rust te komen. Want pas dan zullen de essays je overrompelen en blijkt het verleden van Mathijsen precies wat ze belooft: mooi.

 

Vroeger is ook mooi
Marita Mathijsen
essays
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789025369101
224 pagina's
Prijs: € 17,95

Meer van Martin Lok:

12 juli 2017

Het geluid van een brekend hart

Over 'Ik heet Lucy Barton' van Elizabeth Strout
30 mei 2017

Kunst als antwoord op existentiële vragen

Over 'Zout in de wond' van Jurriaan Benschop
26 oktober 2016

Een knap romandebuut

Over 'Drie dagen' van Nina Roos

Recent

20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele