29 januari 2015

Vrijheid van dromen

Column door Inge Meijer

Een nachtegaal die een merel was

’s Nachts doen de dingen zich anders voor dan bij daglicht en is de werkelijkheid soms ver te zoeken. Ik was bij de schrijver Maarten Biesheuvel en zijn vrouw Eva op bezoek. Hij zat in een gemakkelijke, gestoffeerde fauteuil en droeg een mooi pak. Eva zat op de leuning van zijn fauteuil en keek met liefdevolle blik naar hem. Er was geen ruimte waarin deze stoel geplaatst was. Het leek een plaatje, toch was het echt. De schrijver keek me aan. Ik zag dat hij me had verwacht. Hij knikte naar me, hield zijn hoofd iets schuin en sprak met zijn bijzondere stemgeluid: ‘Toe maar, je kunt het wel. Je moet gewoon doorgaan. Dat doe ik ook.’ Toen zag ik dat hij een zwart witte kat, die op zijn schoot lag, streelde. Ik was verguld en wilde het liefst niet wakker worden.
Ik droom vaker over mensen die ik bewonder om wat ze zijn of doen. Over een verkoopster die met zorg een door mij gekocht cadeautje verpakt, een docent die zo mooi vertellen kan en natuurlijk Ursula. De van Pools/Duitse afkomstige Ursula. Onze dochtertjes zaten bij elkaar in de klas en ik, die bang voor paarden is, droomde dat ze me leerde paardrijden. Ach Ursula, met haar gitzwarte ogen en springerige haardos die tot onder op haar rug hing. Heerlijke verliefdheden waar niks mee te beginnen viel.

Deze week was er een nacht dat ik niet kon slapen. Een nacht stiller dan alle andere nachten en het leek of mijn bed in een ruimte stond die niet bestond. Alsof mijn bed een plaatje was waarvan ik, op mijn buik gelegen, deel van uitmaakte. Ik dacht dat ik sliep toen mijn wijsvinger mijn mond binnenging en voorzichtig op onderzoek uit ging naar de oorzaak van een plotseling opkomende pijn in mijn rechter bovenkaak. Mijn vinger leek tegen een rammelend hek, een loszittende grafsteen tot stilstand te komen. Snel trok ik mijn vinger terug en sloot mijn mond. Het leek me beter te doen alsof er niets aan de hand was. Maar mijn fantasie was groter en ik voelde de gaten en proefde knarsende stukjes tand en bloed in mijn mond.

Opeens werd ik bang. Bang dat het gebroken stukje kies, (want dat was het, enkel maar een stukje van een kies) dat nog een beetje vast in mijn kaak zat, zou losraken en dat ik  in mijn slaap zou stikken. Mijn Lief zou mij ’s morgens levenloos naast zich vinden. Lieve help, dat toch zou verschrikkelijk zijn. Dat kon ik hem niet aandoen. Of zou hij die vreemde leegte naast zich gewaar worden? De dood, die de afwezigheid van alles vertegenwoordigt, zal hem zeker doen ontwaken. Ik was er opeens zeker van: ik moest Mijn Lief waarschuwen dat er een kans bestond dat ik vannacht in mijn slaap de dood zou vinden. Maar toen ik me oprichtte en mijn hand naar hem uitstak, kwam het me opeens zo overdreven voor. Het leek me beter naar de badkamer te gaan. Ik schoof mijn voeten in mijn slippers en sloop de trap af.

Op de rand van het bad lag Biesheuvel die zijn vrouw Eva in een woede aanval door elkaar schudde. Het schrijven lukte al weken niet meer. Hij werd er gek van. Eva stuurt hem op reis en wanneer hij gelouterd terugkeert bij zijn vrouw, telefoneert hij ’s nachts met zijn dode moeder en als hij in bed ligt, hoort hij een nachtegaal. Maar Eva haalt hem uit zijn droom en zegt dat het een merel is.
Het is heerlijk midden in de nacht een verhaal te lezen over een nachtegaal die een merel blijkt te zijn.

 

Recent

24 september 2017

What's in a design

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

Zoals hij was
Door Bernadet

Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken.

Lees meer