17 september 2012

Vrij man – Nelleke Noordervliet

De ontmoeting die niet plaatsvond

Recensie door Ina Bieze

‘De ontmoeting met Menno Molenaar vond strikt genomen niet plaats.’ Zo luidt de eerste zin van de historische roman van Nelleke Noordervliet en het is een verwijzing naar de constructie die de auteur gebruikt in haar zoektocht naar het leven in de Gouden Eeuw: ze  stapt als schrijfster zelf in haar verhaal om in Woodstock, op het dorsplein Menno Molenaar te ontmoeten, de hoofdpersoon in haar historische roman Vrij Man. Het is 6 oktober, maar voor Menno in de 17e eeuw en voor de auteur in de 21e eeuw.  De schrijfster gaat in gesprek met haar eigen romanpersonage en dat levert ons informatie op over het leven in de Gouden Eeuw, maar het geeft ons ook een beeld van het proces dat Noordervliet als onderzoekster moet doorlopen in haar zoektocht.  Ze maakt ons deelgenoot van haar twijfels, emoties en ambities ten aanzien hiervan. Noordervliet kiest ervoor om Menno ‘te laten blijven’ en ze neemt hem mee als ze weer terugkeert naar Nederland. Het is het begin van een interessant onderzoek.

Menno Maartenszoon Molenaar gaat in Leiden theologie studeren met een beurs van de stad Rotterdam, geregeld via de familie van zijn moeder. Eigenlijk had hij liever medicijnen of rechten willen gaan doen, maar in deze fase van zijn leven is hij nog niet vrij om te kiezen: zijn oom bepaalt, want hij betaalt. Hij sluit zich aan bij een viertal vrienden: Adriaan  en Johannes Koerbagh, Lodewijk Meijer en Bento van Doorn, allen studenten en kritische, onafhankelijke, vrije denkers. Menno wordt vanwege zijn frivole levenswandel, naar kroeg en bordeel, al gauw verbannen van het Statencollege, het internaat voor theologiestudenten met een beurs. Het binnensmokkelen van een hoertje is de druppel voor bestuurder en mentor Jacob Revius. Via zijn vriend Adriaan, wordt hij een hulpje van de assistent van Van Horn, professor in de anatomie. Menno, die zeer geïnteresseerd is in de dood, heeft als taak lijken, vaak pas opgehangen misdadigers, te vervoeren naar de snijzaal. Zo krijgt Menno in het  Theatrum Anatomicum  alsnog een kans kennis over de anatomie van het menselijke lichaam op te doen. Deze kennis komt goed van pas als hij later bijverdient als aborteur, een dienst die hij samen met zijn hospita uitvoert.

In het Theatrum is Menno ook gids voor bezoekers die soms bij een sectie aanwezig mogen zijn. Via een van die bezoekers komt hij in contact met een rijke koopman in katoen, de Engelse lakenreder Henry Dixon. Dixon werpt zich op als zijn mecenas: hij kan rechten gaan studeren in Leiden, maar niet voor niets: Dixon eist daarvoor tegenprestaties op zowel  seksueel als politiek gebied. Als spion werkt Menno op die manier indirect voor Charles II van Engeland. Ondertussen is hij ook de minnaar van Elisabeth Dixon, de echtgenote van zijn ‘weldoener’ en opdrachtgever.

Om Menno dichter bij Johan de Witt, Raadspensionaris van de Republiek, te krijgen, zorgt Dixon voor een baantje als hulpgriffier bij de Staten-Generaal. In die positie is hij echter ook interessant voor Lieuwe van Aitzema, geschiedschrijver en agent van de Hanzesteden met een groot netwerk van boodschappers. Ook Van Aitzema wil informatie van Menno; hij wil een boodschapper die zo objectief mogelijk verslag doet van alles wat er zich afspeelt rondom De Witt. Menno Molenaar, afwisselend in de wereld van de Haagse politiek, van de arme burgers aan de zelfkant van de maatschappij, van de chanterende Dixon en van zijn vrije, kritisch denkende vrienden, komt door zijn dubbelrol in een precaire positie. Uiteindelijk verlost hij zichzelf van Dixon, waarna hij vlucht naar de Nieuwe Wereld. In Amerika, op het landgoed Wieskottine, kan hij een nieuw leven beginnen en zijn eigen ideeën en idealen in praktijk brengen.

Of  Menno Molenaar in zijn leven echt een vrij man was, is achteraf gezien maar de vraag. Door zich aan niemand te binden en door zijn onafhankelijke, onderzoekende, soms egoïstische houding, maakte hij bijna geen vrienden en maakte hij geen principiële keuzes. Uiteindelijke bracht  hem dat in een dusdanig gevaarlijke  positie, dat hij het noodzakelijk  vond om te vluchten naar de Nieuwe Wereld.

In deze historische roman wordt het leven van de fictieve Menno vervlochten met andere ‘verzonnen’ personages, maar ook met historische figuren. Lieuwe van Aitzema en Adriaen van Koerbagh bijvoorbeeld zijn ‘echte’ mannen uit de Gouden Eeuw die door hun geschriften veel informatie over hun tijd en hun leven hebben achtergelaten. Het doek De magere Compagnie van Frans Hals bestaat echt en met Bento van Doorn wordt naar Baruch Spinoza verwezen, een van de grote filosofen uit die tijd. De roman nodigt uit om weggezakte kennis over de politieke verhoudingen in de 17e eeuw weer eens op te halen en als je dat doet, maakt dat het lezen wat eenvoudiger.

Ook het vertellerperspectief maakt het ons als lezer niet gemakkelijk: Noordervliet vertelt vanuit haar perspectief als alwetende schrijfster, die zelf een aanzienlijke rol speelt binnen de roman, maar ze laat ook regelmatig een van de personages aan het woord. Zo zien we Menno bijvoorbeeld door de ogen van zijn vriend Adriaan, van zijn minnares Elisabeth, van zijn moeder Catharina en van zijn mecenas Henry Dixon. Een wisselend perspectief, maar tegelijkertijd weten we natuurlijk dat Noordervliet zelf al deze rollen invult; zij probeert een levendig tijdsbeeld neer te zetten en de personages moeten dit beeld zo authentiek mogelijk maken. ‘Ik heb meer materiaal nodig. Ik moet hulp halen. Getuigen horen, stemmen en tegenstemmen.’ (blz. 67). Of  die constructie geslaagd is, is aan de lezer. Opvallend is het zeker, maar je moet als lezer wel bij de les blijven.

Historische romans zijn aangenaam om te lezen, zeker als ze je de prettige illusie geven een waarheidsgetrouw beeld te geven. En, zoals genoemd, zorgen ze er soms voor dat je weer eens in de geschiedenisboeken duikt, en dat is een positieve bijwerking. Verder is het verhaal van Menno Molenaar op zich ook de moeite waard.

Nelleke Noordervliet, is op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Ze studeerde Nederlands in Leiden en Utrecht. Ze debuteerde in 1987 met Tine of De dalen waar het leven woont. Voor De naam van de Vader kreeg ze in 1994 de Multatuliprijs. Op de zeef van de tijd is een eerder werk van Noordervliet waarin ze een historische gebeurtenis uit de vaderlandse geschiedenis eerst feitelijk beschrijft, geïllustreerd met historische objecten en schilderijen, en laat volgen door een vertelling waarin ze een fictieve tijdgenoot laat vertellen en de gebeurtenis laat beleven. Dat boek is wellicht als een voorloper van deze roman te zien.

 

 

 

Vrij man
Nelleke Noordervliet
Het leven van Menno Molenaar
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789025442507
112 pagina's
Prijs: € 12,50

Meer van Ina Bieze:

9 september 2014

De man die iets miste

Over 'De goede minnaar' van Steinunn Sigurðardóttir
6 mei 2014

Buitenstaanders in de hoofdrol

Over 'Tien december' van George Saunders
13 januari 2014

Anders dan de anderen

Over 'Diapositief van de liefde' van Maria Paola Colombo

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef

Verwant

17 september 2012

Recensie door: Machiel Jansen

Over 'Recensie: Pleidooi voor het treuzelen ' van Nelleke Noordervliet