7 januari 2017

VPRO Boeken 2017 in een nieuw jasje

Door Marijn Sikken

Het nieuwe seizoen van VPRO Boeken begint morgen. Niet alleen zal het programma verschijnen in een nieuw jasje, het zal vanaf dat moment ook afwisselend gepresenteerd worden door Jeroen van Kan en Carolina Lo Galbo. Reden voor een interview. Marijn Sikken van Literair Nederland vroeg beide presentatoren naar hun favoriete afleveringen, voorbeelden, droomgasten en of ze liever Boeken of Zomergasten zouden presenteren.

Carolina Lo Galbo (1980) was tien jaar redacteur en huisinterviewer bij Vrij Nederland, sinds 2016 is ze freelance interviewer en journalist. In 2010 won ze met haar interview met Ramsey Nasr De Luis, prijs voor beste Nederlandstalige interview van dat jaar. In 2012 volgde een nominatie voor De Tegel (grootste journalistiekprijs van Nederland) voor haar interview met Thomas Rosenboom.

Jeroen van Kan (1968) begon zijn journalistieke loopbaan bij Amsterdam FM. Hij werkte onder meer voor BNR Nieuwsradio, VPRO De Avonden en als radio nieuwslezer voor het NOS Journaal. Daarnaast zat hij in de redactie van diverse literaire tijdschriften, waaronder Tirade, en schreef voor Literair Nederland.


Wim Brands
Van Kan begon in 2016 als tijdelijke vervanger van het gezicht van het VPRO Boekenprogramma, Wim Brands. Enkele weken nadien maakte Brands een einde aan zijn leven en volgde voor hem een vaste aanstelling als presentator van Boeken. Een interview over VPRO Boeken kan dan ook niet anders dan beginnen met Wim Brands.

Terugkijkend op zijn turbulente begintijd bij Boeken: ‘Vervanger zijn was niet vervelend, ook al ging het niet zo goed met Wim toen ik begon. Erg werd het pas toen Wim een einde aan zijn leven maakte en ik het programma voort moest zetten. Er was weinig tijd voor verdriet, Boeken ging gewoon door. Dat was een zware en emotioneel belastende periode. De dood van Wim maakte verandering noodzakelijk. Als Wim nog had geleefd, dan had het programma lang door kunnen gaan in de oude vormgeving.’

‘Brands was een scherpzinnige interviewer met een eigen stijl,’ vindt Carolina Lo Galbo. ‘Hij kwam op mij over als een aimabel mens. Ik zag hem eens in een treincoupé zitten en aarzelde of ik hem zou aanspreken, ik voel doorgaans niet de aanvechting om een televisiepersoonlijkheid aan te spreken. Een minuut later stapte hij uit. Dat benaderbare dat hij uitstraalde vond ik mooi.’


Vandaar dat nieuwe jasje – en een tweede presentator.

‘Inhoudelijk gaat er weinig veranderen,’ belooft Van Kan. ‘Een boekenprogramma bestaat idealiter uit een tafel, stoelen, een schrijver van een goed boek en een goede interviewer die het boek heeft gelezen. Eenvoudig recept, complexe maaltijd.’

‘Geen opsmuk, geen lawaai, geen gedoe. Gewoon een goed gesprek van mens tot mens, van schrijver tot interviewer,’ vult Lo Galbo aan. ‘De VPRO wil het programma breder toegankelijk maken. Twee presentatoren, twee persoonlijkheden en voorkeuren, ga zo maar door. Dat ik vrouw ben zal, om die reden, vast hebben meegespeeld.’ Ze vertelt dat werken voor de televisie een vage ambitie was, meer voor de lange termijn. Als schrijvend journalist genoot ze ervan om na te denken over waar de woorden kwamen te staan, ze schaafde net zo lang tot alles op de goede plek stond. Dat ze op een dag een Appje kreeg met de vraag of ze een screentest wilde doen voor VPRO Boeken was een gelukje. ‘Inmiddels zie ik het televisie-interview als een heilzame oefening in loslaten. Dat moet ook wel, want Boeken wordt in één take opgenomen zonder autocue.’

Er was nog een reden om de televisiewereld op afstand te houden, vertelt ze. Het leek Lo Galbo een ondoordringbare jungle, een apenrots waar het knokken is om een plekje. Ze was niet voornemens haar energie daaraan te verspillen. Toch heeft ze er enorm veel zin in. ‘Nu ik een toegangskaartje tot de jungle heb gekregen, ga ik deze kans ten volle benutten om te leren en ervaring op te doen, als mens en interviewer.’


In hoeverre de inhoud en opzet van Boeken ook hetzelfde belooft te blijven, het programma zal onvermijdelijk verschillen ten opzichte van eerdere seizoenen.

Van Kan vertelt dat hij en Wim Brands het zelden oneens waren over wat ze wel en niet goed vonden. Voor hem zal het verschil zitten in de interview-stijl: ‘Wim was nogal directief, ik ben nogal non-directief. Beide methoden hebben voordelen en nadelen. Er bestaat geen methode die altijd naar een goed interview voert, zoals voor een goed boek ook geen recept valt te geven. Elk nieuw gesprek is weer een poging vanaf nul. En zo hoort het ook.’

Lo Galbo: ‘Uiteindelijk neem je jezelf mee naar het gesprek, daar kun je niet omheen. Ik blijf een nieuwsgierig kind dat zich die eeuwige vraag stelt: waarom? Hetzelfde kind dat ziet dat de keizer geen kleren draagt, overigens.’


Sporters en artiesten hebben soms bizarre rituelen om zichzelf klaar te stomen voor een wedstrijd of een optreden. Geldt dat ook voor presentatoren?
Nee, Van Kan heeft geen rituelen, al loopt hij vlak voor de opname nog wel eens langs de planten in de achter de studio gelegen Hortus Botanicus. ‘Na de opname moet ik de neiging onderdrukken om zo snel mogelijk de studio te verlaten.’

En wat doet Lo Galbo zodra de camera stopt met draaien? ‘Vooral bedenken wat anders had gemoeten. Daarna eet ik twee worstenbroodjes. Ik houd helemaal niet van worstenbroodjes maar deze zijn geweldig. Ik maak een praatje met wie er zoal op de set aanwezig is en rijd dan vertwijfeld naar huis. Geen idee, zal ik antwoorden als men thuis vraagt hoe het ging. Dit baseer ik op mijn eerste opname maar het lijkt me een prima uitgangspunt voor de volgende.


Brands gaf zelf eens aan dat hij zijn beste uitzending maakte met de Israëlische schrijver David Grossman.
Gevraagd naar hun favoriete afleveringen denkt Van Kan aan een interview, hij weet niet meer met wie, waarin Brands een vraag stelde die de schrijfster ontweek. ‘Hij vroeg toen: waarom wantrouw je mijn vraag? Het was zijn vraag die haar karakteriseerde, dat was een talent van Wim. Hij wist vaak precies de pijn van iemand te lokaliseren of het ongemak of de achilleshiel.’ Zijn eigen beste gesprek vindt Jeroen dat met Arnon Grunberg over Grunbergs boek Moedervlekken: ‘Een perfecte pas de deux. Er bleef veel ongezegd. Ik hou van gesprekken waarin veel niet wordt gezegd.’

Lo Galbo herinnert zich het gesprek tussen Brands en dichter Rogi Wieg. ‘Heel aangrijpend vond ik het. Met Brands sprak hij, gehuld in een Playboy-badjas, over zijn lijden, zijn angsten, zijn wens tot euthanasie. Ik krijg er nog rillingen van.’


Zijn er voorkeuren wat gasten betreft? Liever alleen gevestigde schrijvers of juist aankomende schrijvers, onbekend talent, Nederlands of vertaalde literatuur?
Lo Galbo:Ik geef niets om status of reputatie, het boek moet voor zich spreken. Wel ga ik er op letten dat ik ongeveer evenveel mannen als vrouwen uitnodig, dat doe ik ook als ik voor Vrij Nederland of de Volkskrant interview: ik zie het als rechttrekken wat krom is. Naast romans lees ik ook graag biografieën en (andere) non-fictie, literair of niet. Ik wil de kijker een ratjetoe van smaken voorschotelen.’

Ook Van Kan heeft geen voorkeur voor een type gast, wel voor goede boeken: ‘Die tref je dwars door alle disciplines heen aan. Het mooist is als je met tegenzin aan een boek begint omdat het onderwerp je niet aanstaat en dat je dan volkomen wordt verrast door de kwaliteit. Ik hou niet van wielrennen of voetbal, maar een goede roman die zich in de voetbalwereld afspeelt of op het zadel: van harte welkom.’
Lo Galbo: ‘Leidend is het boek: een prikkelend werk verraadt een prikkelende geest.’


Zijn er gasten waar de presentatoren het komend jaar speciaal naar uitzien?
‘Over Nederlandstalige favorieten houd ik me maar op de vlakte want met elke schrijver die ik noem, doe ik een ander tekort,’ zegt Lo Galbo. Voor  het Italiaanse schrijversgilde leent zich een beter antwoord: ‘Elena Ferrante, Niccoló Ammaniti en Alessandro Baricco zijn meer dan welkom. Anderzijds lijkt het me ook niet onverstandig om in het Nederlands mijn eerste meters te maken. Kan ik in de tussentijd mijn Italiaanse accent oplappen.’

Van Kan ziet uit naar het gesprek met Paul Auster, die in maart 2017 langskomt. Als hij een uitzending voor god mocht spelen en iedereen mocht uitnodigen die hij maar wilde, levend of niet, wist hij het wel: ‘Een uitzending met Proust lijkt me een goed idee, maar ook Thomas Mann en Plato, al is mijn Oudgrieks niet meer wat het zijn moet.’


Zodra er naar hun literaire voorbeelden wordt gevraagd, begint het grote wikken en wegen.
Van Kan: ‘Mijn leeshonger heeft me veel doen ontdekken, maar je laat ook veel schrijvers langs de route weer achter. Soms ontdek je een auteur die je zo fascineert dat je alles achter elkaar wilt lezen, ook al is dat meestal geen goed idee. Mij overkwam dat met Gombrowicz, Nabokov, Vestdijk, Thomas Mann (door Nabokov gehaat overigens), Borges, Calvino, Couperus, Komrij. Integraal lezen is meestal niet de beste manier om een schrijver te eren.’ Als hij terugblikt op 2016, schieten hem meer namen en titels te binnen: ‘Daniel Kehlmann met zijn novelle Je had moeten gaan, wegens de rillingen die het me bezorgde, het vuistdikke boek van Frank Witzel Hoe een manisch-depressieve tiener de Rote Armee Fraktion bedacht vanwege de ongebreidelde verbeeldingskracht, Yucca van Peter Terrin vanwege het zoveel durven verzwijgen, de gedichten van K. Michel. Zomaar een kleine greep.’

Lo Galbo’s liefde voor literatuur ontstond op het gymnasium in Leiden dankzij haar leraressen Nederlands. Als tiener verdiepte ze zich al graag in de krochten van de ziel. Ze noemt onder meer Frederik van Eeden, Louis-Ferdinand Céline en Patrick Süskind. Haar multiculturele wortels kwamen tot leven door het lezen van Siciliaanse en Vlaamse literatuur, met schrijvers als Tomasi di Lampedusa en Hugo Claus. ‘Een goede schrijver breekt door grenzen en muren, kijkt achter het masker van de mens en werpt licht op zaken die anders duister blijven; dichter bij de essentie kun je volgens mij niet komen. Alice Munro heeft er maar een paar pennenstreken voor nodig. Te veel geluk is daarom een van mijn eeuwige favorieten. Toch kom ik tot de verrassende conclusie dat de romans die ik in mijn jongere jaren las verreweg de meeste indruk hebben gemaakt.’


Papieren boek of e-boek?
‘Papieren boek, natuurlijk!’ Lo Galbo omschrijft het omslaan van papieren pagina’s als een intieme ervaring tussen haar en het boek. ‘Het heeft iets meditatiefs, die zwarte inkt op wit papier brengt kalmte. Maar weest gerust, het e-boek komt op een goede tweede plaats. En de ouderwetse drukproef, die eigenzinnige stapel losse vellen, behoort gelukkig tot het verleden.’

Ook Van Kan leest drukproeven met een e-reader. ‘In vergelijking met het boek blijft de e-reader een onbeholpen apparaat. De vooruitgang moet toch echt met iets beters komen om het boek overbodig te maken.’ Niet dat hij reikhalzend naar die dag uitkijkt: ‘Voor mij komen alle nieuwe vindingen te laat. Zo ik het vandaag al niet ben, dan ben ik toch zeker vanaf morgen een man van gisteren.’

Als ze moeten kiezen tussen Boeken of Zomergasten, gaan beide presentatoren zonder twijfel voor Boeken. Van Kan is dan wel weer jaloers op lengte en uitzendtijdstip van Zomergasten. ‘Eens in het jaar een aflevering van Boeken die wat langer duurt dan een halfuur zou fijn zijn.’

Lo Galbo: ‘Ik moet er niet aan denken dat half Nederland met een notitieblok naar je zit te kijken terwijl je je in het zweet werkt om een berekenende politicus het vuur aan de schenen te leggen. Ik reken erop dat de boekenliefhebber die naar ons programma kijkt een zachtzinnig mens is.’


Hoe groot is de rol van Boeken in het literaire veld?
Lo Galbo: ‘Te klein. Het is een prachtprogramma, altijd geweest, maar te weinig mensen weten dat het überhaupt bestaat. Alle hens aan dek dus!’

Van Kan beaamt: ‘Een bescheiden rol, maar niettemin een mooie. Ik ben een zendeling, maar wel eentje die niet elke week een eiland vol ontvankelijke inboorlingen betreedt. Soms loopt je bootje vast, soms hangt de plaatselijke bevolking aan je lippen.’

 

Het nieuwe seizoen van VPRO Boeken begint zondagochtend 8 januari op NPO I om 11.20 uur.

Foto © Carla van Thijn

 

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer