2 februari 2017

Viviane Élisabeth Fauville – Julia Deck

Vormvast en elegant van stijl

Recensie door Albert Hogeweij

‘Helemaal zeker weet u het niet, maar het komt u voor dat u vier of vijf uur geleden iets hebt gedaan wat u niet had mogen doen.’ Aldus wordt de vrouwelijke hoofdpersoon van tweeënveertig jaar toegesproken op de eerste bladzij van de roman die haar naam draagt Viviane Élisabeth Fauville. In haar hoofd wil het nog niet tot rust komen na het beëindigen van haar relatie, de daaropvolgende verhuizing en de zorg voor een twaalf weken oud dochtertje, als gevolg waarvan ze momenteel de laatste restjes zwangerschapsverlof geniet van haar veeleisende baan op de communicatieafdeling van een bouwbedrijf in Parijs. Wie door de charme van vermeld citaat getroffen mocht zijn, zit voor de rest van het boek gebeiteld want deze toon van de verteller die het personage beter lijkt te kennen dan zij zichzelf, wordt niet meer losgelaten.

Zo’n vormvaste stijl mag te meer opmerkelijk heten wanneer men bedenkt dat met dit boek de Franse schrijfster Julia Deck (1974) debuteerde. Het kwam in najaar 2012 uit bij de prestigieuze uitgeverij Éditions de minuit en groeide weldra uit tot een daverend succes. Behalve dat Samuel Beckett er een aantal Franstalige boeken publiceerde, werd deze uitgeverij thuishaven van de auteurs (o.a. Robbe-Grillet, Sarraute, Butor, Pinget) van de Nouveau Roman, de literaire evenknie van de Nouvelle Vague. Zij namen afstand van de traditionele roman met zijn realistische conventies en kozen voor een onderzoekende schrijfstijl die het werkelijkheidsgehalte van het verhaal danig frustreerde. Met name Robbe-Grillet liet zich daarbij inspireren door de roman policier, om vervolgens het lineaire verloop van oorzaak en gevolg volledig naar zijn hand te zetten. Ook Jean Échenoz, een hedendaags auteur uit dit uitgeversfonds, voelt zich uitgedaagd om met detectiveachtige plots aan de haal te gaan. Hoe terecht is het daarom dat Julia Deck juist bij deze uitgever voor haar eersteling onderdak vond. Want tussen de eerste zin ‘Het kind is twaalf weken, en wiegt u met haar adem in het rustige, regelmatige ritme van een metronoom’ en de laatste ‘Eindelijk neemt u haar in uw armen en wiegt u haar afwezig van links naar rechts, van boven naar onder, het wordt steeds waziger’ heeft de verteller haar hoofdpersonage Viviane niets minder dan een brute moord laten begaan. Maar ondanks de sporen die Viviane daarbij nalaat, wordt haar relaas door de inspecteur als te verwarrend, haar motief als te onbeduidend gezien en wordt ze uiteindelijk vrijgesproken van vervolging. Als het ware gered door haar wazige bewustzijn, belandt ze voor een paar weken in een zenuwinrichting.

Camouflage
Het wemelt in dit boek weliswaar van precieze tijdsaanduidingen, maar in het hoofd van Viviane blijft alles bij het vage. Het weer – het sneeuwt aan een stuk door – vervaagt de contouren van haar omgeving. De heldere stijl werkt daarbij juist camouflerend. Deze is weliswaar opmerkzaam op details en feiten – zoals gepast voor een roman policier -,  maar haast ongemerkt wordt de lezer daarmee zand in de ogen gestrooid. Wanneer men bijvoorbeeld de eerste regel van hoofdstuk III leest ‘De volgende morgen, dinsdag 16 november, is het geheugen helemaal terug. Het horloge naast het bed geeft 05:58 aan’ en daarop zou besluiten terug te bladeren naar het begin van hoofdstuk II stuit men op een bijna identieke zin: ‘De volgende morgen, dinsdag 16 november, is uw geheugen helemaal terug. Het horloge naast het bed geeft 05:03 aan.’ Krijg daar als lezer maar eens een vinger achter! Geleidelijk aan vult het verhaal zich met details en verwikkelingen die soms net iets anders zijn of lijken dan een paar hoofdstukken terug. En wordt Viviane aan het eind nu werkelijk uit de inrichting opgehaald door haar reeds eerder doodverklaarde moeder? Lang niet alles kan eenduidig worden beantwoord. Tegenover achterdocht zaaiende zinnen als ‘Heeft de man die u daar ontving eigenlijk wel bestaan?’ staan zelfverzekerde zinnen van het kaliber: ‘op maandag 15 november, gisteren dus, hebt u uw psychoanalyticus vermoord. U hebt hem niet symbolisch vermoord, zoals men soms komt tot vadermoord. U hebt hem vermoord met een mes van het merk Henckels Zwilling uit de serie Twin Profection, model Santoku.’
Men zou het boek kunnen voorwerpen dat de vaagheid er wel dik op zit zonder functioneel te worden ingebracht als filosofische vraag naar de beperkingen van ons waarnemingsvermogen, maar dan is er nog zoiets als stijl

Vederlichte stijl
Want dit verhaal wordt in zijn geheel gedragen door die elegante stijl die overwegend vousvoyerend (af en toe wisselt het vertelperspectief even) wordt opgediend. En gekruid is met de nodige ironische distantie om niet te gaan vervelen. Deck heeft er met haar onderkoelde, terloopse verteltoon die kleine details niet veronachtzaamt, slag van de lezer voor zich in te nemen. Wanneer Viviane de mogelijkheid overweegt zich te ontdoen van de messenset die als moordwapen heeft gediend, lezen we ‘maar bij het weggooien van bezwarende bewijzen duikt er steevast een getuige op, als een geschenk uit de hemel voor de wetshandhavers.’ Wanneer over Viviane wordt meegedeeld dat ze uit verveling de eindeloze herhalingen van soaps over zich heen laat komen, kijkt de verteller even makkelijk met haar mee: ‘De daaropvolgende weken hebt u veel geslapen, soms televisiegekeken. Er gebeuren ’s middags vederlichte dingen in verafgelegen decors. Chirurgen bedriegen hun vrouw met verpleegsters die zwanger zijn van piloten’. Wie door deze vederlichte stijl gegrepen is, zal zich niet bekocht voelen dat omtrent de ware toedracht geen klare koffie wordt geschonken. En anders kiest men beter een detective van het recht-toe-recht-‘ane’ soort. Maar die zijn doorgaans met minder aandacht uitgegeven dan dit pareltje uit de Franse reeks van de kleine uitgeverij Vleugels. De zorgvuldige vertaling en verzorgde typografie completeren de prettige leeservaring. Precies zoals de Fransen hun eigen cultuur graag over het voetlicht gebracht zien worden.

 

Viviane Élisabeth Fauville
Julia Deck
Vertaling door: Lidewij van den Berg en Katrien Vandenberghe
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels
ISBN: 9789078627227
112 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Albert Hogeweij:

18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
15 december 2016

Twaalf lofliederen op lichamelijke schoonheid

Over 'Poèmes secrets / Geheime gedichten' van Guillaume Apollinaire
9 december 2016

Romantiek en bikkelharde realiteit in prozagedichten

Over 'Daedalea - Een vertelling in gedichten en prozagedichten' van Tomas Lieske

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

2 februari 2017

'Eenmansguerrilla' in Rusland

Over 'Limonov' van Julia Deck
2 februari 2017

Houellebecqs economisch mensbeeld

Over 'Economie is geen wetenschap' van Julia Deck
2 februari 2017

Recensie door: Maria Noordman

Over 'Recensie: Paris' van Julia Deck