Agenda

Vierde deel in de reeks Kritische Klassieken – Een jeugd in Duitsland van Ernst Toller

Gesignaleerd door de redactie

Onder de titel Een jeugd in Duitsland verschijnen op 21 januari de memoires van Ernst Toller (1893 – 1924) als vierde deel in de Kritische Klassieken. In een geheel herziene vertaling van John Luteijs en voorzien van een nawoord door Ewout van der Knaap.

In 1933 verscheen Ernst Tollers Eine Jugend in Deutschland bij uitgeverij Querido, die Duitstalige literatuur van door de Nazi’s verbannen schrijvers in de originele taal publiceerde in de zogenaamde Exil-bibliotheek. Een jaar later verschijnt de Nederlandse vertaling van de hand van Nico Rost, die in de jaren ‘30 zo’n dertig Duitse literaire werken, veelal exil-literatuur van o.a. Arnold Zweig, Hans Fallada en Alfred Döblin, vertaalde.

De herinneringen van Toller beginnen bij zijn jeugd in een burgerlijk Joods milieu in Pruisen. Ze eindigen als hij in 1924 vrijkomt na vijf jaar vestingstraf te hebben uitgezeten, die hem waren opgelegd vanwege zijn vooraanstaande rol in de Duitse revolutie en de Beierse Radenrepubliek.

Wanneer Ernst Toller in 1914 als student aan de universiteit van Grenoble studeert, breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Zoals zovele Duitse jongeren wordt hij meegesleept door de oorlogsroes en meldt hij zich als vrijwilliger aan het front. Maar in de loopgraven realiseert hij zich al gauw dat wat in eerste instantie een heroïsche strijd leek, in feite niet veel meer is dan een bloedige strijd tussen Duitse en Franse soldaten. Als overtuigd pacifist keerde hij terug uit de oorlog. Tegen wil en dank raakt hij betrokken bij de revolutionaire arbeidersbeweging. In 1918 wordt hij voorzitter van de Onafhankelijk Socialistische Partij in München en neemt een leidende rol op zich in de Beierse Radenrepubliek. Na amper een maand te hebben bestaan worden de Radenrepubliek en het inderhaast opgezette Rode Leger verslagen.

Toller wordt veroordeeld tot vijf jaar straf. Bekende medestrijders als Eugen Leviné en Gustav Landauer worden geëxecuteerd of vermoord. In een nawoord, geschreven op 12 mei 1933, ‘de dag dat in Duitsland mijn boeken werden verbrand,’ roept Toller zijn voormalige medestrijders op om de lessen te trekken uit de nederlaag van het socialisme, maar ook en vooral om niet te zwijgen en te blijven strijden tegen de aan de macht gekomen barbarij. ‘Wie de ineenstorting van 1933 wil begrijpen, moet de gebeurtenissen van de jaren 1918 en 1919 in Duitsland kennen waarover ik hier vertel.’ Voor Toller zelf is het dan al te laat. Hij gaat in ballingschap in Engeland, later in de Verenigde Staten. In 1939, enkele dagen na Franco’s zegetocht in Spanje, maakt hij in hotel Mayflower in New York een eind aan zijn bewogen leven.

Het centrale thema in deze herinneringen is de tegenstelling tussen humane
doelen en inhumane middelen, tussen revolutionair gewelddadig handelen en het tot stand brengen van een vreedzame, socialistische maatschappij. Op eerlijke wijze beschreef Ernst Toller zijn eigen falen en de tekortkomingen van de revolutionaire beweging.

De emeritus hoogleraar geschiedenis Hermann von der Dunk bespreekt het boek in historisch perspectief. De Utrechtse germanist Ewout van der Knaap vertelt over Tollers literaire werk en activiteiten in het exil.

 

Boekpresentatie: Een jeugd in Duitsland

Maandag 21 januari, 17.00 uur
Discussie
Goethe-Institut,
Herengracht 470, Amsterdam
Toegang: €5,00, met korting: €3,00