29 maart 2013

Verzet tegen Napoleon – Lotte Jensen

Literair verzet

Recensie door Machiel Jansen

Je zou het misschien niet zeggen maar achter de titel Verzet tegen Napoleon gaat heuse literatuurgeschiedenis schuil. Wie verwacht te gaan lezen over oproer en gewapende opstand tegen de Franse overheersing in de jaren 1795-1813 komt bedrogen uit. Van echt georganiseerd verzet van enige omvang was in die jaren namelijk geen sprake. Onder historici is de opvatting gangbaar dat Nederland het Franse gezag gewillig over zich heen liet komen.

Maar een aantal schrijvers en dichters en een enkele toneelspeler heeft zich in woord, en soms ook in daad, wel degelijk verzet tegen het Franse gezag in Nederland. ‘Cultureel verzet’ noemt Lotte Jensen het, die met haar boek het gangbare beeld dat Nederland het Franse gezag wel best vond, behoorlijk nuanceert. ‘,’ zou – als we de toneelspeler even vergeten – misschien wel een betere term zijn, want zo goed als alle voorbeelden die Jensen geeft, hebben te maken met literatuur en niet met andere kunstdisciplines, bijvoorbeeld de beeldende kunst.

De enige uitzondering is het verhaal van de toneelspeler Frits Adriaan Rosenveldt die zich op het toneelpodium herhaaldelijk ‘verspreekt’ en dingen zegt die hem in opspraak brengen bij de Franse politie. In 1813 wordt hij zelfs gearresteerd en meegenomen naar Frankrijk. Uiteindelijk komt Rosenveldt zonder kleerscheuren veilig thuis maar zijn arrestatie maakt duidelijk dat verzet, al was het maar in woorden, niet zonder gevaar was.

Het is vooral in de periode 1810-1813 waarin Napoleon Nederland annexeert en ons land deel uitmaakt van het Franse keizerrijk dat de repressie en daarmee en het ongenoegen tegen de Fransen toeneemt. Met de annexatie hield Nederland in feite op te bestaan en daarmee dreigde volgens sommigen de Nederlandse identiteit te verdwijnen. Het is niet verbazingwekkend dat een aantal schrijvers uit die tijd grote nadruk legt op typisch geachte Nederlandse thema’s en eigenschappen. Jensen onderscheidt er drie, namelijk de eigen moedertaal, de Gouden Eeuw en huiselijkheid. Huiselijkheid? -Ja, huiselijkheid.

Het begin van de achttiende eeuw staat vandaag de dag slecht bekend bij de Nederlandse literatuurliefhebber. De mensen die bijvoorbeeld met plezier een gedicht van Hendrik Tollens (1780-1856) lezen, moeten op een hand uit de houtzagerij te tellen zijn. Tollens is tegenwoordig voor weinig nog goed. Op zijn best kan hij als voorbeeld dienen voor de vergankelijkheid van literaire roem. Eens een literaire held en schrijver van het nationale volkslied (Wien Neerlands bloed in de aders vloeit), sinds de Tachtigers een ongelezen dichter van wie het werk zelfs door ware poëzieliefhebbers bloedeloos wordt bevonden.

Gerrit Komrij gaf de dichter er van langs en vond Tollens’ lofdicht op de nieuwe tand van zijn zoon een ‘schoolvoorbeeld van slechte poëzie’. Wie de eerste zinnen van Tollens’ lofzang leest vind het niet moeilijk om Komrij gelijk te geven: Triomf, triomf! Hef aan mijn luit Want moeder zegt: de tand is uit!

Maar Lotte Jensen komt met een heel andere kijk op dit gedicht voor de dag en weet overtuigend aan te tonen dat de tand hier als wapen wordt gebruikt. Het verzet tegen Napoleon blijkt een tand te hebben.

Jensens bespreking van Tollens gedicht komt erg overtuigend over. Tollens’ aanzet (Triomf, triomf!) doet hier en daar militair aan en het geheel heeft een voelbare politieke lading – althans wanneer iemand je daar op gewezen heeft. Wat eerst een sentimenteel, ietwat bombastisch gedicht leek over een doorbrekend melktandje, blijkt nu opeens een gedicht met gezag ondermijnende bedoelingen.

Opeens willen we meer horen over huiselijkheid. Het werd in het begin van de eeuw gezien als een typisch Nederlandse eigenschap, net als deugdzaamheid, godvruchtigheid, dapperheid en verdraagzaamheid. Al deze eigenschappen worden verenigd in de hoofdpersoon van een roman uit 1808 van de Haarlemmer Adriaan Loosjes, getiteld Het leven van Maurits Lijnslager. Het levensverhaal van deze typisch Nederlandse held speelt zich af in de zeventiende eeuw, een duidelijke verwijzing naar het roemrijke Nederlands verleden.

Wat voor de oningewijde misschien een braaf boek over een saaie burgerman lijkt te zijn is in werkelijkheid een verzetsroman, zo betoogt Jensen overtuigend. De nadruk op al die toch wat brave eigenschappen en een keurig gezinsleven in het decor van de Gouden Eeuw zijn bedoeld als een lofzang op de ware Nederlandse identiteit die door de verfransing van de samenleving zo onderdruk stond.

De manier waarop Jensen het thema huiselijkheid een politieke draai geeft, is zowel overtuigend als verrassend. Minder verrassend, maar daarmee niet minder overtuigend, behandelt ze de inzet van de Vaderlandse geschiedenis en de moedertaal als thema’s van het cultureel verzet. Wat betreft de geschiedenis is het vooral de Gouden Eeuw die veel gebruikt wordt om het grootse Nederlands verleden te benadrukken.

Jensen besteed ook aandacht aan de Franse censuur en aan de omzichtige pogingen van auteurs deze te omzeilen. Schrijvers waren erg bedreven in het leveren van min of meer verhullende kritiek op het Franse gezag, die voor de oplettende lezer niet moeilijk te duiden was. Zo schreef Cornelis Loots in 1805 een stuk over de strijd tussen Batavieren en Romeinen waarbij het wel duidelijk was dat men voor Batavieren Nederlanders en voor Romeinen Fransen lezen moest.

Jensen heeft zich met opzet beperkt tot een korte, maar belangrijke periode in de Nederlandse geschiedenis. Bovendien blijft ze zorgvuldig bij het thema van verzet tegen het Franse gezag. Het is duidelijk niet haar bedoeling een volledig overzicht te geven van de literatuur in die jaren. Zo speelt de toen zo bekende dichter Willem Bilderdijk maar een kleine rol, wat alles te maken heeft met Bilderdijks wisselende politieke voorkeuren. De meeste aandacht gaat uit naar wat Jensen met een knipoog ‘de grote drie’ noemt, de schrijvers Loots, Helmers en Tollens. Alle drie schrijvers die de Nederlandse identiteit wilden beschermen tegen vreemde, met name Franse, invloeden.

Verzet tegen Napoleon is een toegankelijk en bij vlagen verrassend boek geworden. De verrassing is met name te vinden in het hoofdstuk over huiselijkheid. Jensens opmerkingen nodigen uit tot het beter lezen van literatuur die toch een stuk minder saai en braaf blijkt dan gedacht.

Het is overigens wel jammer dat Jensen de beeldende kunst buiten beschouwing laat. Het boek is fraai geïllustreerd met prenten, schilderijen en tekeningen en je zou verwachten dat de analyse die Jensen op de literatuur loslaat ook in de beeldende kunst tot resultaten moet leiden. Zijn in Nederlandse schilderijen uit het begin van de negentiende eeuw ook verborgen anti-Franse boodschappen te vinden? Het zou zo maar kunnen.

 

Verzet tegen Napoleon

Auteur: Lotte Jensen
Verschenen bij: Uitgeverij Vantilt
Aantal pagina’s: 224
Prijs € 17,50

 

Verzet tegen Napoleon
Lotte Jensen
ISBN: 9789460041259

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant

29 maart 2013

Van Christusidentificatie tot euvelaapstraatstroo

Over 'Wit licht' van Lotte Jensen
29 maart 2013

Lang leve tante Jeannot!!!!!

Over 'De hoed van tante Jeannot' van Lotte Jensen
29 maart 2013

'De koeien geven melck en room'

Over 'Vieren van vrede' van Lotte Jensen