Verrekijker-kijkers

Waddenblog door Hans Muiderman

Schlüttsiel-Langeneβ


In de vroege ochtend fiets ik naar Schlüttsiel voor de veerboot naar de Hallig Langeneβ. Ik passeer de Holländerdeich, landinwaarts een gebied met alleen maar rechte lijnen. Over de dijk zie ik het wad met afdrukken van vogelpoten en daarboven een kraakheldere lucht. De Duitse schilder Emil Nolde woonde en werkte in deze streek. ‘Das Meer mit hell-violette Wolke’ schilderde hij hier.

‘Nolde heeft ons landschap uitgevonden’, wordt wel eens gezegd. In de verte lopen twee kinderen op het wad. De indrukwekkende roman Duitse les (1968) van Siegfried Lenz speelt zich af in dit gebied, een van de hoofdpersonen is geïnspireerd op het leven van Nolde. De ik-figuur, een jongen van een jaar of twaalf, zoekt met zijn zus naar vissen op het wad: ‘We hielden elkaar meestal bij de hand, stapten in een grauwe plas of tot aan de rand van een diepe geul en lieten ons gewoon wegzakken in het slijk, voelden en tastten met de tenen.’ Ik ben de enige fietser hier. In de verte ligt Schlüttsiel.

Bij het haventje is het leger dan leeg. Elke beweging – een man die een vrouw een hand geeft, een fietser die afstapt – valt hier op.
De salon in de kleine veerboot heeft de sfeer van een huiskamer, de man achter de koffiebar gebruikt geen kassa maar een portemonnee. We varen het verleden in. Duizenden jaren geleden brak de Noordzee door de gesloten lijn van strandwallen en overstroomde het lage land. Alleen de hoogste plekken bleven droog. Ik zie ze in de verte.
Op het bovendek kijkt een jonge vrouw door een verrekijker naar Langeneβ, het doel van deze reis. Ik begrijp die verrekijker-kijkers nooit zo goed. Straks ben ik daar en zie ik alles van dichtbij. Het eiland, als een drijvend landschap-schip met een paar huizen tegen de horizon, verkrijgt zijn schoonheid juist doordat het nu ver weg ligt. Dichtbij komt straks vanzelf. Uit de handtas van de vrouw steekt een Marco Polo-gids.

 

 

Ik fiets de Hallig op en ben alleen voor ik het weet. Vogelgeluiden. Af en toe een bord: ‘Achtung Radfahrer! Bei Gegenwind ist die Strecke drei mal so lang.’
Het eiland heeft dertien terpen, bij een kerkje stap ik af. Op het pad naar boven staan twee zware sluisdeuren die bij te hoog water gesloten worden. Dat gebeurt jaarlijks zo’n 20 tot 30 keer. Bij de Flut (stormvloed) van 1962 werden veel terpen verwoest. Daarna werden de oude huizen vervangen door nieuwe met ‘vluchtkamers’ op de bovenste verdieping.
Achter de kerkmuur hangt een jongeman de was op. Beddenlakens en kinderkleertjes. Ik hoor het geluid van een grasmaaier. Als ik weer beneden ben zie ik dat achter het woonhuis een schoolgebouw staat. Alsof kerk, huis en school elkaar beschermen. Langs een pad, van de terp naar beneden, komt een vrouw me tegemoet. Hoogzwanger, met een jongetje aan haar hand. Over haar blonde haar een strakke hoofddoek, daaronder een blozend gezicht. Een symbool van de toekomst, een scène uit een Deense film.

Het beeld van die vrouw met dat kind laat me niet los. Misschien is het té lieflijk. Het zou de opening kunnen zijn van een film van Lars von Trier. Het lieflijke draagt vanaf het eerste beeld de dreiging in zich.
Als ik terugvaar besef ik dat op de Halligen de jongeren niet meer willen wonen. Hoe gaan ze hier om met de klimaatverandering? Wat gebeurt er als de zeespiegel steeds verder stijgt? In de film Melancholia van Von Trier vernietigt de natuur de mensen. Als je zit te kijken in die donkere bioscoop vergeet je geheel dat het fictie is. Wellicht wordt het scenario voor een definitief Landunter, de Halligen teruggeven aan zee, al overwogen. Niet voor een fictie-film, maar als werkelijkheid.

De vrouw met de verrekijker zit weer bovendeks. Ze bladert in de Marco Polo-gids. Ze ziet niet dat het eiland langzaam kleiner en lager wordt, tot dat het op de gladde watervlakte als een schip voor anker gaat.

 


Hans Muiderman bezoekt eilanden en kustgebieden tot waar de zeeklei ophoudt en het hogere land begint. Hij reist van de Kop van Noord-Holland tot het midden van Jutland in Denemarken. Niet per se in die volgorde maar heen en weer springend.

 

foto: Anneke van Kroonenburg

 

N.B. Deze blog is een vervolg op ‘Een lorriewagen door het landschap’ van 8 maart 2019.

 

Recent

13 augustus 2019

Mooie en relevante roman

Literair Nederland - 10 jaar geleden

20 augustus 2009

Dunne grenzen tussen socialisme en nationaal-socialisme

Volgens de achterflap hebben we te maken een doctoraalscriptie, die de Scriptieprijs van de Stichting Lezen 2007 heeft gewonnen. Dat maakt meteen al nieuwsgierig, want zoveel scripties krijgt de gemiddelde lezer niet onder ogen. Ook het onderwerp over het reilen en zeilen tijdens de Tweede Wereldoorlog van de Arbeiderspers, die nauw verbonden was met de sociaal-democratische SDAP, boeit bij voorbaat. Bij mij kwam meteen de vraag op hoe het mogelijk was dat een socialistische uitgeverij ging samenwerken met de nazi’s.

Lees meer