Vergeten schrijver

Laatst was ik toevallig op Tirade.nu verzeild geraakt, (hóe toevallig dat ik  daar verzeild raakte weet ik eigenlijk niet, zo nu en dan beland ik daar en vraag me altijd weer af waarom ik niet vaker, zeg maar dagelijks, hier voor een moment of meer verpozing zoek). Elke dag wordt daar een blog geplaatst van wisselende bloggers die lezen als een goed-begin-van-de-dag-verhaaltje. Er staan inmiddels honderden blogs op van meer dan twintig schrijvers.

Ook Wim Brands schreef een serie blogs voor Tirade.nu. Waaronder een stuk over de journalist en schrijver Eelke de Jong (1935-1987). Een schrijver waarvan gezegd kan worden dat hij niet het soort schrijver is die na zijn dood nog voortleeft. Ik bedoel, zijn boeken worden niet meer herdrukt en in geen enkel literair circuit (met uitzondering van de ingewijden) hoor je meer over hem. Het was goed te lezen dat Brands hem niet vergeten is, (hoewel hij onmiskenbaar tot de ingewijden behoort). Brands beschouwt Eelke de Jong als een van de betere naoorlogse Nederlandse schrijvers. Dat is mooi. Hij had gehoord dat Eelke de Jong eens een verhaal schreef over Jan Arends. En dat dat verhaal door een misverstand in een verhalenbundel van Jan Arends zelf terecht kwam en dat niemand dat ooit opmerkte.

Dat voorval noemt Brands typerend voor het talent van Eelke de Jong. Al begreep ik niet direct wat hij daar mee bedoelde. Misschien dat Eelke de Jong in de luwte leefde, er niet van hield in het zicht te staan, inwisselbaar bleek. Niet voor niets trok hij zich in de jaren zeventig terugtrok als schaapherder bij Hoog Buurlo. In 1984 (hij woonde inmiddels weer onder de mensen) had ik me ingeschreven voor een schrijfcursus bij Eelke de Jong. De cursus vond plaats in de kelder van een café in het centrum van (off all places) Raalte.

Eelke de Jong was een boomlange man met een onwaarschijnlijke snor. Hij rookte de ene sigaret na de andere, na afloop werd er steevast nagepraat met een borrel aan de bar. Tijdens die zes avonden dat de cursus duurde, heb ik hem nooit die bar zien verlaten. Wanneer de cursisten aanstalten maakten te vertrekken, plaatste hij nog een bestelling en liet ons met een vriendelijke blik en een knikje van zijn hoofd de late avond ingaan. Ik kan me zomaar voorstellen dat hij daar nog steeds zit. Sigaret in de mond, dichtgeknepen ogen tegen de rook, een borrel voor zich.

Op de laatste avond dat ik hem zag, zei hij ‘het te laten weten wanneer ik wat af had’. Ik had nooit wat af en kon toen niet weten dat hij er drie jaar later niet meer zou zijn dan alleen nog in mijn boekenkast, waar hij vertegenwoordigd is met De verhalen en De kunst van het lassowerpen. Inderdaad, hij is een van de betere Nederlandstalige kortverhaal schrijvers die ik ken.

 

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: