Vergeet de schoenen

Nooit bij stilgestaan dat de kledingstijl van een schrijver een item kan zijn. Kledingstylist Arno Kantelberg deed er in de krant melding van dat schrijvers op dat gebied een slechte reputatie hebben. Hij bekeek dertig auteurs met zijn stylingsblik en schreef er een boek over. Ik vroeg me af wat er belangrijker is, de zeggingskracht van het werk van de schrijver of dat – zoals Kantelberg het stelt –  het voorkomen van de schrijver enigszins moet passen bij de stijl van zijn werk.

Toen ik zkv-schrijver A.L. Snijders voor het eerst zag voordragen, werd ik afgeleid door zijn postuur (ruim 1.90) en zijn blauwe, spits toelopende schoenen. Ik had veel van deze schrijver verwacht: een uitgelubberde schipperstrui, een corduroy colbert, maar geen blauwe schoenen. In zijn werk lijkt Snijders een man zonder ambities. Die blauwe schoenen waren een teken van ambitie. Dat de rest van zijn kleding, zijn neerwaarts hangende wenkbrauwharen niet bij die schoenen paste, nam hem dan toch weer voor me in.

Ik ben dan ook tegen de kledingstijl – door Kantelberg geprezen – van schrijvers als Tommy Wieringa, die zich bij de prijsuitreiking van de Bookspotprijs in driedelig pak hulde. Dat ie gelukkig wel compleet verrommelde toen hij, tastend naar een amulet van de heilige Rita dat achter zijn driedelig pak op zijn borst hing en hij wilde tonen als zijnde een geluksamulet. Op het laatst hing een slip van zijn overhemd buiten zijn broek, bovenste knopen van het overhemd lieten zijn borst bloot, stropdas scheef. Toen ging hij ook nog uitgebreid zijn vrouw zoenen voor de camera. Dat was een prachtig beeld en had gelukkig niks met stijl te maken.

Ilja Leonard Pfeiffer wordt door Kantelberg, ‘de zigeunerkoning van Genua genoemd. Tijdens een schrijfbijeenkomst met Pfeiffer viel ook mij zijn kleding op. Morsige buikomspannende blouse, afzakkende broek met daaronder jawel: croqs. Die hele dag werd ik afgeleid door altruïstische ingevingen om deze schrijver financieel te ondersteunen. Omdat deze schrijfdag me was aangeboden door Querido, overwoog ik het bedrag dat voor de cursus werd gevraagd, alsnog cash aan de schrijver te geven. Wat ik niet deed. Wel las ik La Superba dat net verschenen was en dacht: Whatever, laat een goed schrijver zijn croqs.

Hoe een schrijver zich hoort te kleden zorgde in 1991 ook voor ruzie tussen A.L. Snijders en zijn vrouw. Snijders smult van een brief met berichten uit Amsterdam van een vriend die Bernlef op een terras zag zitten. Bernlef droeg sandalen, wat niet kon volgens die vriend: ‘Een goede schrijver kan geen sandalen dragen.’ Die vriend bekent dat hij Hersenschimmen van Bernlef nooit gelezen heeft en voelt zich met terugwerkende kracht gerechtvaardigd in die weigering. Want een auteur op sandalen kun je niet serieus nemen. Snijders geeft de brief met een, ‘Goeie brief van Willem’ aan zijn vrouw. Zij ontsteekt in verontwaardigde woede: ‘Hersenschimmen is een prachtig boek, wat is dat voor criterium, sandalen?’ Na enig gebakkelei tussen de echtelieden ‘staat zij op en loopt driftig de kamer uit.’ Waarbij ik me voorstel dat er een deur knalde en de trap stampend betreden werd.

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken en ontdekkingen in de marges van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: