Vandaag verschijnt: 'Waterwolven' – Cordula Rooijendijk

Vandaag verschijnt het nieuwe boek van Cordula Rooijendijk: Waterwolven.

Waterwolven gaat over stormvloeden, dijkenbouwers en droogmakers, over mensen die al eeuwenlang proberen te voorkomen dat Nederland door het water wordt opgeslokt. Het gaat over de Friezen die terpen bouwden in de Waddenzee, over monnik Willem van Saeftinghe die op blote voeten de Zeeuwse slikken in trok om klei op hopen te scheppen, en als ridder meevocht tijdens de Guldensporenslag. Het gaat over Andries Vierlingh, Brabants dijkgraaf en vader van zes kinderen, over molenmaker Jan Adriaanszoon Leeghwater, die valse kerkklokken voor de Amsterdamse Zuiderkerk ontwierp, over baggeraar Adriaan Volker, die voortijdig een boottocht met prins Frederik verliet, zodat hij gewoon thuis kon eten.

Het gaat over Nicolaas Cruquius, een hopeloze hypochonder en vrijgezel die de gevaarlijke Haarlemmermeer wilde temmen. Net als Jan Anne Beijerinck, die het water werkelijk zag zakken en overblijfselen van huizen en kerken tevoorschijn zag komen die het meer in de loop der jaren had opgeslokt, als braaksel uit een maag. Cornelis Lely streed een leven lang voor een dijk dwars door zee, terwijl Johan van Veen niet alleen het Deltaplan maakte, maar ook voorganger werd van een sekte, terwijl hij toch echt atheïstisch was opgevoed. Een geloof in God, dat hadden de mannen gemeen, en anders wel een geloof in de maakbaarheid.

Tot laat in de twintigste eeuw, totdat de samenleving seculariseerde, en de maakbaarheidsgedachte door postmodernisten opzij werd gezet. Totdat de dreiging van het water ernstiger werd dan ooit. Het wachten is op de volgende stormvloed. Deze verhalen maken Waterwolven tot een zeer rijke geschiedenis van Nederland.

Cordula Rooijendijk (1973) werd geboren in de Amsterdams Bijlmermeer en groeide op in Amstelveen. Ze studeerde sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze in 2001 cum laude afstudeerde. Als AIO gaf ze van 2001 tot 2005 colleges over de geschiedenis van Amsterdam aan Nederlandse en buitenlandse studenten, samen met de historici Geert Mak en Michiel Wagenaar, en schreef het proefschrift That city is mine! Over de geschiedenis van stedelijke ideaalbeelden in Amsterdam en Rotterdam, waarop ze in mei 2005 promoveerde. Sindsdien werkt ze als zelfstandig onderzoeker en schrijver.
In mei 2007 verscheen haar debuut Alles moest nog worden uitgevonden, over de geschiedenis van Nederlandse computerpioniers en hun uitvindingen. Dat jaar besloot ze ook de verkorte PABO-opleiding aan de Hogeschool van Amsterdam te gaan volgen, nadat haar belangstelling voor het lesgeven op basisscholen was gewekt door vrijwilligerswerk voor de stichting Technika 10, die techniekonderwijs verzorgt. Sindsdien geeft ze les op Amsterdamse basisscholen. Waterwolven is haar tweede boek. (Uitgeverij Atlas)

Cordula Rooijendijk, Waterwolven. Atlas, gebonden en geillustreerd, ca. 400 p., € 34,90

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer