Uit de as herrezen

Recensie door: Mina van Hooijdonk

Feniks is de debuutroman van Jacky Kuiper. Het schrijfproces nam zo’n tien jaar in beslag en maar liefst vier versies haalden de eindstreep niet. De uiteindelijke roman bestaat uit een aantal losse verhalen uit het leven van het hoofdpersonage Eva. In niet-chronologische volgorde neemt Kuiper de lezer mee door haar leven. Het boek is deels autobiografisch, en leest als een coming-of-age-roman. Kuipers vader werd – zoals ook de vader van het hoofdpersonage Eva – veroordeeld voor drugssmokkel.

Eva groeit op in een disfunctioneel gezin. Haar vader is een crimineel en haar moeder is instabiel. De band met haar gezinsleden is slecht. Ze heeft ook een zusje, maar het contact is niet heel hecht. Eva’s oma is het lichtpunt in haar leven, met haar heeft ze een warme band. Na het overlijden van haar oma voelt Eva zich een buitenstaander in haar eigen familie. ‘La seria word ik genoemd, de serieuze. Ik ben nooit blij, nooit vrolijk. […] Inmiddels is me duidelijk dat mijn plaats binnen de familie die is van af en toe eens vragen hoe het ermee gaat.’

Tussen liefde en leegte

Eva’s jeugd laat littekens achter. Eva sluit zich af, heeft suïcidale gedachten en verwondt zichzelf. Ook de relaties die ze als volwassene aangaat, lijden daaronder. Ze is in zichzelf gekeerd, en eindigt in een ongelukkig huwelijk met Hugo. Hij gaat vreemd en zijn affaire duurt twee jaar, ook als Eva al zwanger is. Als ze de vrouw ontmoet met wie hij een affaire heeft, komt ze tot besef. ‘Ik kijk naar haar en zij kijkt naar mij. Ik dacht dat ik nog meer woede zou voelen. Er is geen woede. De persoon voor mij is mij. Ze vult de hiaten die ik in mijn relatie achterliet toen ik alleen in mezelf leefde.’

Anne is een potentiële volwaardige liefde. Deze man lijkt Eva echt te beroeren. ‘Een Fries. Groot. Lang. Breed. Hoekig. Helblauwe ogen, witblonde haren en rossige stoppels. Anne was er vlak voor ik Hugo leerde kennen. Hij was niet zo knap als Hugo, maar als hij lachte stond mijn kut in brand.’ De chemie tussen hen blijft, en ze ontmoet Anne opnieuw jaren nadat ze elkaar uit het oog zijn verloren. Eva is nog steeds bij Hugo, maar ze kan Anne niet weerstaan. Ze spreken af en hebben seks. Ook op haar trouwdag met Hugo – Anne is Hugo’s getuige – houdt ze Annes hand vast als ze samen achter in de auto zitten. Hij laat haar nooit helemaal los, maar tot een relatie komt het niet.

Wedergeboorte

Eva zoekt continu naar zichzelf en naar vrijheid. Ze wordt depressief en gaat daarvoor in therapie. Pas op haar langere reis naar Suriname lijkt ze zichzelf te vinden. Daar voelt ze zich thuis, en één met de natuur. Als ze een schildpad die haar eieren legt op het strand beschermt tegen stropers, krijgt ze een openbaring. ‘De moeder van iedereen, van alles dat leeft. De tranen stromen over mijn wangen, mijn arm als brug tussen mij en de moeder der moeders.’

Die vrijheid wordt opnieuw ingeperkt als ze al een dochter heeft met Hugo. Ze wonen samen in Amsterdam, maar Hugo beslist zonder haar medeweten om de boerderij van zijn ouders over te nemen. Eva kijkt toe. ‘Ik kon doen wat ik wilde om dit alles te stoppen, mijn vrijheid te behouden, maar het erfrecht kwam boven mijn recht.’ Ze verhuizen naar het platteland en Eva wordt daar steeds ongelukkiger.

Als een feniks die uit de as herrijst, vindt Eva uiteindelijk haar vrijheid. Ze scheidt van Hugo en gaat alleen wonen in een soort commune met haar dochter. Door het moederschap vindt ze nieuwe betekenis. Ze breekt los van haar verleden, en vindt de uiteindelijke vrijheid waar ze zo duidelijk naar op zoek was. Die vrijheid bestaat vooral uit het vermogen om zelf te bepalen wie ze wil zijn en wat ze wil doorgeven. ‘Ik hoef mijn eenzaamheid niet door te geven. Het eindigt bij Saar’, klinkt de slotzin. Ze geneest zichzelf, en besluit om haar jeugdtrauma niet door te geven aan haar dochter.

Het verhaal wordt fragmentarisch verteld, daardoor is het aan het begin van een nieuw hoofdstuk vaak zoeken waar de lezer zich in Eva’s leven bevindt. Ook het ontbreken van leestekens tijdens dialogen is soms verwarrend. Kuipers schrijfstijl is sober en rauw. Ingrijpende gebeurtenissen worden zonder al te veel emotie beschreven: haar zelfverminking, de dood van haar beide oma’s en die van haar kat. Tegelijkertijd schroomt ze expliciet taalgebruik niet: seksscènes met Anne worden tot in detail opgeschreven. Dat past bij Eva, het uiten van haar emoties lijkt zij moeilijker te vinden dan het navertellen van de heftige gebeurtenissen in haar leven. Feniks is daarmee vooral een verhaal over een nieuw begin, over jezelf terugvinden na een valse start in het leven. En over het opnieuw vinden van betekenis.


Feniks

Feniks

Jacky Kuiper

Uitgever: Atlas Contact

ISBN 9789025478124

208 pagina's

Prijs: € 21,99

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer van deze recensent

Verwant