Tweede-boekvloek

Veel van mijn gesprekken met jonge schrijvers (het is even schakelen, want hoewel ik mezelf niet langer als jong-jong beschouw, ben ik wel degelijk schrijver – toch zit ik niet in die hoedanigheid tegenover iemand aan tafel) zijn zoektochten naar het verhaal. Vaak is het het eerste verhaal dat iemand wil vertellen, het eerste Grote Verhaal. Er is geëxperimenteerd, gegroeid, het een en ander gewonnen en/of gepubliceerd, er is misschien gestudeerd, en nu komt het Echte Werk. Een boek! Waarover moet het gaan? Soms komt er een verhaal uit iets dat van henzelf is, soms komt een idee voort uit een fascinatie, soms is er zelfs nog geen idee.
Je zou kunnen zeggen dat zo’n gesprek dan te vroeg komt, is er al iets om over te praten? Maar er is altijd iets om over te praten en soms komt er tijdens de koffie zomaar iets naar boven: de jonge schrijver gaat met aantekeningen en een paar zorgvuldig uitgekozen boeken naar huis. Geduldig wacht ik af. 

 Dat het Tweede Verhaal nog zoveel moeilijker is, blijkt uit wat we de tweede-boekvloek zijn gaan noemen. Iemand is gedebuteerd, misschien met iets dat een hoog autobiografisch gehalte heeft (er is vaak het verwijt dat de debuten van onze tijd het papieren resultaat zijn van een verwerkte jeugd/trauma – dat er te weinig wordt verzonnen, een verwijt dat de compositie, structuur, de selectie van het materiaal en de manier waarop dat in een fictie wordt gegoten overboord zet), en dan? Heeft hij of zij nog meer te vertellen – is hij of zei, om Rilke maar te parafraseren, een scheppend kunstenaar?
In een recensie las ik dat iedereen een boek in zich heeft (…) en dat de betreffende debutant er waarschijnlijk niet nog een zal schrijven, maar: ‘Misschien is het beter één keer raak te schieten dan een carrière lang liflafjes te publiceren.”

Ik denk aan Eminem, die onlangs, voor het eerst sinds 2003, een concert in Nederland gaf. Destijds, in de Amsterdam Arena, was ik erbij. Het was mijn eerste concert en ik vond het magisch, wat hij met woorden deed. Jarenlang riepen critici: wat gebeurt er als Marshall Mathers is uitgeschreven over zijn jeugd, zijn trauma’s – wat blijft er dan over? Genoeg, kennelijk, want hij schrijft en rapt gewoon door. Hij nam de tijd voor nieuw werk. Misschien zorgde dat ervoor dat hij niet dichtsloeg. 

Want soms komt dat werk niet. Ik ken er genoeg, die worstelen met het vervolg, zichzelf gek maken met verwachtingen. Ooit kende ik bovendien een meisje met heel duidelijk een verhaal – en, belangrijker, een ontkiemend talent. Daar bleef het bij, het kwam er niet uit. Een ander zei: ‘Toen ik eenmaal dingen kon gaan maken, sloeg ik dicht’. Als deze twee nog schrijven, dan is het niet voor de buitenwereld bestemd. Daar zit geen schande in. Je weet pas hoeveel verhalen je in je hebt zodra je je kladblok/laptop openklapt en begint. Wie dat te lezen zal krijgen, is op dat moment niet zo belangrijk. 

 


Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.