Tragisch mislukte feministe

De biografie van Philip Roth is uit,  een geweldig werk, ruim 1000 pagina’s. Twee weken  terug stond er al een recensie van Joost de Vries in de Groene Amsterdammer.  De Vries heeft Roth hoog zitten, dat was uit het hele stuk wel op te maken, gelukkig. De focus op het werk van Roth ligt vaak op zijn vermeende vrouwonvriendelijke gedrag, de seksuele maniakken die hij opvoert in zijn romans, maar dat klinkt teveel als oude koek. Ik las gretig door de recensie heen, over zijn eerste vrouw Maggie, die een zwangerschap gefaked had, waarom hij haar trouwde, na drie jaar scheidde. Over dat hij een serieuze schrijver wilde worden, dat opsluiting en bevrijding terugkerende thema’s in zijn werk en leven zijn. Ik las over de ophef over Portnoy’s klacht, zijn boeken over Amerika. Ik las door zonder een zin over te slaan. Ha, daar stond de titel waar ik op scande, When she was good. ‘Letting go en When she was good behoren tot de minst geliefde romans in zijn oeuvre.’, schreef De Vries. Er moest toch meer over te zeggen zijn, ik heb dit boek stuk gelezen. 

Vorige week vrijdag kwam Michel Krielaars met een groot stuk in het NRC, ook daaruit spreekt bewondering voor de schrijver, wordt als eerste de relatie met Maggie Martinson eruit gelicht. Hoe Roth met haar in een vechtscheiding terechtkwam, tot ze in 1968 dodelijk verongelukt. Krielaars schrijft, ‘In de roman When she was good zou hij over Maggie schrijven.’ Ha, dit is interessant, een feitje dat als een kruimeltje van een broek geveegd wordt, vang ik dankbaar op.
In een ander boek over Philip Roth lees ik dat hij in 1965 met een roman begon waarin hij zich baseerde op de verhalen die Maggie hem over haar jeugd had verteld, op zijn eigen ervaringen met haar familie. Zo vormde hij zich een beeld van Maggie, haar geboorte in de jaren dertig, opgegroeid in de jaren veertig en volwassen wordend in de jaren vijftig. 
Roth had zich geweldig goed ingeleefd in het gevoelsleven van een weerbaar Amerikaans meisje in de jaren vijftig in Amerika. In 2010 concludeerde Karin Stabiner in The Huffington Post dat Lucy Nelson een ‘onervaren en tragisch mislukte feministe is’, dat lezers zelfs hadden kunnen denken dat de auteursnaam ‘Philip Roth’ het pseudoniem voor een vrouwelijke auteur zou kunnen zijn.

Een braaf meisje is lang mijn favoriete boek van Roth geweest, nog steeds eigenlijk. Al is het inderdaad van een ander kaliber dan Amerikaanse Pastorale, Portnoy’s klacht of Sabbaths theater, anders dan Patrimonium, Nemesis. Het is zijn meest doorwrochte, meest empathische boek dat ik van hem ken. Hij beschrijft een wereld waarin mensen gevangen zitten in familierelaties, in een huwelijk. Een stikbenauwd verhaal, met grote compassie geschreven. Ik heb het boek weer opgeslagen, vanaf de eerste zinnen ben ik opnieuw verkocht. ‘Niet rijk zijn, niet beroemd zijn, niet machtig of zelfs gelukkig zijn, maar beschaafd zijn – dat was zijn levensideaal.’
Een zin om nog eens te lezen, herkauwend ervan doordrongen te raken wat een geweldig schrijver hij was.  

 

 

Dat andere boek is: Roth, Een schrijver en zijn boeken / Claudia Roth Pierpont / 425 blz. / Uitgeverij De Bezige Bij (2041)


Inge Meijer leest boeken van begin tot eind.

 

 

 

Meer van Inge Meijer: