Tobi Lakmaker wint eerste Hans Vervoort Prijs

Nieuws van de redactie

Ofschoon alle genomineerden op de shortlist over grote kwaliteiten beschikken, zo liet de jury weten, hoefde zij niet lang na te denken toen het aankwam op de beslissende keuze. Tobi Lakmaker (1994) werd met zijn debuutroman De geschiedenis van mijn seksualiteit (Das Mag) de unaniem gekozen winnaar van de eerste Hans Vervoort Prijs.

Over het prijswinnende boek een fragment uit het juryrapport:
‘Aan zelfinzicht, nieuwsgierigheid en humor ontbreekt het Tobi (voorheen; Sofie) Lakmaker niet. Sierlijk, een beetje raadselachtig, zonder opzichtig naar het doel te bewegen: Lakmaker schrijft ongeveer zoals Lucas Andersen (de held van hoofdpersoon Sofie) bij Ajax voetbalde.’ En: ‘Over alles kan ze een grap maken. Maar hoe je moet leven, liefhebben en rouwen, dat alles moet ze zelf op de angst en de onzekerheid veroveren. Die zoektocht heeft een buitengewoon geestige, originele en ook ontroerende roman opgeleverd.’ 

 De jury bestond uit uit Roeland Dobbelaer (De Leesclub van Alles/ Bazarow.com), Bart Leemhuis (De Nieuwe Boekhandel) en voorzitter Arjan Peters (literatuurcriticus).

De tweejaarlijkse Hans Vervoort Prijs voor proza ‘van neerslachtige en toch opbeurende aard’, ingesteld op 5.000 euro en door een donatie dit jaar verhoogd naar 10.000 euro, zal de auteur worden uitgereikt tijdens een feestelijke avond op 22 april in zaal Belcampo (De Hallen) te Amsterdam.
Wie de prijsuitreiking wil bijwonen kan zich aanmelden via deze link

Overige genomineerden waren Nicolien Mizee met Hoog en laag springen,  Monika Sauwer met Vluchtpogingen, Philip Snijder  met Het smartlappenkwartier en Gerwin van der Werf met Strovuur.

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

10 december 2012

Literaire tomaten
Recensie door Albert Hogeweij

Misschien maar beter bij aanvang gezegd: wanneer de slotwoorden van deze negende feuilletonbundeling er niet om liegen, is hiermee zijn laatste verschenen: ‘Ik neem afscheid van de trouwe volgers van mijn Restletsels. Vaart allen wel en: ketemoe lagi!’ Anders dan bij Philip Roth, die onlangs kenbaar maakte niet meer te schrijven omdat hem daartoe geestelijk de strijdlust ontbrak, ligt bij Jeroen Brouwers de oorzaak vooral in het fysieke: twee herseninfarcten, een lamme schrijfhand bij een toch al puffend, reutelend en haperend lichaam maken het schrijven voor hem tot een hels karwei.