17 november 2016

Tangomuziek op de achtergrond

Door Els van Swol

Misschien danst ze tango in een te rode jurk
gelakte pornoschoenen een kwabje hier en daar
stappen iets te groot, net of niet op maat

dichtte Florence Tonk in haar Gemeen gedicht, in het midden latend of die schoenen net niet de goede maat hadden of dat haar stappen niet in de maat van de muziek waren.
Het was voor zover ik me kan herinneren geen rode jurk, laat staan een te rode jurk die de danseres aan had die het Koninklijk Concertgebouworkest voor een Spaanse avond had ingehuurd. De schoenen verdwenen achter het orkest, de stappen waren in de maat. En toch heb ik me in tijden niet zó verveeld tijdens een concert. Het spijt me dat ik het moet zeggen en er is niets aan te doen. Volgende keer beter.

Wel vermaakte ik me kostelijk met het bestuderen van het orgelfront in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. De orgelkas is gebouwd door A.L. van Gendt, die ook het Concertgebouw zelf ontwierp. Hoog rijst het symmetrische gevaarte boven het podium uit. De pijpen links en rechts worden bekroond door koepeltjes die doen denken aan bijvoorbeeld de Kathedrale Basiliek St. Bavo in Haarlem. Geen vreemde keus voor de rooms-katholiek Van Gendt.
Aan de onderkant van de kleinere pijpen ontwaar ik aan weerszijden boogvormen. In gedachten ben ik opeens in het Alhambra in Granada. En dat komt niet alleen door de Spaanse muziek die ik aan me voorbij laat gaan. Er schiet me ook een regel van de architect van de Bavo te binnen, die het had over de ‘Spaansch-Arabische motieven’ van zijn schepping. Toch zal het onbewust wel door de dans komen dat niet alleen allerlei beelden maar ook allerlei zinnen over elkaar heen buitelen.

Het meest daarvan beklijven die van de jonge Frederico García Lorca, die in zijn Impressies van Spanje de Moorse wijk Albaicín in Granada beschrijft. Ook bij hem vechten sacrale en profane uitingen om voorrang. Hij hoort uit een klooster orgelklanken komen, terwijl op straat een man hartgrondig staat te vloeken. Hij heeft het over ‘een lucht geladen met gitaararpeggio’s.’
Ik kijk niet verbaasd op, dat op het moment dat ik weer met beide benen op de grond sta, er opeens een gitarist op het podium zit. Voor even vertoefde ik in de heerlijke najaarszon bij het Mozarabische Alhambra. Met tangomuziek op de achtergrond.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer