21 september 2015

Suttree – Cormac McCarthy

Onaangepaste hoofdpersoon in een zelfverkozen jungle

Recensie door Karel Wasch

Eindelijk is er weer een vertaling van het meesterwerk Angel van Cormac McCarthy uit 1979. Dit maal heet het Suttree, naar de naam van de hoofdpersoon Cornelius Suttree.
McCarthy werkte er twintig jaar aan en dat leverde 477 pagina’s adembenemend proza op. Of, is het wel proza? Bij sommige passages zijn de woorden, is de taal zo poëtisch, dat we met een heus gedicht te maken denken te hebben.
Zo staat er bijvoorbeeld (blz.76) wanneer de hoofdpersoon van het verhaal Cornelius Suttree een café binnen komt: ‘Aan een tafeltje achterin zaten een paar lui van onduidelijk geslacht smachtend naar hen te kijken. Ze leunden met hun ellebogen op de tafel en hun handen hingen als geknakte lelies aan de omhooggedraaide stengels van hun polsen.’
Of wanneer Gene Harrogate, de jonge protegé van Suttree een markthal verlaat schrijft McCarthy: ‘Boven zijn hoofd rinkelde een windklokkenspel in de trage luchtstroom van de ventilators.‘Deze Gene Harrogate diepte Suttree op in de gevangenis. Suttree beschermde hem daar tegen de schurken en hun wegen kruisen zich af en toe.

Het verhaal van Cornelius Suttree is de geschiedenis van een aan lager wal geraakte bewoner van een woonboot op de rivier de Tennessee bij Knoxville. Verder speelt op de achtergrond dat de zoon van Suttree na zijn scheiding is overleden. We komen niet achter de doodsoorzaak maar wel dat men Suttree daarvan de schuld geeft. Hij mag niet verschijnen op de begrafenis van de jongen. We komen te weten dat Suttree in de gevangenis heeft gezeten en veel drinkt, maar hij is ook een overlever. En dat laatste komt door zijn levensfilosofie : ‘De menselijke ellende kent geen grenzen. Het kan altijd nog erger!’ Hierdoor onderscheidt hij zich van de andere types, die in zelfgebouwde hutten, boten of krochten langs de rivier leven en vaak in de handen vallen van dieven, moordenaars of van de politie. De politie, die samenwerkt met de onderwereld maar er ook een diepe minachting voor heeft. En Suttree heeft ergens diep in zijn binnenste de eigenschap behouden anderen in eerste instantie met respect te behandelen tot het niet meer kan.

Dat levert hem zeldzame tips en contacten op, zodat hij slim kan overleven op de drukbevolkte en uiterst smerige rivier, waar wonder boven wonder nog allerlei dieren in voorkomen, die je kunt vangen om van te leven of om er geld mee te verdienen.
De ‘geheimzinnige indiaan,’ leert hem hoe hij schildpadden kan vangen en dat is een lugubere bezigheid, maar hij stelt Suttree ook op de proef en wil zien of hij tegen al dat bloed is opgewassen: ‘De indiaan zette zich schrap en zwaaide het druipend uit de rivier op de rotsen, waar het hen grimmig aanstaarde met knipperende varkensoogjes. Hij zat vast met een stuk ijzerdraad door zijn kin en de indiaan greep de draad en rukte eraan. De schildpad sloeg en siste, kaken wagenwijd open. De indiaan pakte zijn zakmes, klapte het open, trok de obscene nek van het beest strak en sneed met een snelle opwaartse beweging van het lemmet de kop eraf. Suttree deed onwillekeurig een stap terug. De rimpelige kop bungelde aan de draad en wat daar tussen de gespreide voorpoten gaapte, was een zwarte gerimpelde hondenkut waaruit trage golven bijna zwart bloed gulpten.’
Het blijkt dat de schildpad door de indiaan gekookt zal worden en Suttree gaat ’s avond bij hem eten op een oude vervallen woonboot.

En dan is er de drank. Er wordt langs de rivier enorm gezopen. Vooral eigen brouwsels, levensgevaarlijk maar niet minder effectief: ‘Suttree hield zijn ogen stijf dichtgeperst en stak de fles uit. Godsamme, wat is dat voor bocht? Early Times, riep J-Bone. Beste spul dat er is. Als je dat zuipt heb je nergens last van ’s morgens. Of nooit meer. Och wat, geef hier. Hallo, Early, kom maar bij het baasje schat. Hier, gooi hier maar een plens in, doe ik er cola bij. Kan niet Bud, in een mok. Hebben we al geprobeerd. Vreet de bodem eruit. Pas op, Suttree, dat je niks op je schoenen knoeit. Hé Bobbyjohn. Wanneer komt Callahan vrij? vroeg Bobbyjohn. Geen idee. Ergens deze maand. Heb je Bucket nog gezien?Die is verhuisd naar Burlington. Komt hier niet meer. Kom erbij zitten Sut. (. . .)Mijn God, wat is dit voor brouwsel? Early Times, Nik, riep J-Bone. Early pleite kun je beter zeggen. Godjezus, ik weet dat ze die troep in een badkuip maken, maar dit hebben ze zeker in de plee gemaakt.’

Het boek van McCarthy is vergeleken met Huckleberry Finn van Mark Twain. Maar de overeenkomsten zijn weinig talrijk. Het is meer als een reis door de ziel zoals bijvoorbeeld On the Road van Jack Kerouac. Suttree overleeft door zijn onaangepastheid in zijn zelfgekozen jungle. Zoals Dan Moriarty in Road overleeft in een stadsjungle en het pas fout gaat wanneer hij zich wil aanpassen aan de ratrace van het burgermansbestaan. Suttree overkomt bijna hetzelfde wanneer hij met een prostituee aanpapt. Ze verwent hem met geld en alcohol, maar hij kan het leven van een rijke burgerman niet aan, zeker niet wanneer zij lelijker wordt en dik: ‘Haar toilet maken duurde eeuwig. Met haar glanzende metalen krulspelden in leek ze het object van bizarre experimenten met het menselijk brein. En ze werd steeds dikker. Ze zei: “Ik zou jou wel ‘ns willen zien als je in een bordeel woonde. Zou je ook gaan vreten”.

De prachtige beschrijvingen van McCarthy zijn zo sterk dat je je pas na een aantal malen lezen realiseert dat hij eigenlijk een wanhopige puinhoop poëtisch beschrijft: ‘Het was nog steeds vroeg toen hij het steile pad langs de resten van een oude muur afdaalde. Een overwoekerde antieke stad hier. Op een dorre akker hingen versleten , door de wind aan flarden gereten kleren aan een kruis met bovenop een hoed. Verderop de oever, met slijk bevlekte rotsen, oude asfaltplaten en blokken beton, waar geroeste ijzeren stangen uitsprietten.’

Op de laatste bladzijden rijdt Suttree in een auto die voor hem stopt langs de weg en dan volgt de monumentale laatste zin van het boek: ‘Ergens in het kreupelhout langs de rivier loert de jager, en in het golvende koren en de gekantelde drukte van de steden. Zijn werk ligt overal en zijn honden worden nooit moe. Ik heb ze in een droom gezien, kwijlend en wild, de ogen van de honger naar aardse zielen. Ontvlucht hen.’

Waarvan akte!
Wat een schitterend boek! Mooi vertaald ook door Harrie Lemmens.

 

Suttree
Cormac McCarthy
Vertaling door: Harrie Lemmens
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029589833
477 pagina's
Prijs: € 21,95

Meer van Karel Wasch:

11 april 2017

Rauw verhaal in het zompige zuiden van de States

Over 'De ballade van het treurige café' van Carson McCullers
22 februari 2017

Het lot bepaalt het verhaal

Over 'Inham' van Cynan Jones
6 december 2016

Terug naar Gozo

Over 'Retour Calypso' van Matthijs Eijgelshoven

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic

Verwant

21 september 2015

Dunne grenzen tussen socialisme en nationaal-socialisme

Over 'Recensie 'De Arbeiderspers moest blijven marcheeren' ' van Cormac McCarthy
21 september 2015

Recensie door Karel Wasch

Over 'Oogst ' van Cormac McCarthy