Er zijn werkmannen in huis, jongens nog. Het huis een open veld waar de wind vrij spel heeft. Ze ontmantelen een rookkanaal dat vanaf de begaande vloer twee verdiepingen omhoog door het dak naar buiten gaat. Inloopkasten worden deels afgebroken en op zolder is door ontbrekende dakpannen een gat naar de hemel ontstaan. Ik trek me terug in het enige kamertje van het huis waar de werkmannen, jongens nog, niets te zoeken hebben. Ik hoor ze roffelend de trappen afgaan, wat klinkt alsof het huis op instorten staat en ze zich het vege lijf moeten redden. Ik hoor ze roepen vanaf het dak naar de straatkant, ‘Hee, heb je de stokkermat geladen?’ ‘Wat?’. Ik hoor een Arabische beat vanaf de bovenverdieping het huis instromen en duik in het proza van Clarice Lispector. Haar verzamelde verhalen wegen een kilo en honderd gram en moeten daarom wel in bed met opgetrokken knieën gelezen te worden.

Een jonge vrouw adoreert een trieste man met destructieve neigingen. Ze ontmoeten elkaar in een café, de man voert een eenrichtingsgesprek waarbij hij zich over de zwarte haren strijkt alsof hij over ‘de warme vacht van een poesje streek’. De jonge vrouw is sprakeloos en betreurt het ‘geen gebaar achter de hand te hebben’, om aan het sprakeloze te ontsnappen. Alsof er een handel in bestaat, het verzamelen van gebaren die je in een gebarendoosje doet, wanneer nodig neem je er eentje uit, om dingen kracht bij te zetten of je een houding geven. Dit komt uit het verhaal, ‘Onderbroken verhaal’. Een goede titel. De jonge vrouw heeft zich in het hoofd gehaald dat ze om de man te redden wel met hem moet trouwen. Hoe vreselijk dit ook voor haar zou zijn, het moet gewoon. Dan schiet de trieste man zich door het hoofd. ‘En plotseling brak het verhaal af. Het had niet eens een mooi einde. Het eindigde met de abruptheid en het gebrek aan logica van een klap in het gezicht.’

Is het arrogant geen deel te willen uitmaken van een groep, een actiegroep, het klimaat, een mening? Een verbond beheerst algauw het denken en ontneemt het zicht op het dagelijkse leven. Leven met aandacht, zorg voor en dank aan de omgeving. In ‘De koortsdroom’, voert Clarice Lispector de Aarde als een partij op. De Aarde geeft het op, verdwijnt. Is hier sprake van een winnaar? Een klein mannetje roept, ‘Ik kan vertellen wie gewonnen heeft.’ Iedereen wordt boos, roept om stilte. Het mannetje vat moed, roept: ‘Maar ik weet het! Ik weet: de overwinning is aan de Aarde. Het was haar wraak, het was wraak…’. Daar word ik stil van, alsof we het wisten en decennia lang niets deden. Clarice schreef dit verhaal zo’n zeventig jaar geleden. Haar verhalen zijn doordesemd van inzichten. Even lijkt het alsof op weg naar de globalisering van de wereld er niets veranderd is. Zo zijn haar verhalen, alsof ze vandaag geschreven zijn.

 

Alle verhalen, Clarice Lispector, Samengesteld en inleiding door Benjamin Moser, vertaald door Adri Boon / De Arbeiderspers.


Inge Meijer is een pseudoniem, ze reist met het OV en leest dagelijks.

Meer van Inge Meijer: