Stiller – Max Frisch

 Gesignaleerd door de redactie

‘Ik ben Stiller niet!’ is de beroemde openingszin van Stiller, het boek dat in 1954 de wereldwijde doorbraak van Max Frisch betekende en nog steeds geldt als een van de belangrijkste werken uit de Duitstalige literatuur. De zin wordt uitgesproken door een gevangene in Zwitserland. Hij zegt dat hij Jim White heet, valselijk is beschuldigd en onder de verkeerde identiteit is opgepakt. Al lijkt alles erop te wijzen dat hij de verdwenen beeldhouwer Stiller is – hij blijft het ontkennen.

Om te bewijzen wie hij echt is, bekent White/Stiller drie onopgeloste moorden, en vertelt zeer gedetailleerd over een avontuurlijk leven in Mexico en Amerika tussen de cowboys en dokwerkers. Hij wordt verteerd door een drang om te overtuigen, maar niemand gelooft hem. Zelfs zijn eigen vrouw herkent hem als Stiller. Voorzichtig verkennen de gevangene en zijn vermeende vrouw hun onderbroken relatie. Maar daarvoor zullen ze het beeld dat ze van elkaar hebben gevormd moeten loslaten.

Stiller is het meesterwerk van de belangrijkste Zwitserse schrijver van de twintigste eeuw. Een spannend, aangrijpend en tegelijkertijd geestig verhaal over liefde, menselijke identiteit, de kracht van zelfmisleiding en de vrijheid die de acceptatie van het zelf met zich meebrengt.

Max Frisch (1911-1991) was een Zwitserse architect, toneelschrijver en romancier. Hij ontving in 1958 de Georg Büchnerpreis. Ook voor Stiller ontving hij diverse literaire prijzen.

Stiller

Auteur: Max Frisch
Vertaald door Margot Klaarhamer
Blz.: 416
Prijs: €19,90
Uitgegeven bij Van Gennep

Recent

23 november 2020

De binnenstaander

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2010

Verwondering in de marge

Het waait veel in de nieuwe dichtbundel Kanttekeningen van Bernlef.
De wind trekt ergens doorheen, slaat een huisdeur dicht of heeft alle tijd van de wereld.
In het eerste gedicht De Eeuwigheid tekent Bernlef met een mooie paradox de vergankelijkheid van een beschaving door de niet aflatende krachten van de wind: ‘De huidige vloer van ingedikte schapenstront / wacht op de volgende ronde van de wind / die geen rustplaats vindt maar doorknaagt tot ook /de laatste steen met de grond gelijkgemaakt zal zijn.’

De dichter wijdt 52 gedichten aan uiteenlopende begrippen als godsdienst, blues, schuld, droom, of abstracter: het toeval en de werkelijkheid en voorziet ze van commentaar.

Lees meer